Voorbijganger of volgeling

(Markus 15, 16-21)

Voorbijgangers heb je altijd en overal. Een voorbijganger heeft altijd iets vluchtigs. Zoekt niet naar verdieping. Heeft al gauw genoeg aan zijn eigen dingetjes. Werk, hobbies, vakanties, pensioen en zo. Misschien zijn ze er vandaag de dag wel meer dan ooit. Misschien past het wel helemaal bij de tijd waarin wij leven. De levenshouding van een voorbijganger Waarin je zelden of nooit in vuur en vlam staat voor iets. En eigenlijk ook niet snel ergens heel fel tegen bent. Geen grote verhalen of inspirerende idealen. Waar je helemaal voor gaat, waar je voor wil leven. Maar gewoon zo’n beetje je eigen ding doen.

In het evangelie kom je ze ook tegen. De voorbijgangers. Ze horen niet bij de vurige volgelingen van Jezus. En ook niet bij de felle tegenstanders. Ze bevinden zich aan de zijlijn. Laten veel aan zich voorbijgaan. Zo iemand is Simon van Cyrene. Hij is afkomstig uit een Joodse kolonie in Noord-Afrika. En zoals veel Joden in de verstrooiing is Simon op een gegeven moment in Jeruzalem komen wonen. Daar wil hij zijn oude dag doorbrengen en van zijn pensioen genieten.

In de stad heeft hij een optrekje waar hij woont. En net buiten de stadsmuren heeft Simon een stukje land gekocht. Daar verbouwt hij wat groenten. Daar zal hij ooit ook worden begraven. En als ooit de Messias zal terugkomen op de Olijfberg, dan ligt Simon op de goede plek en zal hij horen bij de eerste die zullen worden opgewekt en hem zullen zien en begroeten. Simon heeft zijn zaakjes eigenlijk wel goed voor elkaar zo. Meer hoeft eigenlijk ook niet voor Simon. Huisje, boompje, beestje… en verder liever niet teveel gedoe.

En zo komen we Simon van Cyrene tegen in onze tekst. Het is de dag van de veroordeling van Jezus. De hele stad staat bol van de opwinding. Er hangt iets in de lucht. Er staat iets te gebeuren. Het gonst van de geruchten. En de straten en pleinen vullen zich met mensen. Mensen duwen en dringen om de beste plekjes. Om van dit spektakel toch vooral niets te missen. Een massa mensen brult: kruisigt hem, kruisigt hem!

Maar Simon van Cyrene doet zoals elke dag zijn ding. Hij kuiert op zijn dooie gemakje de stad uit naar zijn akkertje, om wat te schoffelen, te wieden en de plantjes water te geven. En als hij de stad weer inwandelt passeert hij een stoet van wrede soldaten, woedende priesters, huilende vrouwen en schuwe discipelen. En Simon is van plan om zich afzijdig te houden en er gewoon keurig langs te lopen. Er aan voorbij te gaan.

Maar het loopt heel anders dan hij zich had voorgesteld. Voor hij er erg in heeft, wordt hij ruw bij zijn schouder gegrepen. He Jij daar, hier komen en dat kruis dragen. Simon wil er niets van weten en zal zich fel hebben verzet. Geprobeerd hebben zich los te rukken en weg te komen. Maar zijn verzet wordt met geweld gebroken. En hij wordt gedwongen de zware kruisbalk van 35 kilo op zijn schouders te nemen en met de stoet mee de stad uit te gaan in de richting van de kruisheuvel.

Wat zal die Simon er de pest in hebben gehad. Nu is deze Simon die zich nooit ergens mee bemoeide ineens toch deel geworden van al dat gedoe rond die rabbi uit Nazareth. De soldaten hebben samen de grootste lol. Kijk hem nu eens gaan, onze koning van de Joden. Nu heeft hij tenminste toch nog één onderdaan

En dat is uitgerekend Simon van Cyrene. Hij zal die hele weg naar Golgotha boos zijn geweest. Boos op die lompe soldaten met hun geweld en dwang. Boos op Jezus dat hij niet gewoon zijn eigen boontjes dopt. Boos ook op zichzelf dat hij zich er zo heeft in laten luizen. Simon is een volgeling tegen wil en dank. En heeft al die tijd maar aan één ding gedacht: Hoe raak ik zo snel mogelijk van die kruisbalk af? En hoe kom ik hier dan zo snel mogelijk weg? Terug naar mijn dagelijkse dingetjes.

En dit hele gebeuren wordt door Markus kort en bondig vertelt in één bijbelvers. ‘Ze dwongen een voorbijganger die net de stad binnenkwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus, om het kruis te dragen.’ Markus schrijft zijn evangelie voor de christenen in Rome. En hij laat hen in dit ene korte vers met nadruk weten: Het gaat hier om Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus! Hij hoeft niet uit te leggen wie dat zijn. Iedereen kent daar deze broers, ze behoren kennelijk tot de gemeente. Als Paulus zijn brief aan diezelfde gemeente van Rome beeindigt, schrijft hij: groet Rufus die door de Heer is uitgekozen en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. Er is kennelijk iets gebeurt met Simon van Cyrene dat er toe heeft geleid dat zijn vrouw en zijn beide zonen volgelingen van Jezus zijn geworden. En actieve en dragende leden van de gemeente van Christus.

Hoe het precies gegaan is bij Simon van Cyrene weten we niet. Maar ergens moet hij zijn geraakt door die man wiens kruis hij een eindje heeft helpen dragen. Wellicht is het gebeurt op het moment daar boven op de kruisheuvel Golgotha toen Simon die kruisbalk van zijn rug mocht laten glijden, zijn rug weer mocht rechten, kon ademhalen en zijn vrijheid weer terug kreeg. Toen heeft Simon gezien dat Jezus de balk van hem overnam en zich aan dat ruwhouten kruis liet vastspijkeren. Om daar op die plek zijn leven te geven voor de mensen.Toen heeft Simon het misschien ineens beseft. Of is het besef in de tijd er na langzaam gaan dagen: Ik heb misschien even een balk moeten sjouwen. Maar deze Jezus, Hij is de werkelijke lastdrager. Simon is zich gaan realiseren wat die last was die Jezus daar met zich mee zeulde. Dat het de last was van Simons eigen bestaan. Een leven van afstandelijkheid, onverschilligheid Oppervlakkigheid, eigenwijsheid en verzet.

Simon van Cyrene is die dag anders thuisgekomen. En heeft gaandeweg licht gebracht in zijn gezin. Zodat ook zijn vrouw en zijn beide zonen Alexander en Rufus, Jezus hebben leren kennen en liefhebben. De Heer zijn gaan volgen en dragende figuren zijn geworden binnen de gemeente. Niet lang voorbijgangers, maar van harte volgelingen. En zo gaat het nog vaak met ons mensen vandaag de dag. Tijdenlang kunnen we leven als voorbijgangers. We zijn er niet fel tegen, maar ook niet van harte voor. Het gaat allemaal wat langs ons heen en komt niet binnen. We doen onze dingetjes en hebben daar genoeg aan. Zo kun je ook hele stukken van leven in een dienst zitten. Je voelt je net als Simon van Cyrene misschien wat gepresst om er te zijn. Je zit hier wel maar er is iets in je wat zich verzet, je hart is er niet bij. Veel gaat dan langs je heen. Je hoort flarden van zinnen. Af en toe een stuk van een lied. Zo kunnen hele stukken van je leven voorbij glijden. Waarin Jezus heel wat keren door je leven trekt. Gehuld in het kleed van zijn Woord. En je laat Hem aan je voorbijgaan.

Maar dat hoeft niet zo te blijven. Het kan veranderen, net als bij Simon. Niet per se door een indrukwekkend teken uit de hemel, maar omdat deze schamele gestalte op zijn kruisweg je pad blijft kruisen en zich met je blijft bemoeien. En je ogen langzaam opengaan voor wie Jezus is. En voor wat Hij gedaan heeft en wil doen. Dat Hij de werkelijke en enige lastdrager is. Die ook heel mijn bestaan met alles er op en er aan wil dragen, verzoenen en vernieuwen. En dat hij ons uitnodigt om op die weg Hem te volgen. Om niet langer genoegen te nemen met een leven dat zijn gangetje gaat waarin we genoeg hebben aan onze eigen dingetjes. Maar te leren om buiten onszelf voor de ander te leven. Om voor de mensen die ons pad kruisen ook iets te kunnen zijn van een lastdrager.

Dat is wat deze nieuwe leden Ieder op een eigen manier hebben ervaren. Dat is wat zij vandaag hebben uitgesproken. Dat is waar wij allen toe zijn geroepen. Beste vrienden, het punt van de preek is dit. We leven allemaal op een spectrum. Waarvan het ene uiterste een houding is van afstomping, onverschilligheid, oppervlakkigheid. En het andere uiterste de houding van Jezus. Vol van compassie, aandacht, toewijding en commitment. En iedere dag maken we in allerlei kleine beslissingen de keuze in welke van deze twee richtingen we ons leven laten groeien en ontwikkelen. En als we niet heel bewust en heet gericht kiezen dan worden we steeds meer een voorbijganger. Die zit ons namelijk in het bloed. Wie wil vanmorgen die andere levenshouding ontwikkelen. Niet om een Messiascomplex te ontwikkelen. We blijven heel gewone mensen van vlees en bloed. Maar wat we wel kunnen leren is. Om stap voor stap Jezus te gaan volgen. Met Hem om te gaan, in de stilte zijn nabijheid te zoeken. En zo van Hem te leren om te worden als Hij. Om met zijn ogen te kijken naar de mens die ons pad kruist. Iets van licht te brengen en hoop. Om waar mogelijk iets van de last van die ander te dragen. Zo groeien we in de juiste richting. Zo komt ons leven tot zijn bestemming. Want die bestemming is niet anders dan dit: Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus. Amen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie