Travel light, dwell deep (Handelingen 2, 37-47)

(Handelingen 2, 37-47; luisterlied: Desmond Tutu & One – U2)

Een antropoloog bestudeert een stam ergens in Afrika. Hij zet een mand neer vol met vers fruit. Zet alle kinderen op enige afstand op een rij en zegt dan tegen de kinderen: wie het eerst bij de mand is mag hem helemaal hebben. Tot zijn verbazing ontstaat er geen wedstrijd wie van de kinderen het eerste bij de mand is. Zonder enig overleg geven alle kinderen elkaar een hand en samen rennen ze naar de mand toe en daar delen ze vrolijk met elkaar het fruit. Als de antropoloog vraagt waarom ze dit zo echt samen doen zegt een van de kinderen: hoe zou ik in mijn eentje blij kunnen zijn als alle anderen verdrietig zijn? Ubuntu, sir, ubuntu!

Ubuntu: het betekent zoiets als: ik ben omdat wij zijn. U hebt er misschien al wel eerder over gehoord. Ubuntu is een traditioneel Zuid-Afrikaans concept en wordt belichaamd door mensen als Desmond Tutu en Nelson Mandela. In ubuntu is er geen ruimte voor competitie omdat er een sterk besef is van onderlinge afhankelijkheid. Het besef dat relaties deel uitmaken van wie ik ben. Relaties met de mensen om mij heen.

Ubuntu is een concept dat al mijn relaties omvat. Ook bijvoorbeeld met mijn voorouders. Ik zet me niet af tegen ouders, grootouders maar in wat zij gedaan hebben zoek ik naar wat me wel kan inspireren om verder te gaan. We staan op de schouders van vorige generaties. We wandelen op een weg waar vele anderen voor jou hebben gelopen. Ik ben niet de eerste die leeft en ook niet de enige. Ubuntu, ik ben omdat wij zijn.

Ubuntu gaat ook niet alleen over mensen maar ook over verbonden zijn met de omgeving, de aarde, de natuur, het landschap dat je omringt. Ubuntu betekent letterlijk: persoon. Je ziet de natuur dan als een persoon die aandacht vraagt en respect verlangt, en dan ook iets teruggeeft: voedsel, een thuis. Wij met onze westerse levensstijl kunnen vandaag de dag wel een flinke scheut ubuntu gebruiken. Van iemand die zo leeft, echt verbonden is met het grotere geheel zegt men in het zuiden van de wereld: hij, zij heeft ubuntu. Ik ben omdat wij zijn. Ik las ergens als omschrijving: ubuntu is een doorbrekend wij-gevoel. Een doorbrekend wij-gevoel.

Iets van de Ubuntu-gedachte zat ooit ook al in het DNA van het koninkrijk der Nederlanden. In de oudste Nederlandse wapenemblemen kom je het symbool van de pijlenbundel tegen. Je zou kunnen zeggen, dat heeft iets van ubuntu. De gedachte is dat je iedere afzonderlijke pijl gemakkelijk doormidden breekt. Maar een bundel van pijlen, die is onbreekbaar.

In onze tijd begint een volgende generatie iets van dat wij-gevoel te herontdekken. Old-school ondernemers zijn vaak nog gericht op het afschermen en bewaken van hun bedrijfsgeheim, expertise, knowhow. etc. Nu staat een nieuwe generatie jonge ondernemers op die er bewust voor kiest om kennis en ideeën te delen. Juist zo ontstaat er ruimte voor een nieuwe inspiratie is er sprake van een positief sneeuwbaleffect waar elk van de deelgenoten sterker door wordt.

Wat begon met kringloopwinkels en marktplaats krijgt vandaag door een nieuwe generatie vleugels. Via handige online-platforms kun je bijvoorbeeld op een slimme manier klus- of tuingereedschap of kampeerspullen delen met mensen in je buurt.  Via weggeefhoeken op facebook geven mensen overbodige spullen weg. In bepaalde stadswijken of buurten delen mensen online een auto. Er zijn gastvrijheidsnetwerken die het mogelijk maken om over de hele wereld bij een ander een nachtje op de bank te slapen. En als je mazzel hebt vind je iemand om de hoek die zijn kookkunsten graag deelt met de ander en bij wie je een maaltijd kunt afhalen. Het mes snijdt bij dit soort dingen aan meerdere kanten. Het lost niet alleen praktische problemen op, het is ook nog eens duurzaam en verbindt mensen op nieuwe manieren aan elkaar.

Ubuntu, het is een doorbrekend wij-gevoel. In de Bijbel kom je dat besef van samenhang ook tegen. Vanaf de allereerste bladzijden wordt de mens getypeerd als een onderdeel van een groter geheel. Als een schakel in Gods goede schepping. De mens is vanaf het begin bedoeld om tot een zegen te zijn om het geheel tot bloei te brengen. En dat proef je op iedere volgende bladzijde van de Bijbel. God heeft ubuntu. Gods hart gaat uit naar het geheel.

Na de zondvloed sluit God nadrukkelijk een nieuw verbond. Niet alleen met de familie Noach, met al hun nakomelingen. Maar nadrukkelijk ook met alle levende wezens en met de aarde zelf. En later wordt Abram geroepen, uitgekozen door God. Maar het gaat God niet alleen om Abram en zelfs niet alleen om zijn nakomelingen. Vanaf het begin zegt God erbij: Ik maak jou en je nakomelingen tot een zegen voor alle volken.

En dat blijft keer op keer Gods horizon. Hij roept het volk Israël om licht voor de volken zijn. God sluit een verbond met dat kleine volkje bedoeld als Gods eigen proeftuin waarin het goede leven kan opbloeien en andere volken daar ook mee bekend raken. God geeft hen de Thora, een manier van leven waarin er voor iedereen een plekje is. Een levenshouding van solidariteit met wie kwetsbaar is en extra aandacht verdient. De weduwe, de wees, de arme, de vreemdeling. Er worden grenzen getrokken om te voorkomen dat we onszelf uitputten, of dieren, of de aarde. De Israëlieten mogen zich oefenen in een doorbrekend wij-gevoel.

Maar zo gemakkelijk breekt dat wij-gevoel niet door. Keer op keer blijkt dat wij mensen dat grotere geheel uit het oog verliezen. Dat het vroeg of laat weer helemaal draait om onszelf. Dat we een manier van leven ontwikkelen die ten koste gaat van die ander, ten koste van het geheel. Tenslotte zendt God zijn eigen zoon. Jezus. En Jezus richt zich niet in de eerste plaats op de enkeling. Hij investeert heel bewust in een beweging van leerlingen die zich oefenen in een doorbrekend wij-gevoel. Een levenshouding die niet leeft van hokjes en vakjes maar met oog en hart voor ieder mens. Juist ook de medemens met een randje. Jezus heeft ubuntu. Ik ben omdat wij zijn.

En dat is ook wat er gebeurt als Jezus zijn leerlingen achterlaat en zijn Geest  over hen uitstort. We hebben net gelezen uit Handelingen 2. Er ontstaat een gemeenschap van mensen met ubuntu, met een doorbrekend wij-gevoel. De eerste generatie oog en oorgetuigen die met Jezus waren opgetrokken mengen zich met nieuwkomers die zelf Jezus nooit ontmoet hebben en van toeten nog blazen weten.

Het wij-gevoel doorbreekt ook de grenzen van mijn en dijn. Als jouw God mijn God is dan is mijn huis ook jouw huis. Welkom aan mijn tafel met jou deel ik graag mijn brood. Het doorbrekend wij-gevoel overstijgt ook sociale klassen. Er komen ook mensen over de vloer die hun leven niet zo op orde hebben. Aan van alles gebrek hebben. Zij worden verwelkomd en er wordt genereus gedeeld zodat niemand ook maar iets tekort komt.

Er blijft ook een wij-gevoel ten opzichte van de tempel. Bij al het nieuwe, het frisse, het eigentijdse ziet men ook de waarde van de traditie. Van wat door vorige generaties is ontvangen. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen. Zo loopt er een lijn terug naar de generaties voor hen naar Mozes en de profeten en de apostelen.

Het wij-gevoel houdt ook niet op bij de muren van de tempel en hun huisgemeenten. Het wordt geen kliek van gelijkgestemden. Dat had gemakkelijk gekund natuurlijk. Dat wie bij de club hoort wordt verwelkomd maar dat volledig voorbij wordt gegaan aan wie niet bij de club hoort. Het wij-gevoel doorbreekt ook die muur tussen christen of geen christen. Ze stonden in de gunst bij het hele volk.

In de loop van het boek Handelingen wordt dit wij-gevoel op de proef gesteld. Er ontstaan verschillen en geschillen tussen Joodse en niet-Joodse christenen, tussen rekkelijken en preciezen. En toch breekt keer op keer dat wij-gevoel weer door. Omdat christenen voor hun ogen zien gebeuren dat de Geest van God zelf grenzen doorbreekt en zich nadrukkelijk verspreidt onder allerlei soorten mensen en gemeenschappen. Het is de Geest zelf die dat wij-gevoel schept. Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. (Romeinen 8)

De apostelen sporen ertoe aan om dat wij-gevoel van het eerste uur niet te verspelen. Ze wijzen er dan vooral op dat we verbonden zijn door één en dezelfde Geest. Efeziërs 4: Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft. 1 Korintiërs 12: ‘Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.’

Een doorbrekend wij-gevoel. In Handelingen 2,46 wordt dat gevangen in die paar woorden ‘Ze gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.’ Een geest van eenvoud. Het Griekse woord voor eenvoud dat hier wordt gebruikt betekent letterlijk: zonder stenen. Zoals een akker vrij gemaakt is van rotsen en de weg vrij is voor groei. Er geen innerlijke blokkades zijn, er echt ruimte is voor een ontmoeting.

Een geest van eenvoud. Het betekent zoiets als: uit één stuk, ongedeeld, niet versnipperd. Dat ik in het vele steeds het ene blijf zien. Dat ik bij alles wat ik heb en doe en kan niet uit het ook verlies wie ik ben. Een kind van God, deel van Gods huisgezin. En dat mijn leven dus op geen enkele manier los kan staan van de anderen om mij heen. Dat ieder ander mens die ik tegenkom ook een mens is voor wie Christus is gestorven.

Een geest van eenvoud betekent dat ik niet het centrum van het universum ben. Ik heb mijn plaatsje gekregen in deze wereld als deel van een veel groter geheel. En de God die deze wereld in zijn handen houdt. En de vogels en de bloemen in zijn hand houdt ook mij ziet en kent en weet wat ik nodig heb. En dat ik mijn identiteit niet hoef te zoeken in wat ik bezit, wat ik presteer.

Als ik probeer door te dringen tot het geheim van deze eerste christenen is het denk ik vooral dit. Eerst zijn zij diep, diep geraakt door God. Door de Geestkracht, door woorden van God. En naar die verdieping strekken zij zich steeds uit. Ze blijven volharden in het onderwijs van de apostelen. En dat diepe geraakt zijn, dat zorgt steeds opnieuw voor ubuntu, een doorbrekend wij-gevoel

Het bracht me deze week bij een oude Ierse uitdrukking die komt uit de wereld van pelgrimages: travel light, dwell deep. Een prachtig levensmotto lijkt me. Past helemaal bij de weg van Jezus. Ook een mooi motto voor de geloofsopvoeding van je kinderen

Dwell deep, dat gaat over ingroeien, wortelen in iets dat veel grootser is dan jouw kleine leven. Dwell deep dat gaat over bronnen die veel dieper afsteken dan wat jezelf in huis hebt. Een eeuwenoude weg van wijsheid en waarheid, goedheid en schoonheid.

Dwell deep, dat gaat ten diepste over wonen en blijven in God, die in Christus deze wereld heeft gered en haar dwars door alles heen zal vernieuwen en voltooien. Die ons zijn Geest geeft die zorgt voor een doorbrekend wij-gevoel. Het groeiende besef dat jouw kleine leven op talloze manieren verbonden is aan dat van andere schepsels en van de hele schepping. En dat je zo deel uit maakt van een groot organisme. Naarmate dat besef meer tot je doordringt ga je haast als van zelf ook een stuk lichter reizen. Gemakkelijker delen, bewuster kiezen. Lichter leven, met een minder zware voetafdruk. Zodat hoe jij leeft niet ten koste gaat van het geheel.

Lichter leven omdat de druk niet zozeer op jouw schouders ligt. Een doorbrekend wij-gevoel helpt je zien dat Jezus volgen iets gezamenlijks is. En jij mag daarin met overtuiging jouw plek vinden. En als je het zelf allemaal niet zo zeker weet zou ik willen zeggen: doe mee, ga met ons mee. Wij gaan samen een weg die al door vele is beproefd. En ons motto is: travel light, dwell deep.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie