Symfonie voor God (Zondag Voleinding)

Het onderstaande filmpje werd vooraf getoond bij het kindermoment. Onderaan deze tekst vin u het lied dat werd beluisterd na de preek.

(Openbaring 7:9-17)

Jachid is een eenvoudige herdersjongen. Van jongs af werkt hij op de boerderij. Nooit vraagt zich af of die jongen niet naar school moet. Wie zijn vader en moeder waren weet Jachid niet. Zij zijn lang geleden gestorven. Er zijn twee dingen die hem aan ouders herinnerden. Die Jachid altijd zorgvuldig bewaart: een boek en een viool. Door de jaren heen leert hij de viool te bespelen. Maar met het boek kan hij niets. Niemand leert hem lezen.

Op een vrijdagavond loopt Jachid naar het dorp. Bij de synagoge staat een raam open en er klinkt zang. In een wonderlijke vreemde taal. Jachid komt voorzichtig dichterbij en kijkt door het open raam naar binnen. Hij ziet daar binnen mannen en jongens van het dorp. Hij herkent de kleermaker, de slager, en enkele anderen. Ze hebben witte doeken over hun hoofd en wiegen op en neer. Hij hoort hen zingen en lezen met hun boeken in de hand. Jachid ziet dat de letters in hun boeken dezelfde tekens zijn als het boek dat ooit van zijn ouders is geweest. En voor het eerst realiseert Jachid zich: mijn ouders waren Joden. Dan ben ik dat dus ook! Ik hoor daar thuis in de synagoge! Ik ben niet alleen in deze wereld. Er is een gemeenschap waar ik bij hoor. Waarom heeft niemand me dat verteld?

En sindsdien staat Jachid iedere week op vrijdagavond daar bij het open raam van de synagoge. Hij geniet van de zang, de klanken, het hele gebeuren. Wat zou hij graag mee doen! Wat zou hij graag vertellen dat hij één van hen is. Maar hij voelt zich zo dom. Vergeleken met de jongens die wel kunnen lezen. En als die jongens de synagoge uitkomen en daar Jachid zien staan maken ze grappen over hem. Soms roepen ze dat hij hier niets te zoeken heeft en jagen ze hem weg. Niemand uit de synagoge vraagt Jachid om binnen te komen en mee te zingen en mee te bidden.

Dan is het Grote verzoendag. Alle Joodse mannen en jongens zijn de hele dag bijeen in de synagoge om daar te vasten en te bidden. Jachid is zoals elke dag hard bezig met het zorgen voor het vee en het schoonmaken van de stallen. Lezen in Gods boek kan ik niet, denkt hij. En hoe ik moet bidden weet ik ook niet. Maar vasten kan ik wel. En dat is wat hij die dag doet.

Als het werk er op zit zoekt Jachid een stille plek op ergens in het weiland niet ver van de synagoge. Hij fluistert tegen God: O God, ik weet niet hoe ik moet bidden. Maar wilt u luisteren, als ik op mijn viool een lied voor u speel? En Jachid speelt een eenvoudige melodie. Die hij zelf heeft bedacht. Hij kijkt naar het groene gras en de koeien die rustig grazen. Hij ziet de hemel en de wolken Met gouden randen van de ondergaande zon en terwijl hij zachtjes speel op zijn viool daalt er een wonderlijke vrede neer in zijn hart. De vrede van Gods nabijheid en vergeving. En Jachid speelt door tot de zon ondergaat

In de synagoge zien de mannen en jongens de zon ook ondergaan. Ze zijn moe en hongerig na een lange dag vasten en bidden. Nu de zon bijna onder is zal de rabbi op de ramshoorn blazen. Dan is de Grote Verzoendag voorbij. De een zit al in gedachten bij de maaltijd die thuis klaar zal staan. Of is met zijn hoofd al plannen aan het maken voor morgen. Maar de rabbi blijft doorbidden roepend of God wil luisteren naar de woorden van ieder die deze dag meeviert. Dan is de rabbi ook stil geworden. Buiten is de avond inmiddels gevallen en dan klinkt daar net buiten de synagoge in de stilte van de avond een viool. Het is het spel van Jachid, zijn lied voor God.

De rabbi luistert er een hele poos naar en iedereen luistert met hem mee. Dan zegt de rabbi tegen de mensen in de synagoge. De hele dag hebben we een stroom. Van heilige en gewichtige woorden gesproken. Maar steeds voelde het alsof de hemelpoorten. Zich niet openden voor onze gebeden. Maar horen jullie dit vioolspel? Dit is puur, dit is zuiver, dit is oprecht. Dit is muziek van iemand die speelt met zijn hele hart toegewijd aan God. Nu zie ik de hemelpoorten openzwaaien en kunnen ook onze gebeden samen met het vioolspel opstijgen tot voor Gods troon…

Dit verhaal raakt denk ik de kern van ons leven. Het raakt aan dat waarvoor wij zijn bedoeld. Waar wij voor zijn geschapen. Waartoe wij op aarde zijn. Onze roeping. Het raakt aan waar wij naar toe op weg zijn. Onze bestemming, ons einddoel. Dat is waar we aan worden herinnerd op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar. Zondag voleinding.

Over onze roeping, onze bestemming is de Bijbel op heel veel plaatsen glashelder.De tekst die dat het mooiste samenvat vinden we ergens in Jesaja 43 waar God zegt: Dit is het volk dat ik mij gevormd heb het zal mijn lof verkondigen. We zijn gemaakt tot lof van God. De apostel Petrus zegt dat in zijn 1e brief in net iets andere woorden. Hij noemt ons Priesters die God zich heeft verworven om de grote daden te verkondigen van Hem die ons uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaarlijke licht.

En die roeping om God te loven en te eren en te prijzen dat is niet voorbehouden aan een select gezelschap vaan Joden of christenen of kerkgangers. Psalm 117 zegt: Loof de Heer alle volken, prijs hem alle naties Die uitnodiging trilt door het hele psalmenboek heen. Ze wordt steeds intenser en loopt uit op psalm 150 waar alle instrumenten worden opgeroepen om samen te stemmen met alles wat adem heeft tot een uitbundige en allesomvattende heilige symfonie voor God.\En in onze lezing van vandaag zien we dat dat ook is waar alles op uit loopt. Een ontelbare mensenmenigte uit alle landen en volken, uit elke stam en taal die samenstemmen in lofprijzing en zingen: lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.

De geschiedenis van God en de mensen heeft wel iets weg van zo’n flashmob. Soms is alle muziek er uit verdwenen En blijft het tijdenlang oorverdovend stil. Of is er juist een kakofonie aan geluiden het rumoer, het kabaal, het tumult van ‘ieder zingt zijn eigen lied’. En de een die de ander probeert te overstemmen. Of klinken er alleen valse en onzuivere schrille en snerpende klanken die door merg en been gaan. Pijn doen aan je oren en aan je hart. Snijden door je ziel.

Maar dan kan ineens iemand opstaan. Zoals dat ging met die flashmob in het filmpje. Iemand die iets heeft opgevangen van het ritme, de melodie, het lied dat de Schepper schrijft in ons hart. En die ene figuur die pikt dat op wordt erdoor geraakt en begint daarin mee te bewegen in een leven van waarheid en recht, van genade en vrede. Van barmhartigheid en gastvrijheid en gevende liefde. Abram was zo iemand, en Mozes en natuurlijk ook Jezus. En dan waren er steeds weer anderen. Die de melodie oppikten, dat zelfde ritme vonden en begonnen mee te spelen, te zingen, te leven. En zo zwelt het soms aan tot een wonderlijke symfonie die blijft klinken door alle tijden heen en op alle plaatsen van Gods heerschappij. Een symfonie voor God.

Misschien klinkt het wat hooggestemd. Misschien zit er op dit moment niet zoveel muziek in uw leven. Zit u hier vooral met een somber en zwaar gemoed. Of zegt u: kijk eens naar buiten man. Wat valt er eigenlijk te zingen in de wereld van vandaag waarin we leven? En dan hebt u een punt.

Johannes die dit bijbelboek schreef ziet dat ook. Hij loopt daar niet voor weg en kijkt het kwaad in de ogen. Hij benoemt al die duistere en dreigende machten. De golven van geweld en verwoesting over deze aarde. En je voelt dat toen net als nu de schrik je om het hart kan slaan. Hoe gaat dit aflopen. Valt er nog iets te hopen. Is er nog iets om je aan vast te houden? Of zijn we met elkaar louter een speelbal van duistere machten?

Als Johannes goed naar die zingende mensenmenigte kijkt. Dan ziet hij op hun gezichten de tranen stromen.Tranen van pijn en moeite, van zorgen en vragen.  Tranen van verscheurde harten en verbroken relaties. Tranen van slopende ziektes en knagende eenzaamheid.Tranen van diepe rouw en pijnlijk gemis. Tranen ook om je eigen tekorten, Je mislukkingen en nederlagen, je falen en tekortschieten.

En je vraagt je af, van waar dan toch zoveel vreugde. Van waar dan toch die lof en dank? Die mensen die zingen door hun tranen heen. Ze kijken allemaal naar een lam. Het is een kwetsbaar en ontroerend beeld. Dat tegelijk zo krachtig is en indrukwekkend. Want dat lam staat voor Christus die het ultieme offer wilde brengen van zijn eigen hart, zijn eigen leven. Het is het ultieme offer, een offer van toewijding en overgave en gehoorzaamheid aan God. Zo zuiver, zo puur, zo kostbaar. Als een unieke nooit gehoorde symfonie voor God. Dat het net als in het verhaal van Jachid. De hemel opent zodat de weg weer vrij is voor een ontelbare stroom van mensen. Die hebben geleerd om zich door deze symfonie mee te laten nemen en er mee in te stemmen.

In juist in dat kwetsbare lam herkennen al die mensen ook zichzelf. In de weg die zij zelf gaan door deze wereld. Zij halen met hun levensstijl niet de kranten en gaan in alle eenvoud en zonder opsmuk hun gang. Als Gods stille krachten in deze woelige wereld. Als nederigen van hart, als zachtmoedigen. Als hongerigen naar gerechtigheid. Als barmhartigen en vredestichters. En zuiveren van hart

Dat laatste brengt ons terug bij het verhaal van Jachid. Zijn vioolspel kwam uit een zuiver hart en steeg op tot voor Gods troon. Zijn eenvoudige levenshouding. Zijn ongedeelde hart dat zo sterk uitging naar God dat was een symfonie op zichzelf. Een symfonie voor God.

De vraag is: wat klinkt er in ons leven? Is het een onrustige kakofonie van alles wat schreeuwt om aandacht? Onze ambities, onze geldingsdrang. Onze begeerten en driften. Onze idealen en verlangens.  Onze begeerten, onze honger? Of is er ruimte gekomen voor een dirigent. Zo’n dirigent is Gods Geest. Die als geen ander de weg weet in ons verwarde hart die de onzuivere en valse tonen er uit kan halen. En kan versterken wat zuiver is en puur en echt. Wat minder egoisme en wat meer barmhartigheid. Wat minder boosheid en wat meer vredelievendheid. Wat minder jaloezie en wat meer tevredenheid. Wat minder hoogmoed en wat meer nederigheid. Gezegend ben je als Gods Geest je leven mag dirigeren. Zo raakt we in onze levenshouding en ons doen en laten steeds beter afgestemd op onze bestemming. Zo wordt uw leven en jouw leven en dat van mij steeds meer dat waarvoor ze ten diepste is bedoeld. Een prachtige zuivere aanstekelijke symfonie voor God. Amen

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie