Rotsvast (Preek Matteüs 16:13-23)

(Jesaja 51:1-3; Matteüs 16:13-23, 1 Petrus 2:1-10)

Waarom is Jezus toch zo enthousiast? Hij vraagt zijn leerlingen: wie ben ik volgens jullie? Petrus spreekt dan die ene zin uit: U bent de Christus, de zoon van de levende God. Jezus had het kunnen laten bij een korte bevestiging. Zoiets als: amen, broeder! Zo is het en niet anders! Maar er gebeurt iets heel anders met Jezus. Die ene zin van Petrus raakt hem heel diep. Jezus barst uit in gejubel en feliciteert Petrus uitbundig. Zalig, gelukkig ben je, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben je dat niet geopenbaard maar mijn vader die in de hemel is. Waarom is Jezus toch zo enthousiast?

Ik denk dat het zo zit. Veel mensen in die tijd zien Jezus als een Elia-achtige figuur. Een soortgelijk iemand als Johannes de Doper die de weg komt banen zodat straks, ergens in de toekomst de echte Messias komen kan. Ze zien het optreden van Jezus als een soort voorprogramma, een warming-up voor het echte werk dat staat te beginnen. De komst van de Messias, is voor hen dé stip aan de horizon. Dat is het magische moment waar alles en iedereen van generatie op generatie naar toeleeft. Ieder hoopvol verhaal dat zij elkaar vertellen begint altijd weer met die ene zin: straks, als de Messias komen zal, dan…Tegen een blinde bedelaar, een verlamde man, iemand gebonden door duistere machten of aangetast door een vreselijke ziekte spreken zij steeds die ene bemoediging: sorry, ik kan nu niet zo veel voor je betekenen, maar, weet je, houd moed, als straks de Messias komt, dan.. Een beetje in de trant van dat liedje dat wij kennen: stil maar, wacht maar alles wordt nieuw…

Mensen zijn zo gewend om de Messias in de toekomst te plaatsen dat ze zich eenvoudig weg niet kunnen voorstellen dat de Messias zich in het heden zou kunnen bevinden en in het hier en nu gewoon voor hen zou staan. Zij zien met eigen ogen dat Jezus zieken geneest, gebondenen bevrijdt, doden opwekt en spreekt met gezag en toch blijven zij vasthouden aan de diep ingesleten gedachte dat de Messias vooral iemand is voor morgen, voor straks.. Straks als de Messias komt, ja dan… Het is kennelijk gemakkelijker om te geloven in een Messias die nog zal komen dan in een Messias die al gekomen is. En wat zij daarmee dus eigenlijk tegen Jezus zeggen is: voor ons bent u het toch nog niet echt, niet helemaal.

Ik herken dat eigen wel, als ik eerlijk ben. Een deel in mij zegt dat ook eerder: U zult de Christus zijn. Straks, aan het einde der tijden, dat wil ik geloven. Daar houd ik me aan vast, dat dan alles nieuw wordt. Alle tranen worden gedroogd, alle gebrokenheid geheeld. Dat is natuurlijk een mooi vooruitzicht maar als ik dat zo zeg en beleef dan plaats ik Jezus buiten mijn leven hier en nu vandaag. Dan is mijn geloof meer Joods dan christelijk. Straks, als de Messias komt, ja dan….

Voor ons die leven na Christus is er ook een andere valkuil. Namelijk dat iets in ons eigenlijk zegt: U wás de Christus. Dat wás U in bijbelse verhalen, in bijbelse tijden. Daar twijfel ik niet aan, dat geloof ik vast en zeker. En ik vind het mooi en troostvol. Om die wonderlijke verhalen te lezen en te herlezen. Maar als je niet op past sluit je Jezus op in een boek. Is Jezus eigenlijk vooral iemand van het verleden. En zo plaat je Jezus opnieuw tussen haken en op afstand van je leven hier en nu.

Ja, en dan is daar ineens Petrus met die ene uitspraak. U bent het voor mij Heer en niemand anders. U bent de Messias, de Christus. Dat betekent de Gezalfde. U bent door God zelf gezalfd om voor mij Koning te zijn en Priester en Profeet. U bent de Gezalfde en daarmee hebt u alle macht ontvangen. Om te zegenen en te vergeven. Om te genezen, te bevrijden. Om mijn leven te vernieuwen van dag tot dag. U bent het, de Christus, de zoon van de levende God. En Jezus jubelt het uit: wat ben jij een gelukkig mens Simon Barjona, want vlees en bloed hebben je dat niet geopenbaard. maar mijn vader die in de hemel is. Later zal Paulus het beamen: niemand kan zeggen dat Jezus Heer is dan door de Heilige Geest.

Of Petrus toen meteen de reikwijdte van zijn woorden heeft beseft valt nog te bezien. Maar Jezus in elk geval wel, en daarom is hij zou enthousiast. Voor Jezus is deze belijdenis echt een sleutelmoment waar alles om draait. Een inzicht waarmee alles staat of valt. Het is een belijdenis met verstrekkende gevolgen. Want als je dit werkelijk gelooft en mee zegt:U bent de Christus, de zoon van de levende God, plaats je je hele leven met iedere situatie en omstandigheid onder de directe en actieve heerschappij van de Christus, zoon van de levende God.

En Jezus zegt: als jij er echt zo in staat. Als jij mij echt ziet als dé gezalfde, de levende ook. Dan ben jij een sleutelfiguur in het koninkrijk. Christus kan dan in en door jou heen zijn werk doen. Jouw woorden, jouw gebeden, jouw daden zullen de hemel in beweging brengen. En je zult een pijler zijn in Gods gemeente. Zulke mensen zijn de rotsen waar ik op kan bouwen.

Je denkt nu misschien bij jezelf: ik zie mezelf eerlijk gezegd nou niet direct als het type rots. Zo stevig, zo stabiel voelt mijn geloof vaak niet. Weet je, als Jezus Petrus feliciteert met zijn belijdenis dan gebruikt hij heel bewust Petrus oude naam. Gelukkig ben je, Simon Barjona… Simon Barjona, Simon was de zoon van Johannes. En afgekort wordt zoiets al gauw: Simon Barjona. Het is zo’n bijnaam met een knipoog. Want je kunt er ook een verwijzing in proeven naar de profeet Jona. U weet wel, de profeet die, als God hem roept, gewoon een andere kant op kijkt en wegloopt. Jona gaat volstrekt zijn eigen gang en loopt daarin helemaal vast.

Jezus noemt Petrus ‘Simon Barjona’, Simon, zoon van Jona. Dat ziet Jezus scherp. Van nature is deze Petrus echt een geestelijke zoon van Jona. Hij heeft van zichzelf datzelfde wankele, heen-en-weer geloof. Dat blijkt meteen nadat hij deze belijdenis heeft uitgesproken. Jezus begint uit te leggen dat hij is gekomen om zichzelf te geven als Gods gave aan de mensen. Dat hij een weg zal gaan van lijden en sterven en daar wil Simon Barjona helemaal niks van weten. Hij gooit zich er met zijn volle gewicht voor en Jezus moet hem scherp terecht wijzen: Jij bedenkt niet de dingen van God maar die van de mensen. Kijk, dat is Simon Barjona van zichzelf, ten voeten uit. Iemand die de dingen vaak te menselijk benadert. En daarmee maakt hij alles plat, en vlak en gewoon. En met die al te menselijke benadering loopt onze vriend Simon Barjona God eigenlijk alleen maar voor de voeten.

En toch prijst Jezus deze wankele Simon Barjona: zalig, gelukkig ben jij, Simon Barjona. Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze petra zal ik mijn gemeente bouwen. Jij mag dan van nature een geestelijke zoon zijn van Jona. Wankel, wiebelig, wispelturig en vaak al te menselijk. Maar als jij gericht bent op Jezus als de Christus de zoon van de levende God, zul je een nieuw leven beginnen met een nieuw naam. Petrus, rotsman. Vanuit je gerichtheid op Jezus als de Christus krijgt jouw leven een stevige rotsvaste kern. Hervindt je net als Jona toch je bestemming en mag je Gods werk doen in deze wereld. Leren de dingen te gaan bekijken door Gods ogen. De dingen van God bedenken, en niet die van de mensen.

Als Jezus zegt: jij bent een Petrus, een rotsman, dan is dat een verwijzing naar Jesaja 51. Aanschouw de rots waaruit u gehouwen bent: Abram, uw vader. Die woorden zijn gericht aan mensen die zich ook niet bepaald rotsvast voelen. Integendeel, zij zijn net terug uit ballingschap en bevinden zich op de puinhopen van Jeruzalem waar geen steen op de andere ligt. Hun bestaan is gebroken, ligt aan gruzelementen. Hun generatie heeft collectief gefaald in het dienen van God. En juist in die gebrokenheid herinnert de Heer hen aan hun vader in het geloof Abram. Ook Abram is zelf niet per se zo rotsvast in zijn geloof. De rots, het fundament is niet zijn geloof maar God zelf. Zonder enige garantie vertrouwt hij op die ene stem die hem riep. Op God zelf die altijd betrouwbaar blijkt en uiteindelijk toch uit een oude onvruchtbare man een heel volk geboren laat worden. En in Jesaja 51 zegt de Heer tegen de Israëlieten: aanschouw de rots waaruit u gehouwen bent. Ga op datzelfde fundament staan als waar Abram op stond: de vaste en onbreekbare beloften van de levende God. Dan krijgt jullie leven ook diezelfde stevigheid. Dan komt ook jullie leven tot zijn bestemming en verander ik de woeste wildernis van jullie leven tot een hof, een tuin vol vreugde en lofzang.

Waarom Jezus zo enthousiast is over die ene uitspraak van Petrus? Omdat dit in één zin het hele christenleven samenvat. Je hele leven als Christen op deze aarde is in de kern één oefening om in alle omstandigheden met je hele bestaan gericht te zijn op Christus. De gezalfde koning, profeet en priester die echt de zoon is van de levende God. Hij is het, en Hij is het helemaal en Hij is het elke dag opnieuw. Hij is voor ons is geworden wijsheid van God  en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing

Als je vanuit deze constante en intense concentratie leeft krijgt je leven een stevige kern en kun je samen met anderen die ook van datzelfde geheim leven een hechte gemeenschap vormen. Wordt je een bouwsteen in een hecht gebouw, een stevig en veilig huis dat de tand des tijds kan doorstaan. Sinds Abram is de bouw van dat huis begonnen. En in iedere generatie zijn ze er opnieuw. Mensen die uit diezelfde rots zijn gehouwen en zich als levende stenen laten invoegen. En zo groeit het huis van God steen voor steen. Het huis staat stevig en onwankelbaar want het rust op een onwankelbaar fundament. Op Christus zelf, de zoon van de levende God. Hij is de hoeksteen. Op Hem staan we vast. Rotsvast.

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie