Obed de dienaar

Ruth 4: 13-18; Matteüs 1: 1-5 – luisterlied: Coldplay – Everyday Life

Ken jij het Tv-programma ‘verborgen verleden’? Een bekende Nederlander gaat op zoek naar zijn of haar familiegeschiedenis. Ze gaan zover mogelijk terug in hun stamboom. Komen er allerlei voorouders tegen. Iedere voorouder heeft een eigen verhaal. En al puzzelend begrijpt de BN-er vaak zelf ook beter wie hij of zij zelf is.

Want of je het leuk vindt of niet. Je draagt iets van je voorouders met je mee. Misschien iets van de aard van de streek waar jouw familie vandaan komt. Het maakt nogal wat uit of je uit Zeeland komt, of uit Twente of Groningen of Limburg. In het Westen zeg je tegen elkaar: schat: wat hou ik toch waanzinnig veel van je. Niet normaal. In het Oosten zeggen ze: je loopt me nog niks in de weg. In het Westen: lieverd, wat kun jij toch fantastisch koken. hemels gewoon. In het oosten: het is best binnen te houden.

De sociale klasse van je voorouders doet er ook toe. Kom je uit een vooraanstaande, goed ontwikkelde familie.Of zijn je voorouders vooral laagopgeleide arbeiders. Dat bepaalt voor een deel de cultuur, de sfeer in de familie. Of je voorouders gelovig waren en op wat voor manier kan ook een heel verschil uitmaken en iets van dat alles draag je met je mee. Bepaalt ook mee wie je bent.

Als je aan de slag gaat met je stamboom hoop je onder je voorouders helden tegen te komen.Mensen van naam die de familienaam aanzien geven.Maar het kan ook zomaar gebeuren dat je stuit op zwarte bladzijden in de familie. Familieleden, gebeurtenissen waar men zich voor schaamt en waar niet over gesproken kan worden. Fout geweest in de oorlog, incest, misbruik. ongelukkige huwelijken, verslavingen, tragische ongelukken, zelfdodingen.Iedere familie heeft wel van die zwarte schapen.Zo iemand die pijnlijk ontbreekt in het familiefotoalbum. In de fotolijstjes aan de muur. Ook zoiets kan sporen nalaten in wie je bent.

In deze Adventsweken bladeren we door het familiealbum van Jezus. Als Mattheüs wil uitleggen wie Jezus is, begint hij anders dan de andere evangelisten op een heel eigen manier. Met zijn stamboom. Hij laat zien in welke familielijn Jezus staat. Je komt er grote, klinkende namen in tegen als Abram, Izak, Jakob, David en Salomo. Mattheüs, die zijn evangelie schrijft aan Joodse lezers, zegt daarmee: Jezus is echt een van ons. Een echte zoon van Abram, een kind van Israël.

Maar het wonderlijke is dat je al bladerend in Jezus familiefotoalbum ook foto’s tegenkomt van mensen die je er niet zozeer in verwacht. Koningen die God niet dienden. Mattheüs plaats er ook enkele vrouwen in.Op zichzelf al bijzonder in een mannensamenleving. En dan zijn het ook nog vrouwen met een bedenkelijke reputatie.Tamar die zich als prostituee voordeed en zo haar schoonvader verleidde.Bathseba die verzeild raakte in een affaire met David.En dan zijn er zelfs twee niet-Joodse vrouwen.Rachab de Kanaänitische die werkte als prostituee op de muren van Jericho en Ruth de Moabitische die met haar schoonmoeder meekwam en zich in Bethlehem vestigde. Alsof Mattheüs aan zijn Joodse lezers al meteen wil zeggen: Jezus was dan wel echt een van ons, een Jood. Er is in het verhaal, de beweging van Jezus altijd ook ruimte geweest voor alle volken. Gods huisgezin is nooit een clan of kliek geweest. Gods huisgezin is inclusief. Bij Mattheüs is dat zo belangrijk dat zijn evangelie er ook mee eindigt: ga dan heen, onderwijs alle volken.

Met dit wonderlijke fotoalbum wil Mattheüs ook zeggen: Jezus schaamt zich er niet voor om zich te verbinden aan zwarte schapen.Om deel uit te maken van levens met een randje om in één adem genoemd te worden met brokkenpiloten en scheve schaatsenrijders.Door in deze lijn geboren te worden met alles erop en eraan is Jezus echt vooral een van ons. Deelt hij in onze gebrokenheid, kwetsbaarheid.

Toen ik van de week die stamboom zat te bekijken dacht ik: eigenlijk wel heel mooi hoe zorgvuldig God ons mensen voorbereidt op de komst van Jezus. Hij laat zijn Zoon niet plompverloren en out of the blue neerdalen zonder enige connectie met vorige generaties. Maar in plaats daarvan werkt God aan een stamboom, aan een familielijn en langs die lijn zie je hier en daar ineens al even Messiaanse familietrekken.Glimpen van de Gezalfde die langs deze lijn komen zal.

Vorige week hebben de kinderen in het kinderkwartier dat geproefd bij Juda. Iets van het hart van een leeuw. Van moed, kracht, grootsheid, heerschappij. Vandaag staan we stil bij Obed. Rond deze Obed in wie iets heel anders oplicht van wat we later zullen tegenkomen bij Jezus. We komen Obed tegen in het boekje Ruth. Het is een Bijbelboek met een heel eigen sfeer. Het is een boekje over het gewone leven,van een gewone familie. Ruth is een door en door menselijk verhaal. Niet een verslag van grote wonderen die gebeuren dankzij een krachtig ingrijpen van God. In Ruth gaat het niet over God die voortdurend tot mensen spreekt.

Ruth gaat over het gewone leven waarin mensen hun weg zoeken.Ze zoeken en tasten, ze dwalen en komen weer thuis.Het boek Ruth vertelt over de diepten van het mensenleven. Over honger en dood, over loslaten, verlies en gemis.Over de pijn van het scheiden, over de bitterheid. Dat zien we het sterkst bij Noömi.De vrouw die in den vreemde haar man en twee zonen verliest.

Als zij na al die jaren terugkeert naar Bethlehem roept ze tegen de vrouwen van het dorp. Weet je: Stop alsjeblieft met Noömi naar me te roepen.Noömi betekent liefelijke. Nou, er is niks liefelijks aan dit leven, aan mijn leven. Noem me Mara, bitterheid. Want de Ontzagwekkende heeft mijn lot zeer bitter gemaakt.Toen ik wegging had ik alles.Maar de Heer heeft mij met lege handen laten terugkomen.Waarom mij nog Noömi noemen nu de Heer zich tegen mij heeft gekeerd? Nu de Ontzagwekkende me kwaad heeft gedaan?

En te midden van dit zo kwetsbare en onvolkomen bestaan zijn er in het boekje Ruth ondanks alles toch ook tekenen van hoop, lichtpuntjes, zonnestralen.In mensen die in elkaar soms even het gelicht van God zien oplichten. In Ruth die haar geboorteland Moab achterlaat en haar eigen toekomst opgeeft om voor haar schoonmoeder te zorgen. In Noömi zelf die een plan bedenkt om Ruth aan een goede man te helpen.In Boaz die zijn verantwoordelijkheid neemt en trouwt met Ruth en voor een nakomeling zorgt. En op deze verborgen, aardse manier in kleine gebaren is God op de achtergrond toch zeer aanwezig. Adembenemend, ontroerend dichtbij.

Iets van deze verwondering, ontroering proef je in het slot van het boek Ruth. Als daar opnieuw een ontmoeting is tussen Noömi en vrouwen uit Bethlehem die nu op hun beurt het woord nemen.Dit keer geen bittere klacht, geen zucht, geen vloek.Maar de taal van verwondering, lofprijzing: Geprezen zij de Heer die jou vandaag iemand heeft gegeven die voor je zorgen zal. Moge zijn naam in Israël blijven voortbestaan.Hij zal je je levensvreugde teruggeven.En je onderhouden als je oud bent. Noömi heeft een zoon gekregen, zeiden ze. En ze noemden hem: Obed. Obed, dienaar betekent het. Dat is wat deze vrouwen heeft geraakt. In alles wat er gebeurt daar in Bethlehem. Het hart van een dienaar, dat hebben ze geproefd bij Ruth de Moabitische. Die zichzelf en haar eigen toekomst wegcijferde voor Noömi. Het hart van een dienaar, dat heeft ook Noömi laten zien die het beste zocht voor haar schoondochters toen ze aan de grens hen dringend aanraadde om aan zichzelf te denken en in Moab te blijven. En toen ze later een nogal ondeugend en gewaagd plan bedacht om Ruth aan Boaz te koppelen. Het hart van een dienaar, dat geldt ook Boaz, het gaat om in alles om Ruth en Noömi. Nergens gaat het hem om zichzelf. Vandaar deze naam: Obed! Dienaar!

Deze vrouwen in dat dorpje van niks Bethlehem kijken niet alleen terug maar ergens ook al vooruit. Zij hebben een wijde blik en proclameren deze naam over het hele land. Letterlijk staat er: worde in Israël zijn naam geroepen: Obed! En dat is wat gebeurt. Over de grenzen van de tijd heen klinkt het ook in later tijden: Obed, dienaar. Jesaja neemt die naam op zijn lippen: Obed als hij schrijft over de knecht van God, in het Hebreeuws. Ebed Jahweh. En de trekken van de Messias worden in ieder tijdvak helderder.

Mattheüs heeft in Jezus dit hart van een dienaar gezien. En denkend aan Jezus ook teruggedacht aan die Obed-lijn. Als velen Jezus beginnen te volgen en Hij hen allen geneest, verbiedt Jezus hun uitdrukkelijk om bekend te maken wie hij is. Mattheüs schrijft dan: zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: hier is de dienaar die ik mij gekozen heb (..)

Mattheüs heeft gezien dat Jezus zijn volgelingen vormt tot dienaren: wie van jullie de belangrijkste wil zijn zal de anderen moeten dienen en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn. Zoals de mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden maar om te dienen.Maar om zijn leven te geven als losgeld voor velen,

En ook de apostelen op hun beurt wijden anderen weer in om de houding aan te nemen van een dienaar: Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had hield zijn gelijkheid aan God niet vast maar deed er afstand van.Hij nam de gestalte aan van een dienaar.(Filippenzen 2)

Soms, als je op een familiebijeenkomst bent en al die verwanten om je heen ziet, herken je sommige familietrekken bij de anderen. En zie je ineens weer waar je deel van bent. Zo is het ook in Gods huisgezin.Kijk straks bij het avondmaal eens even om je heen.Je ziet vast broers en zussen in wie je de Obed-trek herkent. Het hart van een dienaar. Het behoort echt tot het DNA van de Jezusfamilie.

De Nederlandse theoloog Miskotte zag in de jaren dertig donkere wolken hangen van het opkomend fascisme. Hij voelde al de verwoestende kracht ervan en vroeg zich af hoe je je er tegen kunt wapenen.En juist toen, in een wereld van macht en geweld schreef hij toen in 1938 een boek over Ruth met als titel: het gewone leven.

Hij leest dat boek Ruth als een tegenverhaal. Er is geen held, geen geweld, geen macht, geen verheerlijking van eigen ras en eigen vaderland. Ruth gaat over het gewone menselijke leven Het is een verhaal over de zachte krachten.Als tegenstem tegen het machisme, de stampende laarzen, het gebral. Over het leven niet willen prijsgeven aan het cynisme. Zoals het boek Ruth uitloopt op de geboorte van Obed, de dienaar zo komt het gewone leven tot haar bestemming in een mens die heeft geleerd wat dienen is. Het dienen van God en het dienen van wie je pad kruist.

Wat kunnen jij en ik praktisch met dit verhaal? De geboorte van Obed, het boekje Ruth? Misschien dit: let deze week eens op waar en wanneer je iets van Obed tegenkomt.En vraag jezelf eens af voor wie jij een Obed kunt zijn. En hoe dienen er dan uitziet? In het boek Ruth is dienen soms leren vasthouden in trouw.En op andere momenten is dienen juist loslaten met pijn.Dienen is meestal de ander die op je pad komt tegemoet treden met kleine gebaren van vriendelijkheid, hartelijkheid en gastvrijheid.

Iemand liep in een droom een winkel binnen. Achter de toonbank stond een engel. Ik vroeg: “Wat verkoopt u hier?”. “Alles wat u maar wilt,” zei de engel. “O,” zei ik, “echt waar? Nou, doe dan maar vrede op aarde. Gezondheid en onderdak, vrijheid en respect voor iedereen. O ja en een einde aan honger en armoede. “Wacht even,” zei de engel. je begreep me verkeerd. Wij verkopen hier geen vruchten, alleen maar zaden die jij dan zelf kunt zaaien”.

Maar voordat je jezelf helemaal verliest in net als Martha vooral veel dienen nodig ik je uit om ook de Maria-modus te zoeken. Neem in deze 2e adventsweek, bewust momenten om je te verwonderen over Jezus die zegt: Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen en mijn leven te geven als losgeld voor velen,

Mooi, hoe deze vrouwen in Bethlehem zich uitdrukken: er is voor Noömi een zoon geboren. Je kunt ook vertalen: er is aan Noomi een zoon geboren. Dit kind is niet de vrucht van haar inspanningen. Het wordt haar letterlijk in de schoot geworpen. Het lijkt een klein onbetekenend moment.De geboorte van een jongetje ergens in Bethlehem. En toch is precies dat de manier waarop God jou, mij en de wereld redt. Een kind is ons gegeven, een zoon is ons geboren. Zijn naam is Jezus. Amen


Presentatie: