Gaan op blote voeten
1Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. 2Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. 3Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. 4Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand
(Lukas 10: 1-4 NBV ‘21)
Ik zou wat gedachten willen delen bij een zinsnede uit vers 4: “Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee”. En dus vooral even over dat ‘geen sandalen’. Je kunt dit om te beginnen natuurlijk letterlijk nemen. Geen sandalen, dat betekent dan 'gaan op blote voeten.' Op blote voeten gaan wordt in het Westen door heel wat mensen opnieuw gewaardeerd. Sommige bedrijven hebben inmiddels blote voeten-dagen op kantoor. Er zijn in de natuur steeds meer blote voeten paden te vinden. Er is een heuse wereldwijde beweging van barefooters, die bij voorkeur op blote voeten lopen of op minimalistische barefoot-schoenen. En de gedachte erachter is dat lopen op blote voeten je goed doet. Het is goed voor je voeten zelf. Het is goed voor de verbinding met je hele lijf en het heeft ook mentale effecten: je concentratie neemt toe, je denken wordt rustiger het geeft je een gevoel van vrijheid en algehele ontspanning. Ik heb het vandaag maar eens zelf uitgeprobeerd. Vanmorgen de deur uit gestapt op blote voeten. En dat de hele dag volgehouden. Ontdekken wat het met me doet. Het leverde onderweg verwonderde blikken op en hier op het werk leuke gesprekjes. Ik zat vandaag ook zeker meer in mijn lichaam. Was aandachtiger voor mijn omgeving.
Langs deze letterlijke lijn denken we aan Mozes en later ook Jozua. Zij kregen op momenten de opdracht: trek je sandalen uit, want de plaats waar je op staat is heilige grond. De profeet Jesaja wordt vrijwel altijd afgebeeld op blote voeten als verwijzing naar de drie jaar dat hij blootsvoets en sowieso zonder kleding rondtrok. Later hebben ook anderen zich geoefend in barefoot discipleship. Zo namen Franciscus van Assisi en Clara van Assisi het op in hun leefregel: het zogenaamde privilegium paupertatis, het voorrecht van de armoede, afzien van schoeisel. En Ignatius van Loyola maakte ooit pelgrimage op blote voeten naar Jeruzalem.
Neem geen beurs, geen reiszak en geen sandalen mee, zegt Jezus. Je kunt in commentaren over dit vers verhandelingen vinden over de vraag of het hier echt gaat over gaan op blote voeten. Of dat ze alleen geen extra paar reservesandalen mee mochten nemen. Dat laatste is trouwens wel aannemelijk als je het vergelijkt met hoe Markus en Mattheüs over dit uitzendmoment schrijven. De schrijver Adrian Plass, zelf overtuigd christen en komiek, steekt graag de draak met dit soort discussies. In een van zijn beroemde gewijde dagboeken laat hij de leerlingen reageren op deze opdracht om geen sandalen mee te nemen. “En zie, één der zeventig stak zijn hand op, sprak en zeide: “Als Gij spreekt van sandalen Heer, doelt gij dan op een algemene term die alle vormen van schoeisel omvat of spitst Gij uw aanwijzing toe op sandalen in het bijzonder? Ik vraag dit slechts omdat ik een uitmuntend paar wandelschoenen bezit ideaal voor hen die rondtrekken zoals gij ons inderdaad opdraagt te doen.”En voordat de Heer kon antwoorden, zie een ander stond op en zeide: “Ik hoor wat Gij zegt maar de huid die mijner voetzolen bedekt, is gelijk die van mijn vriend, Fidibus, namelijk dat deze spoedig gevoelig en pijnlijk wordt zodra wij op ongeëffende paden treden. En het dunkt mij dat twee mannen die zwaard op elkaar leunen en langzaam en pijnlijk hun weg zoeken, ‘Oo!’ en ‘Ah!’ en ‘Au!’ roepend telkenmale als zij hun voet nederzetten, dat zulks onder diegene die nederzitten in de poorten van de plaatsen waarheen Gij ons zendt, spotternij kan verwekken als wij hun het nieuws verkondigen dat de Zoon van God naderbij komt. ‘In wat voor staat moeten zijn voeten dan wel zijn, als Hij niet eens deze twee jokers kan bijhouden’, zo zullen zij spotten. Mogen wij daarom, Meester, uw zegen vragen over het idee dat wij lappen en vodden om elk mijner voeten wikkelen zowel als om de voeten van mijn vriend. Lappen en vodden vallen immers ruim buiten de definitie van sandalen zoals Gij eveneens zult beamen.”
Plass schrijft dan: “En zie, weldra vulde een geluid als van vele wateren de plaats waar zij bijeen waren, en allen noemden zij in een Babylonische kakafonie aan schoeisel verwante waren. Jezus nu hier zijn hand op en zeide: “Wacht eens even! Laat ik het nog eenmaal duidelijk stellen: Geen sandalen betekent niet aan uwer voeten. Duidelijk? Niets! Wandelschoenen noch lappen en vodden, noch tennisschoenen, noch hoge basketbalschoenen, noch rolschaatsen, noch skateboards, noch iets dat ik zou kunnen aanmerken als sandalen in de meest brede zin van het woord. Allen begrepen? Goed, vertrekt gijlieden nu twee aan twee en...”
Maar dan komen er ook vragen bij over wie niet met die specifieke ander op pad wil maar liever met een ander, en over wat er behalve geen geldbuidel, reistas of sandalen dan nog wel mee zou mogen en wat precies moet worden verstaan onder een geldbuidel enz. enz. Het einde van het liedje is dat er helemaal niemand op pad gaat.
Of je nu wel of niet letterlijk op blote voeten loopt. De essentie zit in de houding die Jezus vraagt. Eugene Peterson parafraseert in zijn bekende The Message: Keep it simple! You are the equipment! Jullie zijn zelf de belichaming van de boodschap. In jullie eigen manier van zijn, in hoe jullie je opstellen. Het is inmiddels ook de titel van een prachtig boek: barefoot discipelship, discipelschap op blote voeten.
Waar staat dan die blote voeten symbool voor? Wat voor houding is dat? Ik denk een paar dingen. Als eerste zou ik noemen ontwapenende dienstbaarheid. Ik zag het een collega eens letterlijk doen. Jaren terug, op zondagmorgen ergens in Marseille in Zuid-Frankrijk. Tijdens een zendingsconferentie, een kerk vol theologen. Een Britse collega was gevraagd de preek te verzorgen. Over de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik. Hij stond daar in nette kleding en op blote voeten Ik sprak hem na deze dienst en hij zei dat hij er tegenop had gezien. Een kerk vol theologen, waaronder ook heel wat Nederlanders. En jullie Nederlanders, jullie zijn zulke gedegen predikers. En jullie zijn zo mogelijk nog beter in het fileren van iemands preek bij de koffie. Hij was zelf getrouwd met een Nederlandse theologe en predikante. En, zei hij, ik bedacht: nu mezelf niet gaan wapenen, nu niet daar geharnast gaan staan. Trek je schoenen uit, en ga daar staan op blote voeten. Kwetsbaar, ontwapenend, als een nederige dienaar
Dat het niet maar een trucje was voor hem werd me later duidelijk toen hij in Nederland voor de zoveelste keer te laat kwam op een overleg en toen hij hierop op zijn Nederlands op de vingers werd getikt vanuit onze voorliefde voor punctualiteit. Hij merkte fijntjes op: Denk je niet dat de barmhartige Samaritaan nog wel eens een tikkie te laat op een overleg kwam? Hij bedoelde: is wie of wat zich onderweg aandient op je pad vaak niet belangrijker dan die obsessie van ons met op tijd zijn? Hij had dus ook echt iets van een dienaar willen zijn voor wie op je pad komt. Nu, vele jaren later, is deze collega overigens bisschop in de Anglicaanse kerk in Engeland. Een bisschop op blote voeten.
Behalve deze ontwapenende dienstbaarheid kunnen blote voeten ook symbool staan voor zoiets als eerbiedige ontvankelijkheid. Max Warren, een missioloog uit de vorige eeuw, pleitte voor een theologie op bloten voeten. Hij noemde dat een theologie van de attentie. In een beroemde quote zei hij: “Onze eerste taak wanneer we een ander volk, een andere cultuur of een andere religie benaderen, is onze schoenen uit te trekken, want de plaats die we betreden is heilig. Anders lopen we wellicht de dromen van mensen onder de voet. Nog ernstiger is dat we zouden kunnen vergeten dat God er al was vóór onze komst. We moeten ons dus afvragen wat de authentieke religieuze inhoud is van de ervaring van de moslim, de hindoe, de boeddhist of wie het ook maar mag zijn.”
Op blote voeten kun je niet over alles heen stampen en walsen maar moet je voetje voor voetje kijken waar zich het landschap voor je opent. Waar er een begaanbaar pad is. Zo voelde ik dat ook toe ik vanmorgen op blote voeten door de wijk heen naar de hogeschool wandelde. Je proeft dit accent op aandacht voor wat er al is, deze ontvankelijkheid. In de context van deze woorden van Jezus in Lukas 4 lezen we dat er zich deuren voor je zullen sluiten. Daar hoef je niet iets te forceren en trek je verder. Er zullen zich ook mogelijkheden voor je ontsluiten. Deuren voor je opengaan, personen en plaatsen van vrede op je pad komen. Daar mag je meebewegen met wat Ik daar al aan het doen ben. En zul je getuige zijn van wat Ik nog wil doen. In momenten en processen van bekering, heling, herstel, vernieuwing. Er zal soms ineens iets zichtbaar worden van Gods nieuwe wereld
Blote voeten symboliseren dus dienstbaarheid en ontvankelijkheid. Voor mij staan ze ook voor eigenheid. Om je niet te verschansen achter een rugzak vol kennis en competenties en een indrukwekkende CV. Maar in de ontmoeting met de ander ook echt zelf mee te komen, zelf aanwezig te zijn. Met jouw eigenheid, jouw levensverhaal, jouw weg. Jouw eigen stem en klank en kleur. In Lukas 4 lezen hoe Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzendt. En dan samen ook naar specifieke plaatsen gezonden. Twee aan twee dus. Elkaar tot een hand en een voet. De een aanvullend op wat de ander. En samen gegeven aan de gemeenschappen waar zij neerstrijken.
Ooit werd ik zelf uitgezonden als theoloog naar een theologische universiteit in Beiroet. Ik was tien jaar missionair werker geweest in het volkse en multiculturele Antwerpen-Noord. Met twee voeten in de modder zeg maar. Ik was op een kennismakingsbezoek geweest in Beiroet en was daar echt een andere wereld binnengestapt. Een samenleving waarin eer en schaamte domineren. Status en reputatie ertoe doen. Mijn toekomstige collega’s bleken overwegend oudere heren. Gepromoveerd aan Princeton, Harvard en andere gerenommeerde plaatsen. Er werd veel belang gehecht aan naamsbekendheid, publicaties. Er werden vooral hoorcolleges gegeven en er was een behoorlijke afstand tussen de professoren en de studenten. En daar kwam ik met mijn wat jeugdige voorkomen en mijn voorliefde voor dialogisch werken en interactie, mijn Nederlandse voorliefde voor informaliteit en gelijkwaardig werken. Voor kritische en mondige studenten. En ik herinner me dat ik in mijn voorbereidingstijdmijn colleges en syllabi aan het maken was en me zat te pijnigen met de vraag hoe ik aan zou kunnen sluiten bij de heersende cultuur binnen dit instituut. Qua manier van doceren en qua hoog academische ambities. En in die tijd sprak ik mijn zorgen uit tegenover een goede vriend die me een wijze raad gaf die me tot op de dag van vandaag is bijgebleven. Hij herinnerde me aan David die zich voorbereidde op de clash met Goliath. Hij kreeg aanvankelijk het harnas van Saul kreeg aangemeten en kon zich daar niet in bewegen. Te groot, te zwaar, te log. Hij bevrijdde zich van dat harnas en ging op weg als herdersjongen in zijn vertrouwde kloffie zeg maar op blote voeten en met een slinger en een handjevol stenen. En dat bleek genoeg te zijn. Voor David en ook voor mij.
Blote voeten, ze kunnen dus symbool staan voordienstbaarheid, ontvankelijkheid, eigenheid. Gaan op blote voeten. Het staat voor een manier van werken die ook wel undefended wordt genoemd. Ik heb me er de afgelopen maanden in verdiept. Hoezeer ons doen en laten ingegeven kan zijn door angst. Dan stellen we ons diep van binnen zomaar wat defended, gepantserd op om onszelf wat te beschermen en zijn we niet echt vrij. Hebben we niet altijd zoveel kleur op onze wangen. Wordt onze eigenheid, onze stem en klank niet altijd zo zichtbaar en hoorbaar. Undefended leven en werken is jezelf oefenen in een andere mindset. Minder vanuit schaarste, meer vanuit overvloed. Minder vanuit kramp en controle, meer van wat je gegeven wordt, wat zich aandient onderweg en vaak ook in de ander. Minder gericht op imponeren, presteren en verdienen. Meer levend vanuit de diepste bronnen en Bron van erkenning. In dat wat jij hebt ontvangen en waarvan je dus ook mag delen. Minder gepantserd en geharnast dus en eenvoudig te durven gaan op blote voeten. In de taal van Lukas 4: als lammeren onder de wolven
En vandaag krijgen wij deze woorden mee van Jezus om te gaan. Ga maar op weg en wees en blijf onderweg ontwapenend dienstbaar aan wie je pad kruist, eerbiedig ontvankelijk voor wat en wie zich aandient en aanstekelijk vrij vanuit jouw eigenheid. Ga maar op weg, undefended en op blote voeten. In het spoor van Hem die ons hierin voorging. Niet om gediend te worden, maar om te dienen.
Mede geïnspireerd door: Adrian Plass, Het tweede gewijde dagboek, 1997, p.9-12