Jezus de Morgenster

(Openbaring 22:12-16; 2 Petrus 1: 16-19 – filmfragment Shawshank Redemption)

Deze laatste dagen van het jaar komen in de media de jaaroverzichten voorbij. Opvallende gebeurtenissen die dit jaar kleurden passeren nog eens de revue. Je komt er de winnaars tegen, maar ook de verliezers. Er zijn rising stars die dit jaar opkwamen, schitterden. Er zijn er verliezers die juist veel van hun glans verloren. Er zijn de lijstjes van mensen van naam die in 2019 hun laatste adem uitbliezen. Niemand ontsnapt aan de wet van het leven: opgaan, blinken en verzinken. Ieder mens krijgt korter of langer de tijd om zijn/haar lampje te laten schijnen. Tot de tijd voorbij is, het kaarsje dooft. En de ster verbleekt. Zoals vuurwerk, even kan het prachtig oplichten en dan verwaait het en resteert alleen nog de verpakking, de lege huls.

Dat beeld van een oplichtende ster komen we tegen op de laatste bladzijde van de Bijbel. Zeg maar op de oudejaarsavond van de bijbel als het bijna af is, om vijf voor twaalf reikt Jezus ons nog een laatste naam aan. Ik ben de stralende morgenster.

Stralende Morgenster. Dat is best een bijzondere naam eigenlijk. Het zegt iets over de manier waarop Jezus in deze wereld aanwezig is. Niet overdonderend, niet overweldigend. Hij is een ster die eenvoudigweg straalt. Hij maakt geen kabaal, knalt niet, knettert niet. In alle eenvoud straalt hij alleen. Je kunt tijden lang finaal aan Hem voorbij leven. Als je niet omhoog kijkt mis je hem compleet. Ik ben de stralende Morgenster.

Ik ben de stralende Morgenster. Hij, de Heer van alle Heren, die de naam draagt boven alle namen en alle sterren in zijn handen houdt. Hij noemt zichzelf de stralende Morgenster. Één ster dus, tussen vele andere sterren. Het brengt me tot de vraag:

  • Welke sterren schijnen er voor mij nog meer dan?
  • Bij welke sterren heb ik dit jaar geleefd?
  • In welk licht ga ik mijn weg?
  • Wie of wat neemt in mijn leven de plaats in van een ster?
  • Welke sterren lichten er op

Op dat schermpje waar ik zoveel tijd naar zit te staren?

  • Ben ik vooral erg druk in de weer om te shinen, zelf een ster te willen zijn? Gezien te worden, bewonderd?

Tussen alles wat glittert en schittert, zegt Jezus: Ik ben de stralende Morgenster. Het is dus best een bescheiden beeld. Een ster tussen veel andere sterren. Een ster die in alle stilte straalt met een eigen wonderlijk licht

Het is tegelijk ook wel een hoopvol beeld. Jezus zegt niet: ik ben een stralende ster. Hij zegt met nadruk: ik ben de stralende Morgenster. Dat is de ster die heel helder straalt juist aan het einde van de nacht. De zon is zelf nog niet zichtbaar en het is eigenlijk nog volop nacht. Maar de zonnestralen worden al wel heel helder weerkaatst door die ene morgenster. Wij weten nu dat dat de planeet Venus is. En die Morgenster, dat ene lichtpunt in de duisternis is de voorbode van een nieuwe dag. De Morgenster weerspiegelt de eerste zonnestralen en niets of niemand kan de zonsopgang nog tegenhouden. De nacht wordt hoe dan ook verdreven. Jezus zegt daarmee zoiets als: bij Mij, in Mij vind je rust, vrede, vreugde, hoop. Maar weet, Ik ben slechts een Morgenster. Dat je nu nog echt een nachtleven leidt. En dat de dag echt nog moet gaan beginnen.

Petrus pikt dit beeld van de Morgenster op in zijn brief. Hij denkt terug aan een bergtopervaring. Hij is daar samen met Jakobus en Johannes. Jezus verandert voor hun ogen van gedaante. Zijn gezicht begint te stralen als de zon. Zijn kleren worden wit als het licht. Er is een stem uit de hemel. En nadrukkelijk staat er dan: toen zij opkeken zagen zij Jezus alleen. En Petrus zegt: dat is wat er met je gebeurt als je leeft bij de woorden van God. Dan gaat er stapje voor stapje een soort van licht op in je. Er is nog steeds veel duisternis in en om je heen maar wat je ziet en ontdekt van Jezus dat  maakt verlangen en hoop in je los. Dat er een prachtige nieuwe morgen op komst is.

Laten we samen kijken naar een fragment uit de film Shawshank Redemption. Andrew Dufregne is onterecht in de gevangenis terecht gekomen. Hij start er een bibliotheek. Brengt boeken en muziek binnen de muren van de gevangenis. En zaait zo hoop in deze donkere, duistere wereld. Op een dag ontdekt hij een langspeelplaat met operamuziek van Mozart. En hij besluit die plaat af te spelen via de speakers van de gevangenis. Kijk even mee naar wat er dan gebeurt. [fragment Shawshank Redemption]

Terwijl deze betoverend mooie muziek door de gevangenis klinkt, zegt de voice-over: Ik heb geen idee waar deze Italiaanse dames over zongen. Ik denk graag dat het te mooi is om te verwoorden. Zo mooi dat het je hart pijn doet. Ik zeg je, deze stemmen zweefden hoger en verder dan waar wie dan ook in deze plek zou durven dromen. Het was alsof er een prachtige vogel onze kleine kooi was binnen gevlogen en even alle muren liet verdwijnen. En voor een kort moment voelde iedere man in Shawshank zich vrij.

De schrijfster Emily Dickinson schreef ooit in een gedicht: Hoop is dat ding met veertjes dat neerstrijkt in de ziel. Er wijsjes zonder woorden zingt. En nooit valt hij er stil. De apostelen vertellen ons: Christus is onze Hoop, in persoon. En uit de laatste naam waarmee Hij zichzelf aan ons bekend maakt spreekt heel sterk hoop.

Wij krijgen vanavond een bemoediging, een aansporing mee om met eenzelfde beslistheid vasthouden aan deze God. Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en je doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Voor Petrus is de Bijbel als de lamp die in het oosten bij het vallen van de avond wordt aangestoken en de hele nacht blijft branden. Tot de lamp niet meer nodig is omdat de nieuwe morgen is aangebroken.

Dat zal een wonderlijk moment zijn. Dan sluiten we onze Bijbel en schuiven we die aan de kant. We pluggen onze oortjes uit, geen eerst ditje meer nodig, spotify worship lijstjes zijn overbodig. We doven onze Paaskaarsen. En vergeten op slag alle andere sterretjes in ons leven. Dan is Jezus daar zelf in volle glorie. En mogen we Hem zien zoals Hij is. Hij die de wonderlijke naam draagt: Morgenster.

Wij kunnen elkaar wel eens vragen ben je een avondmens of een ochtendmens? Wat geloof betreft zijn we bedoeld om ochtendmensen te zijn. We weten hoe donker de nacht kan zijn. Maar er is ons in Jezus een licht opgegaan. En weten dat de nacht hoe donker ook,  voorbij zal gaan en plaats moet maken voor de dag. En we stemmen ons leven midden in de duisternis toch al af op de dag die komt. Vasthoudend aan de vaste woorden van God gaat de Morgenster steeds meer op in onze harten en worden we met vallen en opstaan steeds iets meer waartoe de apostelen ons aansporen: kinderen van het licht, lichtende sterren. En beginnen we ondanks alles toch hoopvol en met goede moed aan een nieuw jaar.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie