In hetzelfde schuitje (Matteüs 14:22-33)

Klik hier voor een video-opname van de onlinedienst waarin deze preek werd gehouden.

We zitten deze dagen samen in hetzelfde schuitje. Nu het Coronavirus om zich heen grijpt en veel van het gewone leven stil legt. Samen hebben we onze zorgen en onzekerheid. Samen zijn we allemaal kwetsbare mensen. Samen zoeken we ook naar hoop en betekenis. Ook letterlijk zitten we in hetzelfde schuitje. Als we deze weken grotendeels samen thuis doorbrengen. Vandaag lezen we over de leerlingen van Jezus die letterlijk in hetzelfde schuitje zitten. En juist daar samen levenslessen leren.

Matteus 14: 22-33

Opvallend he? Dat Jezus zijn leerlingen heel bewust samen het water op stuurt. Bij eerdere overtochten over ditzelfde meer stapte hij zelf ook aan boord. Was hij dichterbij, aanweziger. Maar deze keer stuurt hij ze samen op weg. En blijft hij zelf heel bewust achter.

Als ze in datzelfde schuitje zitten en midden in de nacht samen het meer over steken komen ze in zwaar weer terecht. Forse tegenwind, golven die het schip teisteren. Kwellen staat er letterlijk. Ze worden hevig heen en weer geslingerd. Angstig is dat. Matteus zegt erbij dat ze op grote afstand van de vaste wal zijn. Ver verwijderd dus van vaste grond onder de voeten.

Misschien zeg je: nou in dat schuitje zit ik ook. Onzeker, wiebelig, gestresst, kwetsbaar. Ik voel me een speelbal van de golven. Oké, we zijn niet in alles hetzelfde. En gaan ieder op onze eigen manier mee om met wat deze bijzondere tijd van ons vraagt. Maar we worden allemaal op de proef gesteld in onze neiging om vastigheid te hebben. Om de dingen te willen beheersen.

Jezus bespaart zijn leerlingen deze ervaring niet. Hij stuurt ze aan het begin van de avond bewust samen het water op. En blijft dan zelf achter. En hij laat hen daarin ook echt een poos zwoegen. Urenlang blijft hij op de achtergrond terwijl zij samen ploeteren en niet verder komen. Pas tegen het einde van de nacht zoekt hij hen op. En de leerlingen zijn zo bevangen van angst dat ze Jezus niet herkennen. Als je een bril van angst op hebt zie je al snel overal spoken. Kan zelfs geloof iets donkers en dreigends worden.

Denk nu niet dat Jezus even klaar is met zijn leerlingen. Dat het hem nu even niets uitmaakt wat er met zijn leerlingen gebeurt. Als de leerlingen het water op gaan zoekt Jezus zijn gebedsplaats op: Toen hij hen weggestuurd had ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. Hij zal in zijn gebed bij zijn vrienden zijn geweest. Zoals hij later expliciet zal zeggen tegen Petrus: Simon, ​Simon! Weet dat ​Satan​ heeft geëist jullie te ziften als koren in een ​zeef.  Maar ik heb voor je ​gebeden​ dat je geloof je niet in de steek zou laten. En jij moet, als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, je broeders moed inspreken.’ (Lukas 22,31-32)

En dan lees je: tegen het einde van de nacht wwam Jezus naar hen toe, lopend over het meer. Het is geen staaltje machtsvertoon om indruk te maken. Dat is helemaal niet de teneur van het evangelie. Om van Jezus een soort superheld te maken die op een heel ander level leeft. Boven en los van ons gezwoeg en geploeter. Nee, Hij is de man die voor ons bidt dat als wij in zwaar weer zijn, ons geloof ons niet in de steek zal laten. Hij is de man die ons actief opzoekt daar waar wij zijn, juist als wij in zwaar weer zitten. Geteisterd, gekweld door golven. En als Jezus daar zijn leerlingen ziet samen in hetzelfde schuitje van angst en paniek: is het eerste wat hij zegt: blijf kalm, ik ben het, wees niet bang. Letterlijk zegt hij: Ik ben. Je kunt ook zeggen: Ik ben erbij

Jezus is hier in dit hoofdstuk  helemaal de herder die zorgt voor zijn schapen. Even hiervoor lezen we in vers 14 hoe Jezus  de grote menigte ziet, medelijden met hen voelt en hun zieken geneest (Matteus 14,14). Markus zegt dat Jezus op dat moment de mensen ziet en ervaart als schapen zonder herder. Dat is goed gezien en verwoord. Want dat is precies wat Jezus hier aan het doen is: herderen.

Jezus is hier psalm 23 in persoon. Markus vertelt dat Jezus de mensen laat neerzitten in het groene gras. En je denkt aan die psalmregel: hij doet mij neerliggen in groene weiden. Jezus stuurt al die hongerige mensen niet weg. Hij voedt hen op een wonderlijke manier. Er is een overvloed van twaalf manden brood. Dat is ook psalm 23: hij richt voor mij een tafel aan, mijn beker vloeit over. En als Jezus dan zijn leerlingen opzoekt daar midden in de nacht in wind en golven en de storm stilt, doet ook dat denken aan psalm 23: Hij voert mij naar vredig water.

Er zit in dat lopen over water ook iets anders. Water staat in de Bijbel voor kwade machten, chaos. Voor dat wat het goede leven kapot maakt. Voor de machten van de duisternis. En Jezus laat zien dat hij over deze machten heerst zoals dat ook over God zelf geschreven staat: dat Hij wandelt op de hoog oprijzende zee (Job 9,8). En in psalm 93 staat: boven het geraas van de wijde wateren van de machtige baren van de zee is hoog in de hemel de machtige Heer (Psalm 93, 4). Deze leerlingen zien Jezus lopen over water. Ze horen hem zeggen: Blijf kalm, Ik ben het, wees niet bang. Ze zien dat als Jezus uiteindelijk in de boot stapt de wind uiteindelijk gaat liggen. We lezen dan: in de boot bogen zij zich voor hem neer en zeiden: U bent werkelijk de zoon van God.

Je hoort mensen in tijden van griep wel eens zeggen: pas maar op hoor, het heerst. Hét heerst. En misschien voelt dat nu ook wel zo voor jou. Dat hét heerst. Dat het heerst over mij. Dat ik beheerst word door angst, paniek. Zoals deze leerlingen die met een bril van angst op alleen nog maar spoken kunnen zien. Maar daar midden op het water en in het donker van de nacht is daar de stem van Jezus zelf die hen tot een ander inzicht brengt. Niet hét (!) heerst, maar Hij heerst.

De leerlingen zitten in hetzelfde schuitje en leren hier levenslessen. Het gaat over wat of wie er nu eigenlijk heerst. Het gaat ook over omgaan met twijfel. Als Jezus daar op het water loopt en zegt: blijf kalm, ik ben het, wees niet bang. Dan is het Petrus die zegt: Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. (28) En Jezus geeft Petrus ruimte hiervoor. En als het dan mis gaat bij Petrus zegt Jezus: kleingelovige waarom heb je getwijfeld? Ik denk dat Jezus het dan ook heeft over de twijfel die Petrus uitte vanuit de boot: Heer, als u het bent..

Je zou kunnen zeggen dat Petrus zijn eigen angst en onzekerheid wil overschreeuwen en overwinnen door ineens iets heldhaftigs te doen. Heer als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. En Jezus geeft hem de ruimte om achter en onder de grote woorden en de ferme taal de twijfelaar in zichzelf te ontdekken

Jezus stelt ook expliciet de vraag aan Petrus: Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld? In twijfelen zit het woord twee. Twijfelen is tweeën. Dat hoor je beter bij het Duitse zweifeln. Daar zit zwei in. Dat je op twee gedachten hinkt. Dat zit ook in het Griekse woord. Twee wegen gaan. Dubben, van dubbel.

Je hoort dan twee stemmen. U bent er wel. En: U bent er niet. Je richt je op twee dingen, raakt verdeeld. Als je je richt op de golven ga je kopje onder. Als je je richt op Jezus kun je over water lopen. En Jezus stelt hier aan Petrus de vraag: kleingelovige, waarom ben je aan het tweeën. Waarom maakt de wind en de golven zo groot. En waarom word ik dan in jouw blik zo klein? Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld.

Ik ben geneigd in deze zin de klemtoon te leggen op jij. Waarom heb jij (!) na alles wat we samen hebben meegemaakt. Waarom heb jij (!) getwijfeld? Jij en ik hebben samen al zo’n weg afgelegd.Je hebt al zoveel gezien van wie ik ben. Met jou ben ik een speciale band aangegaan. In jou heb ik zoveel geinvesteerd. Waarom heb jij (!) getwijfeld? Waarom zet jij dan toch steeds weer dat brilletje van angst op?

Wat Petrus hier wil en doet, zelf over water kunnen lopen, los van de anderen, is niet waar het Jezus om gaat. De levensles van wat hier gebeurt is niet dat Jezus deze mannen aanmoedigt om allemaal zelf over water te gaan proberen lopen. Als dat zo was, had Jezus met alle twaalf leerlingen deze overtocht voortgezet rustig pratend en intussen samen wandelend over het water.

Wat is dan wel de levensles die de leerlingen hier leren? Nou misschien dit. Dat als je Jezus volgen wil je soms heel bewust door zwaar weer heen moet. Dat Jezus ons soms heel bewust door de storm heen stuurt. Dat volgelingen van Jezus niet in rustiger vaarwater varen. Niet zonder tegenwind en zonder stormen door deze wereld zouden kunnen navigeren. Jezus ruimte niet alle moeilijkheden uit de weg. Hij roept ons niet op om triomfantelijk over alle moeilijkheden heen te wandelen als untouchables. Hij laat ons er echt doorheen gaan. Zet ons in hetzelfde schuitje met alle anderen.

En ja, ook ons bootje wordt dan geteisterd door diezelfde golven. En ja wij kunnen soms moeite hebben om onszelf drijvend te houden. En ja soms raken we behoorlijk uit koers. Maar Jezus belooft dat hij ons op deze weg niet alleen laat. Hij draagt ons in zijn gebeden. Hij is dichterbij dan wij vaak vermoeden of durven hopen. Hij vraagt niet van mij om dan dat laatste stukje zelf te overbruggen. Hij loopt helemaal door tot hij mij vindt waar ik ben. En brengt daar iets van vrede, te midden van de golven.

Jezus vraagt van ons geen individuele huzarenstukjes. Het eigenlijke gebeurt in de boot bij mensen die het uithouden in datzelfde schuitje. Let op dat de wind niet gaat liggen als Petrus de boot uitstapt. Maar dat de wind gaat liggen als Jezus de boot instapt. En dat pas op dat moment er de aanbidding is. Bij de mensen die in hetzelfde schuitje bleven. Jezus zoekt geen superhelden maar veel meer leerlingen die als Jezus dat vraagt in de boot stappen en daarin durven te blijven. Trouw aan degenen aan wie wij ons hebben verbonden. En gehoorzaam aan wat mij is gevraagd en opgedragen. Vertrouwend dat Jezus ons samen door de storm heen naar de overzijde zal loodsen. Hij zegt: blijf kalm, ik ben, wees niet bang.

We lezen dit gedeelte in een bijzondere tijd. Waarin juist een beroep wordt gedaan om het vol te houden in hetzelfde schuitje. En in dat schuitje mogen we ons erin oefenen niet de bril van angst op te zetten waardoor je eigenlijk vooral spoken ziet. In dit schuitje krijgen we ook de vraag: wie of wat beheerst mij nu eigenlijk? Laat ik met mijn leven zien  dat hét heerst of proeven anderen bij mij dat Hij, Jezus heerst? Vul ik mijn denken en geest vooral en non-stop met Corona-nieuws en ben ik daarmee een speelbal van de golven. Of zijn er ook echt momenten dat ik te midden van de wind en de golven ook deze tegenstem hoor die zegt: blijf kalm, Ik ben erbij, wees niet bang. Dat ik mij dan buig voor hem in aanbidding.

Het is precies deze kalmte, dit vertrouwen die nieuwe ruimte schept. Ruimte om de bril van angst af te doen. Ruimte om te zien met wie ik onderweg ben. Met wie ik dan in datzelfde schuitje zit. Wie ik onderweg misschien soort van aan boord mag hijsen. Voor wie ik er kan zijn en hoe. Zodat we het samen een poosje volhouden. En straks ook echt samen veilig de overkant bereiken.

Mede geïnspireerd door Matthijn Buwalda.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie