Iemand als Ruth

We lezen Ruth 1, beluisteren voor de preek het liedje ‘Iemand als Ruth’ (Elly & Rikkert) en na de preek ‘Lied van Ruth’ (Stef Bos)

Iemand als Ruth standvastig en trouw, zo zou ik willen worden. Dat is een regel die bij me blijft haken. Er is iets in Ruth dat mij raakt, mij triggert. Iets in haar woorden, iets in haar houding laat bij mij een snaar trillen. Roept in mij een verlangen wakker. Iemand als Ruth standvastig en trouw, zo zou ik willen zijn

Noömi

Dat gevoel heb je toch wat minder bij die andere twee vrouwen. Al kun je ook voor hen veel begrip opbrengen. Iemand als Noomi zou in onze tijd goed hebben gepast in het programma: ik vertrek. Jullie hebben het programma misschien wel eens gezien. Het gaat over mensen die een droom hebben. Een bed & breakfast runnen in Italië. Een camping beginnen in Frankrijk. Een restaurantje starten op Ibiza. En voor die droom laten ze alles achter zich en beginnen ze in den vreemde een nieuw leven. Vol verwachting en met goede moed. Maar als ze eenmaal zijn geland loopt alles vaak heel anders dan zij hadden verwacht, gepland of gehoopt. Heel vaak hebben zij zichzelf niet erg goed voorbereid. Spreken de taal van het land niet of nauwelijks. Hebben niet veel kaas gegeten van de cultuur. En dan komt ook vaak de ene tegenvaller na de andere. Een contract dat niet lijkt de deugen. Lijken die uit de kasten vallen. Een gebouw vol verborgen gebreken. Lokale ondernemers die je een poot proberen uit te draaien. Kinderen die ziek worden van de heimwee. Spaarcentjes die snel op raken. De mooie droom wordt meer en meer een nachtmerrie. En vroeg of laat komt dan de vraag op: hoe lang trekken we dit nog? Zullen we niet beter terug gaan? Terug naar hoe we het hadden in Nederland? Terug naar het bekende, het vertrouwde?

Noomi weet precies hoe dat voelt. Ook zij is ooit vol goede moed geemigreerd vanuit Israël naar het land Moab. En daar zit het haar bepaald niet mee. Ze is nog maar net aangekomen in Moab of haar man Elimelech sterft. Haar twee zonen Machlon en Chiljon trouwen met Moabitische meisjes: Orpa en Ruth. Maar hun huwelijken blijven zonder kinderen,. En alsof dat nog niet erg genoeg is sterven na tien jaar zowel Machlon als Chiljon. En zo blijft Noomi achter in een vreemd land. Met vervlogen dromen en stukgeslagen idealen. In die tijd betekent het feit dat je geen kinderen hebt dat jouw leven geen toekomst heeft. Er zijn geen kinderen die voor je zorgen op je oude dag. Er zijn geen kinderen die jouw familielijn zullen voortzetten. Je bevindt je op een doodlopende weg, zonder perspectief. En mensen om je heen kunnen je zien als iemand die mislukt is. Of erger: iemand die door God niet wordt gezegend. En dus als iemand van wie God niet houdt. Iemand die wordt afgewezen, op een zijspoor gezet, gestraft. Dat is hoe Noomi het beleeft. En zo zegt ze het ook. De Heer is tegen mij. De machtige Heer heeft mij ongelukkig gemaakt.

Ik heb dit verhaal vroeger op school zo ook wel horen vertellen. Dat God boos was op dit gezindat dacht zomaar op eigen houtje in het heidense Moab te kunnen gaan wonen. En dat God dit gezin daarom zwaar heeft gestraft door zowel de vader als beide zonen uit het leven weg te rukken. Als je dit verhaal zo leest, rijst er een beeld omhoog van een God die mensen de meest gruwelijke ziektes en vreselijke ongelukken kan laten overkomen om hen zo met harde hand tot de orde te roepen, de les te lezen, te straffen voor hun ongehoorzaamheid. Dit donkere beeld van God spookt nog altijd rond. Misschien ook wel door uw hoofd en door jouw hart. En het krijgt soms ineens weer een stem als je in groot verdriet en rouw mensen om je heen hoort mompelen: ach, weet je, het zijn geen mensen  die het je aandoen. Het heeft zo moeten zijn…. De slaande hand Gods… Het heeft de Heer behaagd op Zijn tijd en wijze tot zich te nemen… Moge deze roepstem geheiligd worden. En meer van zulke woorde die wel vroom en stichtelijk klinken maar iets duisters en onheilspellends met zich meebrengen. En als je geheugen nog een beetje in orde is komen op zulke momenten soms flarden naar boven van een oude catechismus die je als kind uit je hoofd moest leren. Dat regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons toekomen. Dat is hoe mensen het kunnen beleven en verwoorden. Dat is ook wat we bij Noomi proeven. Maar het is niet de God die we in de Bijbel ontmoeten. En het is zeker ook niet de boodschap van het boekje Ruth. Ik kom daar zo meteen nog even op terug.

Overigens is Noomi in al die jaren in den vreemde haar geloof in God niet helemaal kwijt geraakt. Zij is in Moab nooit andere goden gaan dienen. Als zij hoort dat de Heer medelijden heeft gekregen met zijn volk en dat de hongersnood voorbij is. Dan is dat het moment waarop zij besluit om niet bij de pakken te blijven neerzitten en te beginnen aan de lange reis terug naar huis. Je hoort Noomi veel sombere woorden spreken. En er zit in haar veel teleurstelling en bitterheid. En ze is ook boos op God en moppert wat af. Maar daarmee laat ze ook zien dat God niet helemaal is verdwenen uit haar bestaan. Als ze haar schoondochters terug wil sturen. Dan geeft ze hen toch, ondanks alles, de zegen van God mee. En uit iedere stap die ze zet op de lange weg naar huis spreekt misschien toch ook iets van verwachting. Zoals Noomi omgaat met haar situatie, zo is ze een gewoon mens net als u, jij en ik.

Orpa

En dat kun je ook zeggen van die tweede vrouw: Orpa. Soms hebben we ook over haar meteen ons oordeel al klaar. Dan zeggen we: Orpa is de afvallige, die wel een eind mee ging. maar op het beslissende moment toch afhaakte. Maar is er is meer over haar te zeggen dat dat. Orpa heeft veel meer gedaan dan van haar mocht worden verwacht. Ze is na het overlijden van haar man zorg blijven dragen voor haar schoonmoeder. Noomi bedankt Orpa omdat ze altijd goed is geweest. Voor Noomi en voor de zoon van Noomi waar Orpa tien jaar mee getrouwd is geweest. En als ze samen bij de grens zijn aangekomen spreekt Noomi een plechtige zegenspreuk uit en daarmee wordt Orpa echt ontslagen van alle verplichtingen. Ze is een meer dan goede vrouw geweest en een heel goede schoondochter en schoonzus. En nu ontvangt ze de zegen van God en respecteert ze de uitdrukkelijke wens van haar schoonmoeder en keert ze in alle vrijheid en in alle vrede terug naar haar eigen thuisland en geboortestreek. Menselijkerwijs is daar meer toekomst voor haar dan in een vreemd land. Orpa treft geen enkele blaam. Ze doet wat van haar verwacht mag worden. Ze keert terug als een vrij en gezegend mens. En wie weet wat die zegen in haar leven heeft uitgewerkt. Ook Orpa is een mens zoals u, jij en ik.

Ruth

Tja, en dan is er die derde vrouw: Ruth. Die begrijp ik toch een stuk minder. Waar ieder ander mens net als Orpa was terug gekeerd gaat Ruth heel bewust de grens over.  De grens van het gewone, het menselijke, het redelijke. Daar op de grens spreekt ze die onvergetelijk mooie woorden: Ik laat u niet in de steek. Waar u heen gaat, daar ga ik heen. Waar u woont, daar wil ik ook wonen. Uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God. Waar u sterft, daar wil ik ook sterven, en daar wil ik ook begraven worden.

Straks zal Ruth in Bethlehem Boaz ontmoeten. En uit hun nakomelingen zal Jezus de Messias worden geboren. Ruth staat daarmee qua geslachtsregister in de lijn van Jezus. Maar ze staat ook in haar levenshouding al in de lijn van Jezus. Je ziet in haar al de trekken oplichten van de Messias. Wat een moed om oude zekerheden los te laten. Wat een lef om grenzen over te gaan. Wat een vertrouwen dat er in dat vreemde land en in die onbekende toekomst ook een weg zal zijn die zij kan gaan. Wat een trouw om Noomi niet in de steek te laten. Wat een commitment om lief te hebben tot het uiterste. Wat een groot hart om haar leven te geven voor de ander. Ja er is iets in Ruth dat ver uit gaat boven wat van haar mag worden verwacht

In iemand als Ruth zien we iets van Gods hart. In en door iemand als Ruth zullen we mensen iets  ontdekken van wie God is en wil zijn voor alle mensen. God komt onder de mensen van Bethlehem in de gestalte van iemand als Ruth. Een vreemdeling, een buitenlander. Een vluchtelinge, een asielzoekster. En juist in die gestalte van een medemens in nood is hij dichterbij dan mensen ooit kunnen vermoeden. Toen en ook nu: Ik was hongerig en jij gaf mij te eten. Ik was een vreemdeling, je liet me binnengaan. En wat je ooit gedaan hebt aan de minste van mijn broeders, zusters, zegt Jezus, dat heb jij aan mij gedaan…

In de verhalen over Ruth is God niet aanwezig als de dreigende en straffende God. Die met harde hand mensen slaat en tot de orde roept. Je komt Hem tussen de regels door tegen als iemand die ernaar verlangt om te zegenen. Om te bevrijden, om een nieuw begin te maken. Je komt Hem tegen in iemand als Ruth. Iemand die dichtbij me is. Terwijl ik geen erg in hebt omdat ik net als Noomi zo vaak te druk ben met bang zijn en boos worden, met mopperen en klagen.

Mensen als Ruth zijn er altijd en overal geweest. En ook in onze wereld schreeuwt om zulke mensen. Ieder gezin, iedere klas, iedere straat, ieder bedrijf, ieder team, iedere vriendengroep kan niet zonder iemand als Ruth. Iemand in wie iets oplicht van Gods hart. Misschien is dit vanmorgen wel jouw moment of uw moment om voor het eerst of op nieuw te zeggen: In die lijn wil ik staan, in die lijn wil ik leven. Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Iemand als Ruth zo standvastig en trouw. Zo wil ik worden, zo wil ik zijn. Amen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie