Het goede leven: het begin (preek Genesis 1 en 2)

Genesis 1 – blog van Eiline Splinter n.a.v. deze dienst –  commercial Lipton Tea –  filmpje de zandtovenaar over de scheppingfilmpje leefregel

Ik wil vanmorgen drie dingen doen in de preek. 1.Eerst iets over deze scheppingsverhalen Hoe zijn ze bedoeld? Hoe kun je ze lezen? 2. Dan iets over jou en mijn plek in deze scheppingsverhalen. 3. en als derde iets over gezonde levensritmes die de Schepper ons aanreikt. Dus: 1 In het begin – 2 waar staan wij – 3 een goed ritme

  1. In het begin

Het scheppingsverhaal krijgt zijn eindvorm als het Joodse volk als ballingen in Babel woont. Ze zijn dan heel ver van huis. En worstelen met levensvragen. Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? Is er een God die ons gewild en gemaakt heeft? Is er out there iemand die ons hier ziet? Of zijn we overgeleverd aan het lot? Aan zon, maan en sterren? Ik stel me voor dat er daar in Babel toen een Joodse priester is opgestaan die in antwoord op deze angstige vragen hen het scheppingsverhaal heeft verteld.

Een geloofsverhaal dat niet is bedoeld om precies uit de doeken te doen. Hoe de wereld natuurkundig ontstaan zou zijn. Het gaat deze priester niet over het hoe maar veel meer over het waartoe. Dit scheppingsverhaal is dus geen geologie maar theologie. Het werd hem ingegeven door de Geest van God.

Het scheppingsverhaal begint met de beroemde zin: in het begin schiep God de hemel en de aarde. In het begin, je kunt ook vertalen: in beginsel in het Hebreeuws klinkt dat zo: beresjiet bara Elohim et hashamayim ve’et ha’aretz. Je weet, in het Hebreeuws lezen we van rechts naar links. De allereerste letter van de Bijbel is dus de letter Beth. Het betekent in het Hebreeuws: Huisje en zo ziet deze letter er ook precies uit. Volgens de rabbijnen is het hele scheppingsverhaal en eigenlijk het hele Joodse geloof samen te vatten met deze ene letter beth. Ze zeggen: waar we ook wonen, al is het in Babel, God geeft ons vaste grond onder de voeten, Hij geeft een dak boven ons hoofd. We zijn door Hem gedekt in de rug Een met Hem hebben we een hoopvolle toekomst voor ons. Sommigen zeggen dat we geregeerd worden door allerlei machten en krachten. Anderen zeggen dat er helemaal niets is, enkel leegte. Wij weigeren dat te geloven. Vergeet nooit deze letter Beth.

Dit scheppingsverhaal is goed nieuws voor die Joodse ballingen die daar in Babel in zo’n andere wereld waren terecht gekomen. In Babel had iedere dag een aparte naam opgedragen aan een aparte god. En op die dag had die specifieke god het voor het zeggen. Dat was vroeger in onze Germaanse cultuur net zo. Wij hebben in onze week nog steeds. Een dag voor de zon, een dag voor de maan en aparte dagen voor Tyr, Wodan, Donar, Freia en Saturnus. Specifieke dagen worden als ongeluksdagen gezien zoals vrijdag de dertiende. In dit scheppingsverhaal krijgen de dagen geen naam. Hooguit een nummer: de eerste dag, de tweede dag etc. En de boodschap daarvan is: weg met al die godjes. Er is maar één God. En iedere dag behoort hem toe.

In Babel behoort de nacht en de zee aan de machten van de duisternis, de chaos aan schimmen, spoken, monsters. In het scheppingsverhaal is het deze ene God die Heer is over dag en nacht, over land en zee. Hij heerst ook over zeemonsters en wilde dieren. In Babel hebben mensen heilig ontzag voor de zon, voor de maan en leest men het lot in de sterren. Wij kennen dat van horoscopen. In dit scheppingsverhaal worden de namen zon en maan niet gebruikt. De priester noemt ze twee grote lichten die de schepper ophangt aan de hemel.

Voel je dat het scheppingsverhaal spreekt over de ene God die orde schept en grenzen stelt aan de duisternis en de chaos. Let op: ze zijn niet verdwenen. En als we lezen: God zag dat het goed was, dan betekent goed niet: gaaf, perfect, zonder gevaar. Goed betekent: goed in de ogen van God. Geschikt voor zijn plannen en bedoelingen. Goed genoeg om in te leven. Leven op aarde wordt altijd weer bedreigd door de machten van de chaos. Maar God geeft ze een naam en heerst daarmee over het geheel. Het scheppingsverhaal is een gedicht van hoop.  Een lied van een gelovige priester tegen de angst. Wees niet bang: de aarde is woonland, de zee is vaarwater, de hemellichamen zijn werklampjes en de duisternis is tijd om te rusten.

Dat over In het begin: het scheppingsverhaal. Het is een aansporing om te vertrouwen in de ene God die ons ziet, en kent en gewild heeft en ons en deze hele schepping draagt. Nu iets over de plaats van ons mensen daarin. Waar staan wij? 

  1. Waar staan wij?

Opvallend is de plaats die de mens krijgt in dit scheppingsverhaal. Je zou kunnen zeggen: de mens is een laatkomer in Gods goede schepping. Al het andere dat er is wordt eerst geschapen tot het kleinste onnozele lieveheersbeestje aan toe. En dan, tegen het einde van de zesde dag, dan is er ook een plekje voor de mens. Er is geen aparte scheppingsdag voor de mens. De mens wordt dus gezien als een stukje, een deeltje van alles wat God maakte. De mens staat niet los van de rest. De mens is geen project op zich. Mensen delen het land en de eetbare planten met de dieren. God gunt de mens een bescheiden plaatsje in het geheel. In Genesis 2 worden zowel mensen als dieren gemaakt uit stof, uit aarde. In Genesis 2 lezen we specifiek over de mens dat God hem levensadem inblaast. Maar in Genesis 7 worden ook dieren omschreven als levende wezens waarin levensadem is.

En anderzijds is het ook wel duidelijk dat de mens wel een heel eigen rol heeft. Als hij begint aan de mens hoor je God even met zichzelf in gesprek. Je hoort hem denken: laten we mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken. De mens wordt beelddrager van God. Mag iets van Gods gezag uitoefenen op aarde. Je leest hier over de aarde onder gezag brengen, heersen over de dieren. En met de kennis van nu houd je je adem in: krijgt de mens hier niet te veel ruimte? Wordt hier niet de bodem gelegd voor menselijke superioriteit en voorrang op de rest?

Dat valt nog wel iets mee als je beter kijkt. Het is in Genesis 1 nog maar de vraag of het onder gezag brengen van de aarde geldt voor de hele aardbol of alleen voor landbouwgrond. Net zoals niet over alle dieren kan worden geheerst, de zeemonsters en wilde dieren vallen daar buiten. En in Genesis 2 schept God een specifieke tuin die hij aan de mensen toebedeeld. Daarmee lijkt de invloedssfeer van de mens ook te worden afgebakend. Niet de hele aarde als een grabbelton voor de mens. Maar een begrensde tuin.

En als God de mens dan de tuin instuurt lezen we: God de Heer bracht de mens dus in de tuin van Eden om die te bewerken en erover te waken. Het woord voor bewerken heeft als grondbetekenis dienen en bewaken betekent iets kostbaars verdedigen tegen gevaar van buitenaf het kan ook betekenen: onderhouden, zoals bijvoorbeeld bij het onderhouden van geboden.

De duidelijkste grens aan de ruimte die de mens krijgt zien we in de boom van kennis van goed en kwaad. Die staat voor de kern van al Gods geboden: de mens moet God God laten zijn. Hij mag van alle bomen in de tuin eten. Je proeft er in: mens, durf te leven! Geniet er van! Maar ga in hemelsnaam niet zelf voor God spelen. Er zijn grenzen die je als mens niet moet willen overschrijden. Het alomvattende kennen van het leven. Dat is slechts voorbehouden aan God. Die boom is een soort grenspaal. Een toetssteen die zichtbaar maakt of wij in de gaten hebben en houden dat onze wereld Gods wereld is en ons leven niet zomaar van onszelf is. Die ene boom herinnert je eraan dat dit Gods tuin is en niet onze tuin. Wij zijn niet de eigenaar laten we ons dan ook niet zo gedragen. Dien de tuin, dien de schepping en bewaak haar.

In beide scheppingsverhalen wordt als het over ons mensen gaat dus nadrukkelijk met twee woorden gesproken. Een Joodse rabbi heeft eens gezegd. Ieder mens zou altijd twee briefjes bij zich moeten hebben. Op momenten dat je hoogmoedig dreigt te worden. Op dagen dat je het al te goed met jezelf hebt getroffen. Wanneer je jezelf al te serieus dreigt te nemen en je jezelf beter en belangrijker en hoger acht dan de ander. Lees dan het briefje waarop staat waar je vandaan komt. Op dat briefje staat: ik ben slechts stof. Maar, zegt de rabbi,  als je je te diep in het stof voelt gedrukt. Als je jezelf klein voelt, onzeker en nietig en minderwaardig. Pak dat dat andere briefje waarop staat waartoe je bent geroepen. Daarop staan de woorden: in mij ademt Gods Geest.

Dat over waar staan wij. We hebben een bescheiden plaats als deel van het geheel en tegelijk ook een bijzondere plaats met een eigen rol. 1 In het begin – 2 waar staan wij – 3 een goed ritme. Nu nog iets over gezonde levensritmes die de Schepper ons meegeeft.

  1. Een goed ritme

Even terug naar Genesis 1. Er zit in dit geloofsverhaal uit Israël een bijzondere structuur verborgen. Kijk even mee naar de volgende plaat. Je ziet hoe de zes scheppingsdagen met elkaar verbonden zijn. Op de eerste dag schept God dag en nacht die op de vierde dag worden gevuld met hemellichamen. Op de tweede dag schept God de zee en het hemelgewelf, de lucht die op de vijfde dag het domein worden van vissen en vogels. Op de derde dag schept God het droog land en de planten. Daar gaan op de zesde dag landdieren en mensen wonen. Deze hele structuur richt alle aandacht op de zevende dag, de sabbat. Dat is als het midden van een zevenarmige kandelaar. Het draait in Gods goede schepping niet om de mens. En al helemaal niet om de werkende mens. Het gaat in dit scheppingsverhaal om God. Om het genieten van God en wat Hij heeft gemaakt. Dat is dan ook meteen het eerste wat de mens mag gaan doen. Hij is nog maar net op de aarde gezet op de zesde dag of daar is meteen de zevende dag, de sabbat. Voordat de mens aan de slag mag met dienen en bewaken. Mag hij eerst rusten, genieten, ademhalen, spelen.

Dit is een belangrijke sleutel naar het goede leven. De Schepper geeft aan zijn schepping en schepsels gezonde ritmes mee. We zien dat om ons heen in de natuur. God stelde allerlei gezonde grenzen aan ons leven. Een begrensd gebied om te bewonen een boom van kennis van goed en kwaad als grens aan wat wij kunnen behappen en weten. Een dag om te werken, een nacht om te rusten

Wij mensen hebben voor onszelf kunstlicht uitgevonden en proberen zo efficient mogelijk de uren van de dag te benutten. Veel bedrijven stoppen helemaal nooit meer en draaien zeven dagen per week, 24 uur per dag. We schroeven ons tempo op, leggen de lat steeds hoger en vergeten tijdenlang te luisteren naar ons lichaam.

Er zijn twee verschillende soorten tijd die we kunnen aanduiden met twee Griekse woorden: chronos en kairos. Chronos is de tijd de we meten op de klok. De uren, minuten en seconden die wegtikken. Kairos is de tijd die niet door de klok wordt bepaald. Kairos is quality time. Opgaan in een mooi boek, een goed gesprek, een wandeling. Kairos hebben we nodig om mens te blijven. Kairos zorgt voor inspiratie, vernieuwing, bevlogenheid. Als we teveel bezig zijn met chronos krijgen we last van haast. We proppen dan steeds meer taken in een uur. Chronos gaat over moeten, heeft iets dwingends. De piepjes, het getril, gezoem van je telefoon. Steeds een prikkel die je uit de rust en concentratie haalt die je nodig hebt voor kairos. Kairos gaat over ont-moeten, waardoor er echt ruimte en aandacht ontstaat voor de ander, jezelf, de natuur, God.

In een goed leven zijn chronos en kairos in balans. Zonder chronos wordt het een chaos. Zonder kairos wordt je een slaaf van je horloge. Een plek waar die balans goed wordt bewaakt is het klooster. De kloosterklok geeft een strak ritme aan wanneer het tijd is voor het een en het ander. Er is tijd voor werken, voor ontspannen, voor de maaltijd, voor rust, voor gebed, voor vieren. En als de kloosterklok luidt, stop je. Beoefen je de kunst van beginnen en van ophouden. Niet doorwerken in je pauzes maar tijd nemen voor een wandeling. Tijd ook om met God te wandelen zoals Adam en Eva dat deden in de tuin van Eden.

Ik zag in de bioscoop een pakkende commercial van Lipton Tea die laat zien naar welke kairos-ervaringen onze kinderen doorgaans verlangen en waar wij als ouders vooral druk mee zijn.

De Schepper legt gezonde ritmes in de schepping. Jezus de zoon van God herinnert zijn vrienden aan deze ritmes. Leer van de vogels, kijk naar de bloemen. In Johannes 15 zegt hij: kijk ook naar de tuinman. Die kijkt heel goed hoe een fruitboom is opgebouwd. Wat de sterke, dragende takken zijn die kunnen uitlopen. En wat wildgroei is en de echte groei alleen maar belemmert.

Het dienen en bewaken van de schepping en ontdekken van het goede leven begint bij je eigen leven. Teken in gedachten of op papier eens de fruitboom van je eigen leven. Welke takken zijn van wezenlijk belang en verdienen het om verder uit te lopen? Een tak voor gezin en familie. Een tak voor werk of studie. Een tak voor kruispunt, je @home. Een tak voor je buurt. Een tak voor vrijwilligerswerk. Een tak voor hobbies. Vul het maar in voor jezelf.

En kijk eens goed naar die boom van jouw leven. Als het ontbreekt aan licht en lucht in je levensboom krijg je allemaal kleine, zurige vruchtjes die niet van waarde zijn. Zie je dode takken die geen vrucht dragen? Hoe komt dat? Zitten er teveel andere takken aan je boom die het licht wegnemen? Draagt een tak geen vrucht omdat het iets is wat niet bij je past? Wordt het tijd om bepaalde dingen los te laten, weg te snijden?

Wat draagt er wel vrucht? Waar veer je van op? Wat geeft energie? Hoe zorg je ervoor dat dat zo blijft? Dat het niet alsnog teveel wordt, te groot, too much? Zijn de basistakken van je boom echt voldoende vrij? De zaken waar je verantwoordelijkheid voor draagt: de huwelijk, je gezin, de familie waar je toe behoort. Vrienden waar je je aan hebt verbonden? Je relatie met de Schepper zelf dankzij wie je leeft? Is je boom stevig geworteld, is de grond vruchtbaar? Wat zijn de bronnen waar je boom van leven kan? Jezus zegt: uit jezelf kun je sowieso geen vrucht dragen. Blijf in mij zegt Jezus, dan blijf ik in jou en draag je veel vrucht, blijvende vrucht. Vraag aan Jezus om samen met jou naar jouw boom te kijken waar je mag gaan snoeien en loslaten en waar je de komende tijd juist meer ruimte, lucht en licht aan mag gaan geven. Wat jouw eigen specifieke volgende stap mag zijn in de richting van het goede leven

 

Verwerkingsvragen

Roept deze preek vragen bij je op? Welke? Bespreek ze met elkaar.

Wat spreekt je aan in deze preek? Kun je uitleggen waarom?

Doe de oefening met de fruitboom en bespreek de resultaten met elkaar.

Wie is de baas over jouw agenda? Ben je bezig met de dingen waar je mee bezig wilt zijn? Zo nee, hoe komt dat?

Hoe is de balans tussen chronos en kairos in jouw leven? Wat wil je veranderen? Wat kan daarin een eerste kleine stap zijn?

In hoeverre beheers je de kunst van beginnen en ophouden zoals dat gaat in een klooster? Wat helpt je daarin en wat belemmert je?

Kun je heel concreet en specifiek beschrijven welke kleine stap jij gaat zetten in de richting van het goede leven?

 

 

 

 

 

 

Stil gebed

 

 

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie