Het goede leven: een nieuw begin

(Openbaring 21:1-22,5 – luisterlied: ooit komt er een dag– YouTubeclip: Bijbel Project Hemel en aarde)

Intro voor de kids

Stel dat jouw moeder op een dag tegen je zegt: moet je horen, er gaat iets veranderen bij ons thuis. Ik ben zwanger, er komt een kindje bij. Dan zou je kunnen denken, nou, bijzonder! Maar dat is pas over een tijdje, dus dat wachten we dan af. En dan kun je intussen denken dat er nog helemaal niks verandert, nu, vandaag. Toch denk ik dat het anders gaat. Dat bericht over straks, dat maakt vast al een heel verschil al die maanden, weken, dagen ervoor. Er wordt naar toegeleefd, ruimte voor gemaakt, spulletjes voor gekocht. En wat straks gaat gebeuren is eigenlijk nu al heel erg aanwezig. Het nieuwe is er dan eigenlijk op een bepaalde manier al. In je hoofd, je hart, je denken, de gesprekken, het gevoel.

Dat is vaker zo, bij veranderingen die ingrijpend zijn en die er aan zitten te komen. Een verhuizing, een bruiloft, een geboorte. En dat zijn precies de beelden die de Bijbel gebruikt om ons iets duidelijk te maken over wat staat te gebeuren over de nieuwe wereld, de nieuwe schepping. Niet als iets ooit en iets ver van je bed. Maar omdat het zoiets fijns is en moois en goeds dat het er nu ook al helemaal is in onze beleving. Zozeer dat het me erg bezig houdt en ik er door verander. En er nu al echt naar toe begin te leven.

Lezing uit Openbaring 21,1-22,5

De Bijbel kent oorsprongsverhalen en bestemmingsverhalen. Oorsprongsverhalen vind je bijvoorbeeld in het boek Genesis. Over de schepping, de val, Kain en Abel, Noach en de vloed, de Toren van Babel. Maar ook de verhalen over de aartsvaders Abram, Izak en Jakob, ze leggen oer patronen open van de mens. Oorsprongverhalen hebben iets tijdloos raken de wortels, de bronnen waaruit wij leven, de vaatjes waaruit wij tappen. Trekken die wij herkennen, tegenkomen in ons zelf. Valkuilen die ieder mens onderweg tegenkomt. Levenslessen die iedere generatie opnieuw leren moet.

Naast oorsprongsverhalen zijn er ook Bijbelse bestemmingsverhalen. Die gaan over de toekomst, over wat voor ons ligt. Over waar we naar toe op weg zijn. En zoals oorsprongsverhalen niet altijd precieze, minutieuze verslagen zijn van wat er ooit gebeurde. Zo zijn ook bestemmingsverhalen geen gedetailleerde voorspellingen van wat ons te wachten staat. Maar rake geïnspireerde beelden die in bredere zin gaan over de richting waarin we leven. Wat voor iemand we aan het worden zijn. Over hoe we bedoeld zijn. Wat onze diepste en hoogste bestemming is.

Bestemmingsverhalen vind je bijvoorbeeld in het boek Openbaring. Ze zijn niet bedoeld als een soort van spoorboekje naar de toekomst. Over hoe het ooit precies zal toegaan. De details daarvan blijven voor ons verborgen. En de focus in deze bestemmingsverhalen blijft liggen op het hier en nu, het heden. Ze willen ons helpen om iedere dag opnieuw zo te leven dat we tot onze bestemming komen. En de mensen zijn en worden zoals God ons bedoelde.

En in de allerlaatste bestemmingsverhalen in Openbaring 21 en 22 gaat het over hemel en aarde. Daar begon het ooit ook mee in Genesis 1. In het begin schiep God de hemel en de aarde. En in het begin overlappen die werelden volledig. Gods wereld en die van de mensen vallen samen. Hemel en aarde zijn twee dimensies van een en dezelfde werkelijkheid. En God en de mensen werken samen als partners en bondgenoten. Samen brengen ze de schepping tot bloei.

Wij mensen ontwikkelden een manier van leven waarin de hemel, de dimensie van God verdween. Het op aarde platter werd, vlakker, holler, leger. Er veel breekt, sterft, kapot gaat, onbenut blijft. En sindsdien is God erop uit die dimensies weer bij elkaar te brengen. De hemel en de aarde weer te verbinden. De tempel was in Bijbelse tijden zo’n plek waar hemel en aarde elkaar raken. Deze tempels waren versierd met afbeeldingen van engelen, bloemen, engelen en versierd met goud, edelstenen en dergelijke.

De verbinding tussen hemel en aarde wordt met name hersteld door Jezus. Hij is zeg maar de nieuwe tempel. En waar hij komt brengt hij Gods dimensie mee. Herstelt hij de heerschappij van God en dat merk je meteen aan het soort leven dat hij leidt en dat hij uitdraagt, verspreidt. Waar hij binnenstapt komt er genezing, bevrijding, herstel. Proeven mensen waarheid, liefde, goedheid, vrede. Wordt er recht gedaan aan de ander.

Jezus boodschap was en is: het koninkrijk is nabij. De hemel is niet ver. De hemel is daar waar God weer koning mag zijn. En Jezus Heer. En hij wijdt zijn vrienden, leerling in een manier van leven waarin hemel en aarde elkaar weer gaan raken. Gods wil steeds meer gedaan wordt, op aarde zoals in de hemel

Dat is geen eenvoudige opdracht. Hoe kom ik als sterveling met mijn eigen beperkingen tot zo’n hoge bestemming? Johannes schreef aan christenen in de marge hier en daar een handjevol die tegen de stroom in iets van de hemel met zich mee mogen dragen. En voor hen en voor ons is er dit bestemmingsverhaal uit Openbaring 21.

Het eerste is dat dit nieuwe begin iets is dat uit de hemel neerdaalt. Het is dus niet iets dat wij mensen fixen. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Het is de omgekeerde beweging van wat mensen probeerden bij de bouw van de Toren van Babel. Toen zagen ze de verbinding tussen hemel en de aarde als een project dat zij zelf uit de grond zouden gaan stampen. Dat liep op niks uit. Daar vertillen wij mensen ons aan. Hier daalt het neer, komt het bij God vandaan.

Opvallend dat de hemel naar de aarde komt. Dat het gestalte krijgt in deze aardse werkelijkheid. Wij denken in de kerk nog wel eens omgekeerd. Dat dit aardse straks verdwijnt en wij aan het aardse ontsnappen in een geestelijke wereld die we dan hemel noemen. Maar hier komt de hemel nadrukkelijk naar de aarde. Dat maakt dat we met heel veel aandacht en zorg mogen omgaan met deze wereld, deze aarde. Er is geen andere en hier zal de hemel terugkeren.

Bijzonder dat het een stad is. Waren vanaf het begin steden niet de bolwerken van menselijke dadendrang, arrogantie? Wij zouden iets paradijselijks verwachten, een tuin. Als wij inspiratie zoeken en vrede, als wij de intimiteit willen herstellen trekken we meestal de stad uit. De natuur in. En als het er heel mooi is noemen we dat dan een stukje hemel op aarde. Zonde leidde tot verdrijving uit de tuin van Eden en is het herstel dan niet een terugkeer naar die tuin? Een tuin is symbool voor een door God gezegend en geordend bestaan. Maar de nieuwe aarde is niet een soort resort. Gods nieuwe wereld bereik je niet door te ontsnappen, te ontvluchten aan onze realiteit. Gods nieuwe wereld is de invasie, het doortrekken van de hemelse stad in de aardse stad. Gods nieuwe wereld komt precies daar waar we op de plaats waar God ons plaatst ons leven heiligen, onder de heerschappij van Jezus brengen. Het nieuwe leven is geen vlucht in een fijne bubbel maar een intensivering, heiliging toewijding van ons concrete aardse leven.

Misschien denk je, wel groots en verheffend zeg. Dat zal dan wel niet gaan over mijn leven. Misschien ben je nieuw in het geloof. Niet zo geworteld als anderen. Misschien kijk je naar je eigen leven. Ongelukkige keuzes, verkeerde afslagen. En denk je: dit gaat niet over een leven als dat van mij. Let op: de hemel daalt hier neer in de gestalte van een concrete, specifieke stad. Het is Jeruzalem of all places. Bepaald geen plek om te idealiseren. Een stad die David veroverde op de Jebusieten en vervolgens onteerde door overspel en moord. In later tijden een plek van kinderoffers en toverij. Een stad waar profeten als Jeremia en Jesaja werden weggehoond. Een stad die maar liefst tweemaal volledig werd verwoest. Jeruzalem, voor Jezus de zoon van God een stad om ver te huilen. De stad waar de zoon van God aan een stuk hout werd gespijkerd. Jeruzalem is het leven zoals het is, niet gepolijst maar gebroken. Niet gefatsoeneerd maar schuldig en eigenwijs en koppig. En precies daar daalt het nieuwe Jeruzalem neer en nergens anders.

Jeruzalem dus waar specifiek aan toe wordt gevoegd dat op de twaalf poorten de namen staan van de twaalf stamvaders van Israël en op de fundamenten de namen van de twaalf apostelen. De twaalf stamvaders stonden in Israël niet bekend om hun heiligheid of heldenmoed. De vader van deze twaalf was al niet veel meer dan een handige ritselaar, een manipulator pur sang. En met zijn twaalf zonen was het al niet veel beter. Geen frisse jongens. De verhalen over hen in de Heilige Schrift gaan over wreedheid, bedrog lafheid en nogal veel me-too achtige incidenten. Maar in de levens van deze mislukkelingen was ondanks alles God aan het werk.

En de twaalf apostelen zijn ook een samenraapsel van heel gewone doorsnee mensen. Vissers, timmerlui, klootjesvolk ergens uit de provincie. Soms zijn ze vol hoop, maar vaker nogal angstig. Ze waren opofferingsgezind én tegelijk hebberig. Dapper en tegelijk ook vaak zwak. En juist met deze twaalf trekt Jezus op. Giet in hen zijn liefde uit, stort op hen zijn Geest. Zes van hen kregen door hun dienst een naam in Gods koninkrijk de andere helft raakte in de vergetelheid. Maar bekend of anoniem, alle twaalf zijn ze het fundament van deze stad.

Gods nieuwe wereld is niet een soort Walhalla met beroemde helden met prijzenkasten en trofeeën over wie geweldige legenden worden verteld. Dit bestemmingsverhaal gaat over mensen zoals wij. Op wie van alles is aan te merken, bij wie niet alles perfect is aangeharkt. Gods nieuwe wereld kan beginnen in een onvolmaakt en gebroken leven als dat van mij. En niets in mijn leven is zo donker, zo onbetekenend of het kan de plek zijn waar God opnieuw begint. Niets is zo gebroken of het kan worden hersteld en vernieuwd.

In dit bestemmingsverhaal zien we de contouren van het nieuwe begin van God eruit ziet. Waar we het aan kunnen herkennen om ons heen en bij onszelf. Degene die met mij sprak had een gouden meetstok om daarmee de stad, de poorten en de muur op te meten. De stad was vierkant, even lang als breed. Hij mat de stad met zijn meetstok: twaalfduizend stadie, zowel in de lengte als in de breedte en in de hoogte. Het is een beeld vol symmetrie. Het ademt balans, harmonie, proportie. Niets is te klein, niets te groot. Niets misplaats, alles past en is op zijn plek. In ons leven is dat vaak wel anders. Onze toewijding is onregelmatig, bij vlagen. Onze liefde kan ernstig haperen. Terugkijkend op onze weg zien we rare kronkelwegen, gemiste afslagen. Vergroeiingen, is niet alles op orde meer. Voelt ons hoofd en hart als schots en scheef. En in deze rommelige werkelijkheid wil God een nieuw begin maken. Langzaam iets creëren van de wonderlijke symmetrie van Gods heiligheid, iets van balans, proportie

Het tweede waaraan we Gods nieuwe begin herkennen is licht. Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. In ons leven als christen is geloof vaak niet veel meer dan een looplamp. Een licht op ons pad, een lamp voor onze voet. We trekken in deze gebroken wereld door donkere dalen, ervaren donkeren nachten van de ziel. Johannes ziet in Gods nieuwe begin lichtpunten. Licht dat in vele kleuren uiteen breekt door tal van edelstenen die het licht opvangen, de kleuren ervan scheiden en dan één kleur in volle zuiverheid laten zien. De muur was gemaakt van jaspis, en de stad zelf was van zuiver goud, helder als glas. De grondstenen van de stadsmuur waren versierd met allerlei edelstenen. Gods nieuwe begin is niet een peertje van veertig wat dat naakt in de nacht hangt. Het is licht dat valt op edelstenen en dan een heel specifieke schoonheid toont.

In het Oude Testament draagt de hogepriester de twaalf edelstenen op zijn borst. wanneer hij het volk bij God brengt en ook iets van God brengt bij mensen. In het Nieuwe Testament worden wij allen priesters genoemd en mogen wij het licht breken en een specifieke kleur ervan zichtbaar maken in momenten van lofprijzing, dienstbetoon, gehoorzaamheid mag er iets fonkelen, glinsteren, schitteren van de genade waar we zelf van leven en iets van delen. Soms alleen al in de lichtjes in onze ogen. Het binnenpretje van verlossing. Het is veelkleurig, en genade mag dus in mij een eigen kleur krijgen. Op een eigen manier gestalte krijgen.

Naast symmetrie en licht is er ook vruchtbaarheid. Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. Er spreekt veel eenvoud uit dit beeld. Wij wringen ons vaak in duizend bochten om onze targets te realiseren en succesvol te zijn. Je kunt heel hard werken en alles geven. Van alles neerzetten en realiseren zonder dat het echt blijvende waarde heeft. Zonder dat het echt leven brengt, vrucht draagt. Het nieuwe begin dat God laat afdalen brengt nu juist dat mee. Leven, vrucht en heel wording dus. Die zich voltrekt onder de volken. Zij die dat nieuwe leven leven en belichamen dragen zo bij aan heel wording in de schepping.

In 2 Korintiërs 5 lezen we dat we in Christus nu al een nieuwe schepping zijn. En in 2 Korintiërs 3 lezen we dat we hier en nu al door de Geest van de ​Heer​ naar de luister van dat beeld van Gods glorie worden veranderd. We zijn dus in zekere zin al in de hemel. We delen op een bepaalde manier in de nieuwe schepping, de heilige stad waarin God regeert.

Hoor je vandaag de boodschap van dit bestemmingsverhaal? Jouw huis, jouw leven, jouw dag Kan de plaats zijn waar het nieuwe begint. In jou kan iets van de vrede, de shalom van God rusten. In jouw leven kan het licht van God breken. Jouw huis, jouw leven kan een voorpost zijn van het koninkrijk. In jouw eenvoudige gehoorzaamheid kan er iets beginnen te groeien

Van vrucht, blijvende vrucht. En dat nieuwe begin, dat ontkiemt daar waar jij en ik vandaag buigen voor koning Jezus en ons hart hem aanbieden. Ons radicaal op hem richten. En op niemand, niemand anders. Niet leven voor religie, niet voor een instituut. Maar voor een levende Heer. Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht.

Het nieuwe leven, de hemel is niets iets waar we passief op wachten. De hemel is daar waar de werkzame kracht van de heerschappij van Jezus ruimte krijgt. Dat is de plaats waar God zijn woonplaats kiest. En hij komt om te blijven. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.

Je kunt er ook finaal aan voorbij leven. Dat alles bij het oude blijft. Het nieuwe ver van je bed blijft. En het nieuwe begin er niet komt. Je kunt het ook mislopen. Johannes ziet zulke mensen. De eerste dingen die van hen gezegd worden zijn dat ze laf zijn en trouweloos. Het ontbreekt hen aan het hart, de moed om het nieuwe in het bestaande toe te laten. Ze houden hoe dan ook vast aan het oude. Op de @home ging het van de week over wanneer je dan echt het nieuwe misloopt en hoe het dan straks zal gaan met je. Je leest over buiten blijven. De stad niet binnen kunnen, een vuurpoel. En als ik dat lees kan er iets in me sluipen van schrik, angst, verlamming, zal je net zien dat ik… Tot ons realiseerden dat we ons dan verliezen in de grenzen, in wat er dan binnen valt en wat erbuiten. En dat dit bestemmingsverhaal ook een hart heeft, een kern en de kern er van is het lam van God. En God die zijn zoon gaf voor ons allen. En zo een stevig en onwankelbaar fundament heeft gelegd voor een werkelijk nieuw begin. En dat dat fundament staat onwankelbaar. En dat als ik me met mijn hele hart richt op hem dat nieuwe begin er is, zal zijn en steeds meer zal komen. Zich zal doorzetten, hoe weerbarstig de werkelijkheid ook is.

Een nieuw begin maken wij proberen dat zelf ook wel. We klussen wat af, lappen op. Nemen ons van alles voor. Maar vroeg of laat schijnt door het nieuwe het oude weer heen. Vallen we terug in oude patronen. Er is niet zoveel echt nieuw onder de zon en misschien ben je daar intussen wel wat moe en sceptisch van geworden. Hoor dan vanmorgen dit woord: Zie, ik maak alle dingen nieuw. I am making all things new. Gods nieuwe schepping begint nu.

Leestip: Eugene Peterson, Laatse woorden, de openbaring van Johannes en de biddende verbeelding, 1998, hoofdstuk 12.

In deze dienst werden de volgende liederen gezongen: Opw 720, 355, 818, Way Maker, Groot is uw trouw (liedboek 885) en Op U alleen (liedboek 939)

Gespreksvragen:

  1. Bekijk en bespreek het Bijbel Project filmpje Hemel & aarde. Wat is nieuw voor je? Wat neem je er uit mee?
  2. Kende je het onderscheid tussen Bijbelse oorsprongverhalen en bestemmingsverhalen? Helpt het je?
  3. Christelijk geloof kan soms trekken hebben van een escape-room. Even willen ontsnappen aan de complexe en weerbarstige werkelijkheid in een soort van geloofswereldje met eigen taal, liedjes etc. Herken je dit om je heen, bij jezelf, in Kruispunt? Waar en hoe? Wat kun je op dit punt met deze preek?
  4. Het nieuwe van God krijgt juist gestalte in de rauwe werkelijkheid van het bestaande. In een stad, in levens van gebroken en beperkte mensen zoals de stamvaders en apostelen. Paulus noemt dat elders ‘de schat in aarden vaten’. Waar en hoe heb jij dit gezien en ervaren? Hoe beleef jij dit in je eigen leven? 
  5. In dit bestemmingsverhaal vinden we het nieuwe in symmetrie, gebroken licht, vruchtbaarheid en heelwording. Maak deze kenmerken eens concreet met elkaar? Waar verlang jij het meest naar? Hoe zou je daarin een volgende stap kunnen zetten?
  6. In de audio-versie van deze preek gaat het over groeien in het beelddrager zijn van God versus het steeds meer verliezen van dat beeld. De hel zou dan zoiets zijn als mensen die geleidelijk aan mens-af zijn en zich steeds dierlijker gaan gedragen. Wat vind je van deze gedachte? Als Gods nieuwe wereld nu al begint, zien we nu in deze wereld misschien ook al trekken van dit proces van ontmenselijking. Waar en hoe?
  7. Gods nieuwe schepping begint nu. Bespreek met elkaar welke volgende stap jij zou willen gaan zetten in het je eigen maken van het goede leven.
  8. Beluister en bespreek het liedje ‘Lef’ van Karin Bloemen. Wat spreekt je aan? Wat kun je ermee?

 

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie