Geloven zoals je bent

(Mk 3:13-19)

Samen kerk zijn is best een spannende opdracht. Vooral omdat we op zoveel punten kunnen verschillen. De een is door en door Lunteraan, de ander komt uit Groningen of Rotterdam. De een is van huis uit heel direct en gewend zijn de dingen bij hun naam te noemen. Een ander communiceert veel minder rechtstreeks. U houdt misschien van afwisseling en vernieuwing. Naast u zit misschien iemand die juist hecht aan wat vertrouwd is en bekend.En met al die verschillen worden we toch geroepen om elkaar lief te hebben en samen een geloofsgemeenschap te vormen.

Daar hebben mensen in alle tijden en op alle plaatsen best een hele kluif aan gehad. De apostolische brieven staan vol aansporingen hoe de eerste generaties christenen de eenheid kunnen bewaren te midden van de verscheidenheid. En de verscheidenheid juist te omarmen en te zien als ene verrijking.

En ook de kring van Jezus eerste leerlingen was een gezelschap van heel verschillende types. Zo heb je bijvoorbeeld Andreas. Hij is echt het type evangelist. Open, wervend, aanstekelijk. Keer op keer brengt hij mensen bij Jezus. Maar er is ook iemand als Fillipus, notabene een broer van Andreas. Opgegroeid in hetzelfde nest maar uit heel ander klei gebakken.Veel geslotener en gereserveerder. Hij is vooral iemand die vragen stelt. Heer toon ons de Vader en het is ons genoeg. Een zoeker die vooral zelf steeds gezocht en gevonden moet worden. Je hebt iemand als Johannes: warm, liefdevol, zorgzaam en loyaal. Iemand die weet wat liefhebben is en zichzelf helemaal geeft. Iemand die ook goed lag in de groep. Maar Johannes moet leren omgaan met iemand als Thomas die heeft een veel complexere persoonlijkheid. Is minder aaibaar is, kritischer, somberder. Misschien ook wat minder een groepsmens. Een denker ook die vaak meer vragen heeft dan antwoorden. Ja het is een bont gezelschap, dat team van Jezus. Geen wonder dat het onderling nogal eens kan knetteren. Dat ze soms volledig langs elkaar heen praten. En dat ze zich ook met elkaar vergelijken. Elkaar soms ook de maat neme. Tot aan het einde van de evangeliën zien we hoe de leerlingen daar mee worstelen. Een voorbeeld daarvan vinden we helemaal aan het einde van het Johannesevangelie. Als Jezus drie keer aan Petrus vraagt: Heb je mij lief? dan is Petrus al snel weer afgeleid, hij ziet Johannes lopen en is benieuwd naar wat Jezus voor Johannes in petto heeft. De weg die Johannes mag gaan. Jezus gaat daar dan bewust niet op in en zegt dan op de man af: volg jij mij. Jij, met alles wat bij jou hoort mag mij volgen. En hoe dat er voor Johannes uit gaat zien…laat dat maar aan mij over….

Ook onze eigen Maranathakerk is zo’n bont gezelschap. Met een enorme verscheidenheid aan opvattingen en voorkeuren. Laat ik vier van zulke tegengestelde voorkeurshoudingen even noemen. Het maakt nogal wat uit of je introvert bent of extravert. Bij een introvert gaat de meeste energie naar je binnenwereld. Je hebt tijd en ruimte nodig om over de dingen te kunnen nadenken. Je focust je gemakkelijk en gaat graag diep. Valkuil kan zijn dat je soms je gedachten en gevoelens te vaak en te lang voor jezelf kunt houden. Extraverte mensen delen hun gedachte en gevoelens juist graag en snel. Zij zijn gericht op de buitenwereld. Ze houden van afwisseling en variatie. Zijn van veel dingen op de hoogte en bewegen zich gemakkelijk onder de mensen. Valkuil kan zijn dat je voorbij kunt gaan aan wat je nu eigenlijk zelf denkt, voelt en vindt. Petrus is een typische extravert. Hij heeft het hart op de tong en begint vaak eerst te praten en denkt dan pas na over wat hij heeft gezegd. Maria is veel meer de introvert. Zij bewaart de dingen in haar hart en blijft er over nadenken. Als het Joodse volk terug is van een lange ballingschap zijn ze al snel opnieuw de geboden van de Heer vergeten. Ezra, de schriftgeleerde, reageert dan heel introvert. Terwijl om hem heen mensen komen en gaan, zit hij stil, in zichzelf gekeerd en komt hij tot lange gebeden. Nehemia de stadhouder reageert juist extravert. Hij gaat naar buiten en gaat de confrontatie aan met de mensen. Ook Nehemia bidt maar zijn gebeden zijn veel korter. Hij is meer in beweging en bidt tussen de bedrijven door.

Een tweede onderscheid in houdingen is: planmatig versus spontaan. Als je planmatig bent ingesteld bedenk je graag vooraf wat je wilt bereiken of doen. Je houdt je dan ook graag aan je plan van aanpak en houdt van orde en systematiek. Je bent een echt volhouder met een sterke wil. Als je te sterk vasthoudt aan je eigen aanpak kunnen anderen je soms ervaren als koppig of star. Je kunt wat moeite hebben met mensen die minder planmatig werken. Als je van het meer spontane type bent maak je juist liever geen vaste afspraken. Je bent flexibel, open voor nieuwe ideeën en gedachten en kunt je snel aanpassen aan wat een nieuwe situatie van je vraagt. Valkuil is dat je niet altijd helder bent in je keuzes en de neiging hebt om meer planmatige mensen te zien als mensen die maar half leven. Een sprekend voorbeeld van spontaan gedrag is de vrouw die in een opwelling  een heel duur kruikje met kostbare zalf breekt en het hele kruikje over het hoofd van Jezus uitgiet. Recht vanuit haar hart en ingegeven door dit moment. Sommige leerlingen van Jezus zijn er niet enthousiast over. Zij hadden andere betere plannen met dat geld. En zien deze vrouw iets doen wat zij zichzelf nooit zouden toestaan.

Je kunt ook heel verschillend zijn in de manier waarop je de dingen om je heen waarneemt en registreert. Als je vooral zintuigelijk bent ingesteld richt je je op wat je wat je ziet, hoort, voelt. Je trekt graag conclusies op basis van de feiten en bent gericht op hoe de feitelijke situatie nu is. Met nieuwe plannen of ideeën ben je niet 123 mee. En met onverwachte ingevingen heb je niet zo veel. Intuïtieve mensen zitten anders in elkaar. Je voelt vaak eerder dan anderen aan wat er mogelijk zou zijn. Je richt je op wat er zou kunnen veranderen aan de huidige situatie. Je hebt een sterke visie en een hoofd vol ideeën en plannen. Nieuwe dingen spreken je aan. Je neemt anderen snel mee en volgt gemakkelijk je gevoel. Valkuil kan zijn dat je aandacht versnipperd kan raken. En dat het je ontbreekt aan de nodige rust en bezonnenheid. Markus is in zijn evangelie erg zintuigelijk. Je ziet Jezus kijken, tasten, zuchten, aanraken, spugen, voelen, omarmen. Johannes geeft meer een intuitief verslag. Het gaat hem niet om de feiten maar om de diepere betekenis. Bij het wonder van de broden beschrijft  Markus alle details over de tijd, de plaats, de omgeving, de grootte van de groepen die gevormd werden, de kleur van het gras, de gebedshouding van Jezus etc. Johannes is veel sneller klaar met de feiten en vindt het veel interessanter om dan te schrijven over het gegeven dat Jezus het Brood des levens is en wat dat betekent voor onze toekomst.

Een laatste onderscheid is dat tussen logica en gevoel. Wie houdt van logisch denken benadert de zaken graag objectief. Los van wat je er zelf van vindt. Je kunt goed uitleggen waarom je iets vindt of doet. En bent gericht op argumenten. En vindt dat je iets niet te snel persoonlijk moet maken. Misschien let je dan soms te weinig op je eigen gevoel en kun je soms zonder er erg in te hebben mensen kwetsen. Gevoelsmensen kiezen meer op grond van wat zij zelf echt vinden of voelen. Zij hebben een sterke antenne voor wat anderen beleven en hebben goede verhoudingen met de mensen om zich heen. Je neemt zaken soms wel snel persoonlijk op en kunt soms wat tegenstrijdig zijn in je keuzes. Mozes gebruikt de kracht van de logica als God enorm boos is op het volk Israël. Nadat zij een gouden kalf hebben gemaakt. De Heer wil het volk in één klap vernietigen. En dan kiest Mozes voor een logische benadering. Hij zegt bv: bedenkt U zich eens wat U al voor energie in dit volk hebt gestoken? En bedenkt U eens wat de gevolgen voor uw reputatie zouden zijn? Wat zullen de volken uit de regio voor een beeld van U krijgen? En God laat zich door deze en andere rationele argumenten overhalen om toch weer met zijn volk mee te trekken. Anderen laten in hun omgang met God juist hun gevoel en ervaring volop meespreken. De psalmen staan vol met tranen en zuchten, geroep en smeekgebeden

Het zijn wat voorbeelden van punten waarop we van elkaar kunnen verschillen. Het zijn natuurlijk de uitersten en vaak hebben we elementen van beiden in ons. En naarmate we ouder worden lukt het soms ook beter om de tegenpool in onszelf ook aandacht te geven. Maar wat blijft staan is dat we heel verschillend zijn. En die verschillen werken natuurlijk door. In wat je verwacht van een kerkdienst en hoe je die beleeft. In hoe je samenwerkt binnen een taakgroep of de kerkenraad. In hoe je je voor jezelf je geloof gestalte geeft in bv. stille tijd.. De vraag is wat we hiermee kunnen. Hoe helpen deze inzichten ons verder. Wat in elk geval niet erg opschiet is als je voortaan je voorkeursstijl als een excuus gebruikt. Sorry, ik ben nu eenmaal zo. En waar je ook niet gelukkig van wordt Is als je krampachtig gaat streven naar een soort van evenwicht. En heel sterk gaat focussen op je minder ontwikkelde kant. Ik denk dat het je wel echt kan helpen als je je ervan bewust bent hoe jij in elkaar steekt. En wat dat betekent voor hoe je omgaat met geloof. Wat je van jezelf kent kun je ook proberen te hanteren. Wat je niet kent, waar je je niet bewust van bent. Dat hanteert jou, zonder dat je er erg in hebt. Bewuster omgaan met verschillen in persoonlijkheden helpt ook om te onderscheiden tussen het menselijke en het geestelijke aspect. Bij jezelf en ook naar anderen toe. Iemand die extravert is en spontaan en dus gemakkelijker me mensen omgaat heeft daarmee niet per se meer liefde voor mensen dan iemand die introvert is en meer planmatig. Ze halen hun energie gewoon uit verschillende dingen. Een gevoelsmens die op een praise-avond helemaal los gaat houdt daarom niet meer van God dan een denker die God liefst ontmoet in een rustige leerdienstWat vooral van belang is is dat je steeds meer je eigen plekje vindt en mag innemen in het lichaam van Christus. En dat je dankbaar en blij kunt zijn met de plek en de rol die bij je past en dat je ook kunt genieten als ook anderen hun weg daarin vinden. De een swingend en sprankelend. De ander doordacht en gestructureerd. Een gemeente is gezegend met levendige en gezellige types. En ook met de diepgang en bezonnenheid van anderen. Met de inbreng van vernieuwende creatievelingen. Maar evenzeer met hen die scherp zien wat wezenlijk is en kostbaar en bewaard dient te worden en overgedragen aan een volgende generatie. Juist in deze ingewikkelde verscheidenheid mogen we met vallen en opstaan leren elkaar lief te hebben, elkaar vast te houden. Elkaar ook de nodige ruimte te bieden. Van verschillen zelfs leren genieten en zo samen het lichaam van Christus zijn en iets zichtbaar maken van Gods heerlijkheid.

(leessuggestie: Wil Doornenbal, Geloven zoals je bent.)

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie