Ezeltje van Jezus (Matteüs 21:1-11)

(Matteüs 21:1-11)

Klik hier voor een video-opname van de onlinedienst waarin deze preek werd gehouden.

Kijk je wel eens naar het tv-programma ‘wie is de mol?’ In dat programma zitten allerlei aanwijzingen verborgen die je helpen om antwoord te geven op die ene vraag: wie is de mol? Zo kun je ook naar het Bijbelgedeelte kijken dat we net hebben gelezen. Het gaat over de intocht van Jezus in Jeruzalem. En in deze Bijbelwoorden vinden we allerlei aanwijzingen. Soort van puzzelstukjes zijn die samen helpen om antwoord te vinden op de vraag die mensen zich stellen: wie is die man?

Ik wil het vooral even met je hebben over de ezel waarop Jezus de stad binnenrijdt. Jezus had ook de stad simpelweg kunnen binnenlopen. Of voor een ander vervoersmiddel kunnen kiezen. Een kameel, een paard, de schouders van zijn leerlingen. Maar dat doet hij dus niet. Als hij op de Olijfberg aankomt stuurt hij twee van zijn leerlingen erop uit om op zoek te gaan naar een specifieke ezel. Die daar op hen staat te wachten. En op die ene ezel rijdt Jezus de stad binnen.

Ik denk dat dit ezeltje allerlei antwoorden geeft op de vraag die de mensen zich stellen: wie is die man? Deze ezel vertelt ons vier dingen over Jezus. En als een soort van ezelsbruggetje laat ik deze vier dingen beginnen met de vier letters van het woord ezel, oké?

De eerste letter van het woord ezel is dus een E. Die staat wat mij betreft voor het woord eervol. Belangrijke Bijbelfiguren in de Bijbel bereden een ezel. Abram, Mozes, de zonen van Jakob, de rechters. Allemaal bereden ze ezels. En ook de koningen in Israël kozen voor ezels. Als koning Jehu op weg gaat om de tempel van Baal te vernietigen rijdt hij op een ezel. Koning David berijdt een ezel. En als hij zijn zoon Salomo voorstelt als de nieuwe koning laat hij hem heel bewust de stad inrijden op een ezel.

En nu Jezus de stad Jeruzalem inrijdt en begint aan zijn laatste dagen op aarde kiest hij heel bewust voor een ezel. En daarmee presenteert hij zich nadrukkelijk als koning. En de mensen pikken de aanwijzing meteen op. Het wordt een soort koningsdag daar op de Olijfberg. Ze pakken takken en beginnen ermee te zwaaien als vlaggetjes. Als een rode loper leggen ze hun eigen kleren op de grond. Ze noemen hem : Zoon van David en roepen: Hosanna, help ons toch, redt ons, nu! En ze zingen: Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. En Jezus gedraagt zich ook wel als een koning. Hij vraagt niet of hij het ezeltje heel misschien even mag lenen. Maar hij neemt het ezeltje eigenlijk soort van in beslag. Hij weet waar het staat en draagt zijn leerlingen op: Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, zeg dan: De Heer heeft ze nodig. Dan zal men ze meteen meegeven. De ezel heeft dus iets eervols, iets koninklijks.

De tweede letter van het woord ezel is een Z. Daar hoort het woord zachtmoedig bij. Dat is wat Matteus hier in de kantlijn schrijft: Dat Jezus op dit ezeltje de vervulling is van een oude profetie van de profeet Zacharia: Zeg tegen Zion, kijk, je koning is in aantocht. Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezel. Als in het oosten een koning op bezoek kwam en hij zat hoog te paard, dan wist iedereen: die is op oorlogspad. Maar kwam diezelfde koning op een ezel dan betekende dat: ik kom met vreedzame bedoelingen. Ezels hadden niets te maken met de strijd of de jacht

Een mooi woord is het: zachtmoedig. Zacht en moedig tegelijk. In dat zachte zit iets van mildheid en vriendelijkheid. Maar verwar dat nu niet met soft of halfzacht. Want het vraagt veel moed en kracht. Om tegen de stroom in niet van je af te bijten. Niet er op in te hakken, niet jezelf laten gelden. Maar het kwade te overwinnen door het goede. Deze koning op een ezel heeft iets ontwapenends. Dat had Zacharia er ook al bij gezegd. Deze koning op een ezeltje zal de strijdwagens en paarden verjagen. De bogen breken en vrede stichten

Hij weet wat daar in Jeruzalem op hem wacht. De gesel en de doornenkroon, het hout en de spijkers, ze liggen er al klaar. Hij hoort het in het venijn van de vraag: Wie is die man? Wat stelt hij voor? Toch rijdt Jezus hier niet gepantserd of geharnast omgeven door een cordon van volgelingen. Maar met lege handen en op een simpel ezeltje. Hij zwaait als het ware met een witte vlag. Is gekomen als vredevorst.

Hoe die combinatie van zachtheid en moed werkt bij Jezus zie je meteen na deze intocht. Als Jezus dat hele circus in de tempel ziet smijt hij met tafels en stoelen en veegt hij het tempelplein helemaal schoon. Maar hij doet het om ruimte te maken voor de zachte kracht van gebed. Hij doet dat om daar in die lege tempel plaats te maken voor verlamden, blinden, kinderen. Zeg tegen Zion, kijk, je koning is in aantocht. Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezel.

We gaan naar de volgende letter. De E was van eervol. De Z voor zachtmoedig. De derde letter is weer een E, die staat voor eenvoudig. Want hoewel een ezel iets koninklijks heeft. Het is tegelijk ook het vervoermiddel van de gewone man. Het zijn de vrachtwagentjes van die tijd. Een ezeltje heeft maar een kwart nodig van de gerst die een paard per dag eet. Dus ook de gewone man kan een ezeltje hebben. Als in Jezus dagen Romeinse heersers intocht hielden deden ze dat hoog te paard, neerkijkend op de mensen. Het onderstreept hun dominantie, geeft hen iets onaantastbaars, onaanraakbaars

Jezus zit op een ezeltje, en daarmee blijft hij op gelijke hoogte met de mensen voor wie hij komt. Hij kijkt niet op ons neer. Hij daalt af tot waar jij bent. Hij is niet gekomen om gediend te worden. Hij is de koning-knecht, gekomen om te dienen.

De laatste letter van het woord ezel is de L. Na eervol, zachtmoedig en eenvoudig staat de L voor lastdrager. Dat is hoe Matteus het ezeltje noemt: een lastdier. Het ezeltje is bedoeld om lasten te dragen. En daarmee past het heel goed bij Jezus en bij deze laatste rit de stad in. Want dat is wat Jezus ook zelf is. Lastdrager. Hij draagt de last van zonde en schuld. Van een wereld die kapot is en ziek. En hij draagt die hele last weg.

Markus en Lukas vertellen over het ezeltje specifiek dat geen mens er ooit op heeft gereden. Dat was de eis die werd gesteld aan offerdieren. Dat het ongebruikt was, als nieuw en zonder gebrek. Dit onbereden ezeltje heeft daarmee iets van een offerdier. En past ook daardoor heel goed bij Jezus en zijn laatste rit. Het doet ergens denken aan het ezeltje waarmee Izak ooit samen met zijn vader naar de berg Moria is getrokken. Gehoorzaam aan de opdracht om zichzelf daar te offeren. En zo de last van ons mensen weg te dragen

Dit laatste ritje van Jezus is niet een slotscene. Maar het begin van een schokkende week. En wat voor week het gaat worden proef je al in de vraag die wordt gesteld door de mensen daar in de stad. Want terwijl de mensen op de Olijfberg Hosanna zingen, verschansen zich in de stad mensen achter hun cynisme met de vraag: Wie is die man? Wat stelt hij eigenlijk voor?

Ik heb een vraag aan jou. Waar plaats jij je in dit gebeuren? Is het jouw jas die daar op straat ligt? Zwaait jij daar met een tak? Hoor ik jou stem daar tussen de Hosanna-zingers? Of sta je wat meer op afstand. Kijk je er ook met wat vervreemding naar? Net als de mensen binnen de stadsmuren. Heb je er zo je vragen bij. Wat gebeurt hier? Wie is deze man? Wat wil hij? Wat komt hij doen?

Misschien zeg je: Ik zou dat ezeltje wel willen zijn. Dat ezeltje waarop Jezus binnen rijdt. Ik wil iemand zijn die Jezus hoog houdt. Dat waar ik kom en ben er ook iets van Jezus meekomt en is. Kerkvader Ambrosius zei: “Pas als je gaat lijken op die ezel van Jezus, weet je dat je Jezus op je schouders draagt. Hij bepaalt de weg die jij mag gaan.”

Het kan ook zijn dat je zegt: ja ik herken me wel in het ezeltje. Maar dan in dat ezeltje dat daar nog ergens vastgebonden staat. Iets in mij wil Jezus wel volgen. Maar een ander deel in mij houdt me tegen. Franciscus van Assisi noemde zijn lichaam ‘broeder ezel’. Een ezeltje is dwars, eigenzinnig en eigenwijs op zijn tijd. Zo kloppen de daden van ons lichaam ook niet altijd met de aansporingen van de Geest. De werken van onze handen, de wegen van onze voeten, de woorden uit onze mond, ze zijn lang niet altijd even aardig. En toch, het is uitgerekend zo’n dwars, en koppig ezeltje dat Jezus daar ergens weet te staan

Hij ziet ook jou en mij precies daar waar je nu bent. Hij ziet het als je vastzit, verstrikt bent geraakt, gebonden bent, nog niet vrij. En wat het dan ook is. Waar je in verstrikt zit, hoor dan wat Jezus zegt: maak het los, de Heer heeft m nodig.

Dat is ook deel van wie deze man is. Hij draagt de last van schuld en pijn. Hij offert zichzelf als tegkn van Gods liefde. En zo bevrijdt hij ons mensen. Maakt ons los uit waar wij onszelf in kunnen verstrikken.

Wat is het dat jou bindt, vasthoudt. Onvrij maakt. Wat weerhoudt jou ervan om in deze tijd voertuig voor Jezus te zijn? Een machtswoord van hem is voldoende. Maak m los, de Heer heeft hem nodig.

De Heer heeft ezeltjes nodig. Mensen met draagkracht die kunnen dragen. En in deze dagen ook kunnen verdragen. Net als Jezus dat zelf doet. Precies dat zegt Paulus tegen volgelingen van Jezus uit de Galaten: draag elkaars lasten. Zo, als lastdrager dus, vervul je de wet van Christus.

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie