De slapende boer (Markus 4,26-29)

(Markus 4:26-29 – luisterlied: Psalm 91 – psalmen voor nu; een toekomst vol van hoop – Sela)

Het leven is soms best ingewikkeld en wij westerlingen gaan daar vaak op een heel eigen manier mee om. Als er iets mis gaat roepen we om maatregelen. Nieuwe wetgeving, een scherper protocol. Problemen zijn er om gefikst te worden. Dat heeft ons vaak veel gebracht. Maar je kunt er ook in door schieten. Je kunt gaan denken dat alles in het leven te regelen zou zijn, te managen.

Dan is er de Bijbel die ons er aan herinnert dat er in het leven iets van een geheim, een mysterie schuil gaat. Hoe meer je er van te weten komt, en hoe dieper je er in doordringt hoe groter het mysterie daarmee wordt. Vraag het een serieuze onderzoeker die een leven lang kennis op doet op zijn vakgebied en eigenlijk alleen maar meer onder de indruk raakt van de rijkdom er van, van het mysterie.

De waardevolle dingen van het leven dragen iets in zich dragen van een mysterie. Geloof, hoop, liefde, het leven, God zelf. Hoe meer je daar mee bezig bent, hoe wonderlijker het wordt. Hoe meer je probeert dat te ontrafelen, hoe platter je het slaat. Als je het wilt beheersen, ontglipt het je. Geheimen willen bewaard worden, gekoesterd. Je kunt er geen systeem van maken. Het laat zich niet vangen in een formule. Je kunt er iets van duiden. In een beeld, een verhaal. En dat is wat Jezus doet.

Als Jezus duidelijk maken hoe God in deze wereld aanwezig is, vertelt hij over een boer die zaait en dan gaat slapen terwijl het zaad ontkiemt en opschiet ook al weet de boer zelf niet hoe. Het gaat over het geheim van het zaad in de aarde dat ontkiemt en groeit op een eigen wijze. Het onttrekt zich aan onze greep. De groei hangt niet van onze inspanningen af. Je kunt er zelfs bijna bij gaan slapen

Er wordt hier geen aandacht gegeven aan allerlei omstandigheden die van invloed kunnen zijn. De conditie van de grond, het weer, de expertise van de boer. Het blijft hier allemaal buiten beschouwing. De focus ligt hier op het geheim van de groei. De boer heeft niets anders gedaan dan gezaaid. En daarmee letterlijk alles uit handen gegeven. Dan kan hij gaan slapen. En iedere morgen als hij opstaat ziet hij de groei zich voltrekken.

De bruine akker wordt groen. Eerst ligt er een heel licht groen waas overheen. En dan overtuigender, voller. Prachtig jong, fris groen. Er groeien halmen, en aren en het volle koren in de aren. In fasen voltrekt zich het wonder van de groei. Het gaat eigenlijk vanzelf. Automatisch staat er in het Grieks. Buiten de boer om dus. De groei ontvangt hij als een geschenk.

Je zou kunnen denken: wel een beetje gezapig beeld. Niet erg inspirerend die boer. Zaaien kan er nog net af. En daarna leunt hij wel erg achterover. Je kunt deze gelijkenis ook anders lezen. Er staat letterlijk: hij gaat slapen en hij staat weer op, een nacht en een dag. Dat herinnert ons aan het scheppingsverhaal waarin God een nacht gaf om te slapen en een dag om het goede leven te leven. En precies dat lijkt deze man te hebben gevonden. Hij weet dat er overal een tijd voor is, een tijd om te zaaien, een tijd om te groeien en te rijpen. Mooi hoe dat rijpen nadrukkelijk in stukjes wordt beschreven. Eerst de halm, dan de aar en dan het rijpe graan in de aar. Deze man leest het leven en weet waar het de tijd voor is. De dwaas doet dingen te vroeg of te laat. De wijze onderscheidt waar het op aankomt en doet dan het juiste op het juiste moment.

Ik wil even stilstaan bij deze slapende boer. Dat gaan slapen in vertrouwen komen we vaker tegen in de Bijbel. Bijvoorbeeld in het slot van psalm 4. In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in want U Heer laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis. Het is een avondgebed van David. Die wat hij ingewikkeld vindt voorlegt aan God, uit handen geeft. En dan gaat hij, net als de boer in de gelijkenis, slapen. In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in want U Heer laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.

Je hebt in de Bijbel twee manieren van slapen. Slapen kan een beeld zijn van traagheid, van onverschilligheid, afstomping en zonde. Uit die slaap roept God ons wakker. Maar er is ook het slapen in geloof. Het is het slapen van Jezus die midden in een vliegende storm in een wiebelig bootje op woest en wild water Zijn hoofd op een kussen legt en slaapt in het vertrouwen dat God Hem veilig naar de overkant zal brengen. Het is het slapen van Jezus, Die vastgenageld aan het kruis, in zijn grootste pijn en doodsnood uitriep: Vader, in Uw handen beveel ik mijn Geest. Het is wellicht het slaapliedje dat hij van zijn moeder had geleerd. En waarmee hij 33 jaar lang in slaap was gevallen. Alsof Hij zegt en zingt: Ik ga slapen, ik ben moe. ‘k sluit mijn beiden ogen toe. Here houdt ook deze nacht. Over mij getrouw de wacht.

Bij dat slapen in  vertrouwen moet ik ook denken aan het begin van psalm 127. Daar lezen we: als de Heer het huis niet bouwt vergeefs zwoegen de bouwers. Als de Heer de stad niet bewaakt vergeefs doet de wachter zijn ronde. Vergeefs is het dat je vroeg opstaat, je laat te ruste legt, je aftobt voor wat brood. Hij geeft het zijn lieveling in de slaap.

Al dat rusteloze geploeter en gezwoeg van ons mensen waar we zo’n beetje ons hele leven druk mee zijn. Het is zinloos, het verwaait in de wind, het is vergeefse moeite als het niet wordt geleid en gedragen en gezegend door God. We kunnen ons nog zo inspannen en op het eerste gezicht succesvol zijn als we dat doen op onze eigen kracht en onze eigen manier. Dan wordt het gewogen, gewogen en te licht bevonden. Dan heeft het geen blijvende waarde, draagt het geen vrucht. En blijft er helemaal niets van over.

Deze woorden worden toegeschreven aan koning Salomo. Die specifiek bezig was met de bouw van een tempel voor God. Daar heeft hij maar liefst zeven jaar aan gebouwd. Zeven jaar wordt alles uit de kast gehaald. De meest begaafde bouwmeesters en begenadigde kunstenaars. Goud- en zilversmeden en alleen de meest verfijnde materialen. Ze resulteren in een schitterende tempel met uitstraling. Maar Salomo realiseert zich: hoe fraai en indrukwekkend het ook is. Als de Heer er zijn intrek niet in neemt. Als de Heer deze plek niet bewoont, bezield, vult. Dan is het niet meer dan een mooie maar lege ruimte. Of zoals Paulus dat noemt in 1 Korintiërs 13: een dreunende gong, een schelle cimbaal.

In het stadswapen van de Schotse stad Edinburg staat de volgende wapenspreuk geschreven: Nisi Dominus Frustra. Zonder God tevergeefs. Nisi Dominus frustra, je hoort er het woord frustrerend in. Zonder God is het leeg, hol, ijdel en frustrerend. Het frustrerende zit hem er mede in dat als je het alleen van jezelf moet hebben dat je je dan teveel in kunt vast bijten. Teveel er je identiteit aan ontleend. En iets krampachtigs en verbetens kunt krijgen. En snel gefrustreerd of verbitterd kunt raken als het niet loopt zoals je jezelf dan had voorgesteld. En als het je wel lukt, dan kun je er ook gemakkelijk zelfingenomen van worden.

Maar daar blijft deze psalm niet in steken. Hij voegt er een zin aan toe die heel bepalend is. Een zin die naast dit vergeefse geploeter een andere manier van leven legt die wel van blijvende waarde is. Wel vruchtbaar. Hij geeft het zijn lieveling in de slaap. God geeft het. Het zijn maar drie woorden. Maar ze maken een wereld van verschil. Het is het besef dat God het is die het eigenlijke werk doet. Dat jij mag planten en wat water geven. Maar dat de wasdom, de groei een geschenk is.

In deze psalm lezen we specifiek dat God het zijn lieveling geeft in de slaap. Je komt door heel de Bijbel best veel verhalen tegen waarin het beslissende, het eigenlijke zich voltrekt in de slaap. De mens loopt met al zijn goede bedoelingen God vaak voor de voeten. Maar als de mens een stapje terug doet en rust, ontstaat er ruimte voor God om zíjn werk te doen.

God ziet Adams eenzaamheid en verlangen. En terwijl hij slaapt zorgt God er voor dat zijn verlangen wordt ingevuld. Adam ontvang zijn vrouw terwijl hij slaapt. God geeft het zijn lieveling in de slaap.

Als Jakob slaapt gaat de hemel even open voor hem en de volgende morgen kan hij weer verder met nieuwe moed. God geeft het zijn lieveling in de slaap.

Als het volk Israël midden in de woestijn slaapt, regent het buiten het tentenkamp brood uit de hemel. God geeft het zijn lieveling in de slaap

Als Maria zwanger is en Jozef er in stilte van door wil gaan ontvangt hij terwijl hij slaapt duidelijkheid. Duidelijkheid over zijn vrouw én duidelijkheid over het kind dat het Jezus zal heten en redder van de wereld zou zijn. God geeft het zijn lieveling in de slaap.

Je kunt deze zin uit psalm 127 ook net wat anders lezen. Want om precies te zijn staat er niet: Hij geeft het zijn lieveling ín de slaap. Heel letterlijk en precies staat hier: hij geeft zijn lieveling slaap. Het besef dat het eigenlijke, het beslissende van God komt kan een heel bevrijdende werking hebben. Het kan de ban breken. En uit mijn leven de kramp, de stress, de jacht halen. En in plaats daarvan kan er iets van ontspanning zijn.

Je kunt jezelf weer wat rust gunnen en op tijd gaan slapen. Je kunt met een gerust hart op adem komen op de rustdag. Want je weet, het eigenlijke, het wezenlijke dat is een gave van God. Dat komt van Hem. Zoals die boer in Markus 4. Hij heeft geploegd en gezaaid en dan duikt hij zijn bed in. En terwijl hij slaapt, begint het gezaaide te groeien. Automatisch, als van zelf, en zonder dat hij weet hoe dat nu precies gebeurt.

De Heer geeft het zijn lieveling in de slaap. Salomo had twee namen gekregen. Zijn eerste naam Salomo betekent zoon van de vrede. En die naam staat vooral voor het werk dat hij mag doen voor de Heer. Geen oorlogen voeren maar vrede stichten en een huis bouwen waar de Heer zijn vrede geven wil. Maar hij had ook die andere naam gekregen: Jedid-ja. Dat betekent: lieveling van de Heer. Die naam had niet te maken met zijn werk voor de Heer. Jedidja gaat veel meer om de Heer van het werk. Salomo is wat meer de buitenkant, wat mensen er van zien. Jedidja is de binnenkant, de binnenkamer, het hart. En als Jedidja had deze man ervaren dat God het in de slaap geeft. God had hem gevraagd wat hij nodig had voor zijn koningschap. En hij had om wijsheid gevraagd en die ook volop gekregen. De Jedidja, de binnenkant was het eigenlijke geheim van zijn leven.

Tragisch is het dat in het latere deel van zijn leven de Jedidja minder en minder ruimte krijgt en Salomo meer en meer de overhand krijgt. Hij maakt een reeks ongelukkige keuzes. Veel gedoe met vrouwen en invloeden van vreemde goden en die keuzes van Salomo, dat bezig zijn uit en voor zichzelf dat werkt pijnlijk door ook voor latere generaties en leidt tot een splitsing van het land in een tweestammenrijk en een tienstammenrijk. Salomo zal nog vaak hebben terug gedacht aan deze woorden: Als de HEER het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de wachter zijn ronde. Als Jedidja niet de ruimte krijgt, doet Salomo alles voor niks.

Dat is waar we het vanavond dus even over hebben. Over de slapende boer waar Jezus het over heeft. Over het gaan slapen in vertrouwen in psalm 4 en 127. Dit vertrouwen ligt niet voor het oprapen. Jezus vertelt dat dit het goede leven is. Een leven onder het koningschap van God. En dat is in onze wereld soms ver weg. Hebben allerlei andere machten de overhand. Doen mensen geen oog meer dicht van de pijn, de eenzaamheid, de verscheurdheid. Gaan mensen slapen met hongerige magen. In doffe uitzichtloze ellende. Niet zo gek om dan een dag van gebed te beleggen. Om samen te bidden voor elkaar. En voor zoveel mensen in nood.

Dat uit handen geven is een hele opgave. Het is een oefening in vertrouwen. Dat God zal voorzien in wat nodig is. Soms gaat dat gebrek aan vertrouwen terug op oude wonden, op onvermogen. Er is in ons vertrouwen een barst gekomen. We vrezen dat God niet zal voorzien. Of dat wat hij geeft niet genoeg zal zijn. Dat hij mij over slaat en niet ziet. We piekeren soms heel wat af. Of jagen onszelf op tot de max.

Het evangelie is een tegenstem. Een stem tegen de angst. Een stem tegen de onrust. Een stem tegen overbezorgdheid. Jezus die ons vertelt ons van de slapende boer is zelf de eigenlijke zaaier en tegelijk het zaad. Hij heeft zichzelf gezaaid, in de aarde geworpen. Is zelf de graankorrel die gestorven is. En er zit in hem een onvoorstelbare kiemkracht. Hij verrees zelf uit de dood. En met diezelfde kracht zijn velen met hem opgestaan in een heel nieuw leven. En dat nieuwe leven wil en zal zich ook in jou en mij doorzetten. Ondanks alles.

Het verhaal over deze slapende boer. Het is een uitnodiging tot bescheidenheid, tot ontspanning, tot vertrouwen. De dingen hebben hun geheim. En niet alles valt te regelen. Het mysterie van een vruchtbaar leven ligt in de zegen van God. En deze God heeft zijn eigen zoon voor ons gegeven. Zal hij ons dan met Hem niet alle dingen schenken?

Bijbelvertalers waren eens druk bezig om in een bepaalde inheemse stam ergens diep in de jungle de juiste vertaling te vinden voor het werkwoord geloven, vertrouwen. De vertalers observeerden deze stam. Hoe ze leefden, welke gebruiken ze hadden. Hoe ze hun tenten opbouwden en hoe zorgvuldig ze een boom uitkozen om hun hangmatten aan te bevestigen om daar rustig en veilig in te kunnen slapen. En ineens viel hen de juiste vertaling in voor het woord geloven. Een uitdrukking die deze mensen meteen begrepen. En die ook mooi aansluit bij deze slapende boer. Geloven is: je hangmat vastknopen aan God.

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie