De schreeuw (Matteüs 27, 46)

De Noorse schilder Edvard Munch maakte een schilderij dat inmiddels wereldberoemd is geworden. Het werk heet: de schreeuw. Kijk er even naar. Wat valt je op? Wat spreekt je aan? Eerst denk je dat de schreeuw komt uit de mond van die man daar midden op de brug. Maar de handen op zijn beide oren laten zien dat het toch iets anders zit. Munch vertelt dat hij dit zelf zo een keer ervaarde. Hij liep in depressieve toestand met een groot liefdesverdriet ergens op een brug. Het avondrood van de ondergaande zon kwam bij hem binnen. Hij zag het licht wegglippen, en het duister komen. De vraag die hem naar de keel vloog is: waar is nog toekomst en hoe ziet die er dan nog uit voor mij? Het is een visioen van verschrikking. Een paniekaanval in beeld. Alsof de schreeuw die hij van binnen voelt wordt overgenomen door de natuur. Alles schreeuwt het uit. De lucht, het water, in schreeuwende kleuren. Het lijken wel geluidsgolven. Deze mens zelf wordt hier overweldigd door de schreeuw. Hij kronkelt mee in de geluidsgolven.

Hoe wereldberoemd dit schilderij ook is geworden. De ultieme schreeuw horen we ergens anders. Ik neem je mee naar Golgotha. Het is vrijdagmiddag tegen drie uur. Het is dus nog volop dag en toch is het hier. Al sinds het middaguur vreemd donker. Alsof er een sluier van duisternis ligt over alles. Alle geluid en kabaal is inmiddels door deze deken gesmoord. De ophitsende hogepriesters en oudsten. De menigte die als uit één mond kruisigt hem riep. De lallende Romeinse soldaten met hun wrede grappen. De venijnige spot van omstanders en voorbijgangers. Er valt over dit alles een diepe vreemde stilte. Ook de natuur hult zich in stilzwijgen. Je hoort geen vogel meer fluiten.

Kom, dan lopen wat dicht naar het kruis toe. Wij die zo bezig zijn met 1,5 meter afstand houden zien dat iedereen als vanzelf hier afstand bewaart van deze ene man daar aan dat middelste kruis. Hij wordt gemeden als de pest. Op pakweg anderhalve meter links en anderhalve meter rechts van hem hangen nog twee mannen aan een kruis. De een spuwt zijn laatste venijn, de ander wendt zich naar Jezus toe. Zelf hangt hij op laten we zeggen anderhalve meter boven de aarde, van de mensheid. Weggehoond, verguisd, bespot, uitgekotst. Met pek en veren de stad uitgedragen. Geen intensive care maar intense haat. Geen beademing maar bespotting. Niet omringd door helden uit de zorg maar verlaten, zelfs door zijn beste vrienden.

Volgens Mattëus is Jezus zelf ook stil. Daar hangend aan het kruis, heeft Jezus al die tijd geen kik gegeven, geen woord gezegd. Maar nu, aan het einde van drie uren duisternis verbreekt hij de stilte met een schreeuw. De(!) schreeuw. Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

Wat hier gebeurt is een groot mysterie. Laten we er stilletjes naar kijken. Er om heen lopen, er wat over na denken. Kijk alles wat er gebeurde met Jezus, de vernederingen, de martelingen, Het venijn, de spot, de spijkers en het kruis. Het was wreed en verschrikkelijk. Maar in deze schreeuw proeven we dat zich hier nog een ander, dieper lijden afspeelt

Jezus hangt daar niet voor zichzelf. Hij hangt daar voor ons allen. Hij is het hoofd van alle dingen. Van alle mensen en de hele schepping. En Jezus zegt niet: ik ben alleen. Hij zegt: u hebt mij verlaten. En God verlaat hier dus niet alleen Jezus. Maar in hem verlaat God hier alles en iedereen. En het hele gewicht daarvan, dat voelt alleen deze ene man. En als God gaat, dan gaat het licht uit. Als het vuur dooft, komen de wolven. En wat overblijft is een godverlaten, godvergeten wereld. Je kunt zeggen: dit is de hel.

Jezus ervaart hier iets wat niemand zo ervaren heeft. Het is wat hij al aanvoelde in de hof van Getsemane. Waar het hem zo aanvloog dat hij als een worm over de grond kroop en bloed zweette. Als God verdwijnt is er in plaats van zegen vloek. Dan verdwijnt alle zin en samenhang. In plaats van heelheid, eenheid, shalom is er vloek, verval, verrotting, verwelking. Zoiets als een doolhof zonder uitgang, waanzin zonder overkant. Zonder zin en uitzicht wordt alles krankzinnig, absurd, idioot. Dat klinkt door in deze schreeuw: tot wat? God van mij, tot wat? Het is teveel, ondragelijk, je zou je ervoor willen afsluiten. Zoals die man in dat schilderij van Munch. Beide handen op de oren.

Deze schreeuw van Jezus aan het kruis. Het is ook de schreeuw van de schepping. Jezus schreeuwt hier niet alleen voor en namens de mensen. Hij schreeuwt namens de hele schepping. Waar nu alle licht is gedoofd, en geen vogel meer zingt. Deze Godverlaten wereld waar de machten van de duisternis. De woestheid en ledigheid van voor het begin weer vrij spel heeft. Die schepping die zo deelt in de gevolgen van de zonde. Die is hier begrepen in deze schreeuw. Alles schreeuwt hier mee.

Jezus schreeuw neemt alle schreeuwen in zich op. Voor alle machteloosheid, alle onrecht, al het verdriet dat ons mensen kan overkomen. Door andere mensen aangedaan, of je overkomen door deze kapotte wereld. Ziekte, depressie, gebrokenheid in je relatie, of in de relatie met je kinderen, met je ouders, met vrienden. Een ongeluk, of verdriet omdat niet lukt wat je wilt bereiken, werkeloosheid en lichamelijk ongemak.

Soms praten wij mensen niet meer met God. En als we niets meer weten te zeggen, zeggen we soms nog: mijn God! O my God. Begrijpen er soms helemaal niks meer van. Maar Jezus daalt in die diepste, donkerste momenten af. Begrijpt ons hierin beter dan wij onszelf begrijpen en neemt ons zwijgen en ons schreeuwen en alles er tussen in op in deze ene hartverscheurende schreeuw. En is zo echt Immanuel, God mét ons!!

Deze schreeuw is een klacht. Waarom? Tot wat? En Jezus sterft te midden van zijn vragen. Binnen zijn aardse leven is hij niet verhoord. Er is een nare, wrede, niets ontziende dood. Er is geen uitkomst, geen verhoring. Daarmee deelt Jezus in al die pijn van onverhoorde gebeden, van lijden zonder zin.

Het diepere geheim van deze schreeuw is dit. God verlaat niet alleen zijn zoon. Hij verlaat niet alleen de mensen en de schepping. Hij verlaat hier ook zichzelf. God neemt deze scheur op in zichzelf. Hij ondergaat dit, gaat er in onder. God gaat tot het uiterste in zijn liefde. De drie-ene God kraakt in zijn eenheid in zijn toewending naar ons. God gaat hier zelf stuk, kapot.

Nou, stuk, kapot. Toch niet helemaal. Want Jezus schreeuwt wel intens. Maar hij blijft daar wel hangen. En zijn schreeuw tot wat, zijn waarom gaat door merg en been. Maar hij blijft ook schreeuwen: God van mij, God van mij. Wie U zegt of jij, is ondanks alles toch nooit echt alleen. En in Jezus die daar aan het kruis blijft hangen tot het einde zien we God zelf die wel kraakt in al zijn voegen. Maar in Jezus ons en deze wereld toch niet loslaat, trouw blijft en standhoudt. En daarvoor de hoogste, zwaarste prijs voor wil betalen. Wil afdalen tot in de hel. Wil sterven voor de wereld.

Als het langzaam weer licht wordt daar op Golgotha zien we daar een paar mensen staan, onderaan het kruis. Een Romeinse officier plus wat Joodse vrouwen. Dit is zeg maar het begin van de kerk. Mensen die deze laatste schreeuw niet meer, nooit meer kunnen vergeten. Een schreeuw die we elke dag opnieuw horen. Om ons heen en in onszelf. En waar we deze schreeuw horen weten we: die wordt gedragen en meegenomen in de laatste schreeuw van deze man aan het kruis.

Dan is er die tweede schreeuw en sterft Jezus daar aan het kruis. Je zou misschien verwachten dat het dan nog donkerder wordt. Maar nee, Als Jezus sterft, wordt het juist weer licht. Jezus neemt in zijn dood alles mee en alles weg. Dood, duisternis, vloek, oordeel, kloof, breuk. Matteus schrijft: Nog eens schreeuwde Jezus het uit. Toen gaf hij de Geest. Dat doet hij echt actief, als een eigen keuze. De geest geven.

Bij een afgematte, uitgeputte, stervende man verwacht je als laatste hooguit nog een zucht, een kreun. Maar Jezus schreeuwt het nog eens krachtig uit. In deze schreeuw klinkt er naast al het andere ook iets mee van overwinning. Want juist als Jezus met deze laatste schreeuw sterft begint het weer licht te worden. En zijn er de eerste tekenen van een nieuw begin. De schepping begint aan een eerste vreugdedans. De aarde beeft, graven barsten open, doden komen tot leven. En in de tempel scheurt het voorhangsel van boven naar beneden. Er gaat er bij God en in God een deur open. Voor jou, voor mij en voor alle mensen.

Mede geïnspireerd door: Willem Maarten Dekker, Provocatie, hoofdstuk 7, 2012

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie