De blik op Jezus (Hebreeën 12:1-13)

(Hebreeën 12:1-13 – luisterlied: Only Jesus, Casting Crowns)

Zonder visioen verwildert het volk. Het is een quote uit het Bijbelboek Spreuken. Ze dateert van zo’n 2500 jaar geleden. Je zou daar een heel betoog aan kunnen vastknopen. Over leiders zonder een echt moreel kompas. En wat dat doet met de sfeer en het klimaat binnen een bedrijf, een politieke partij, een samenleving. Een kopstuk uit politiek Den Haag zei in een interview: “Een wereldverbeteraar? Zo wil ik mijzelf niet noemen. Daar krijg je alleen maar depressies van.” Je hoeft dan niet heel verbaasd te zijn als je juist in zo’n partij morele leegte proeft. En er structureel issues zijn rond integriteit, bonnetjes en gedoe Ergens houden we in ons landje wel van leiders die hun ideologische veren afschudden en in plaats van visionair leider te willen zijn. Zichzelf etaleren als managers en probleemoplossers. Tot we schrikken van de verwildering, het onbehagen. Zonder visioen verwildert het volk.

Iemand zei met een variant op deze uitspraak: zonder visioen geen motiverende, disciplinerende kracht. Als je niet meer weet waar je allemaal voor doet lekt je energie weg, mis je op den duur de bezieling. Als de stip aan de horizon verdwenen is kun je je zomaar verliezen in allerlei bijzaken. En kun je gemakkelijk stranden op obstakels die je niet meer weet te overwinnen. Je kiest dan al snel de weg van de minste weerstand. Zonder visioen geen motiverende, disciplinerende kracht.

Daar gaat het over in de Hebreeënbrief. Er hangt iets in de lucht van weekheid en traagheid. Van afhaken en opgeven, van loslaten en wegblijven. Van slappe handen en knikkende knieën. En eigenlijk is deze Hebreeënbrief een lange aansporing om deze verslapping, deze sufheid en traagheid te doorbreken, af te schudden, te overwinnen. En als medicijn, als remedie tegen de slapheid zet deze brief juist in op visie, op een visioen. Want zonder visioen verwildert het volk. Zonder visioen geen motiverende, disciplinerende kracht.

In de Hebreeënbrief gaat dat visioen over het grotere plaatje. Het leven van een christen heeft iets van een loopbaan. En soort van lange estafette-loop die zich uitstrekt over eeuwen. En ieder loopt er zijn deel in en geeft het stokje dan door. Er zijn al heel wat lopers binnen. Voor hen zit het er op. In Hebreeën 11 wordt er een indrukwekkende opsomming gegeven van lopers die de loopbaan hebben gelopen en de eindstreep gehaald. Abel, Henoch, Noach, Abram, Sara, Izak, Jakob, Mozes enz. Enz. De opsomming in Hebreeën 11 eindigt met de uitspraak dat God, hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken. De wedstrijd is pas voorbij als ook de laatste lopers binnen zijn. Vandaar dat alle lopers hebben plaatsgenomen op de tribunes en als een wolk van getuigen degene aanmoedigen die nu lopen in de loopbaan van het geloof.

Zo begint Hebreeën 12. Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. En op de tribunes bevinden zich tussen alle anderen ook mensen die met meer dan gewone belangstelling jouw loop volgen en specifiek jou willen aanmoedigen. Zij die jou zijn voorgegaan in geloof en de eindstreep al over. Kun je hun gezichten voor je halen? Je vader, je moeder, je opa, je oma, een vroeg gestorven kindje. Een reeds overleden geestelijke vader of moeder misschien. Een hartsvriend of vriendin in geloof die al werd thuisgehaald. Ook zij zitten daar en moedigen je aan. Wij zijn er al, nu jij nog! Kom jij ook deze kant op?

Die hele opsomming van estafettelopers in Hebreeën 11 wordt ook wel de galerij van geloofshelden genoemd. Toch zet ons dat gemakkelijk op het verkeerde been. De Bijbel is geen boek over helden. De wolk van getuigen die ons omringt, al de lopers op de tribunes, het zijn stuk voor stuk breekbare mensen die net als wij hebben in een gebroken wereld hebben gelopen hebben geworsteld met een onvruchtbaarheid en ziekte met jaloezie en begeerten. Met onzekerheden en angsten.

Ik kwam eens ergens de volgende opsomming tegen: Noach was dronken, Abraham te oud, Lea was lelijk, Jozef werd mishandeld, Mozes was een stotterende driftkop, Rachab was een hoer, Jeremia was depressief, David ging vreemd, Elia wilde zelfmoord plegen, en Jona liep gewoon weg. Petrus verloochende Jezus, de Samaritaanse vrouw was tig keer gescheiden, Zacheüs was gierig, Paulus een haatdragende christenvervolger. En Lazarus was dood. Geen elitetroepen maar verfomfaaide en gekreukelde mensen. Dat zijn de types waarmee God op weg is gegaan. Dat is materiaal waar onze God het liefst mee werkt.

Deze lopers op de tribunes zitten daar niet als helden maar als getuigen. Het wordt nadrukkelijk een wolk van getuigen genoemd. Het zijn stuk voor stuk richtingwijzers. En ze wijzen allemaal naar iemand anders. En we hoeven niet te raden naar wie. Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: Letterlijk staat er: laten we wegkijken naar Jezus. De focus dus afkeren van andere zaken en heel bewust richten op Jezus alleen.

Jezus is de grondlegger van ons geloof. Het betekent zoiets als baanbreker, voorloper. Hij is de aanvoerder die voorop gaat in de strijd. Hij is ook de voltooier, de voleinder, afmaker. Hij brengt het tot een goed einde zal brengen. Hij is zowel de oorspong als het sluitstuk. Het begin en het einde, de Alpha en de Omega. Alles staat of valt met Jezus, met Jezus alleen. En het goede nieuws is dat het dus niet valt met hem maar staat. Ja, dat woord valt hier tot tweemaal toe. Hij hield stand. Hij had geen slappe knieën, geen slappe handen. Hij hield stand onder het kruis en heeft het gedragen. In het Duits is er het werkwoord: drunterbleiben.

En we lezen specifiek hoe Hij dat deed: Denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Daar heb je dat principe opnieuw: zonder visioen geen motiverende, disciplinerende kracht. Dankzij het visioen, het vergezicht van de vreugde kon Jezus zijn liefde gestand doen. Bleef hij staande tegen het verzet, de afwijzing, de weerstand. Kon hij de last dragen van de zonde, de pijn, de nood en heeft hij die gedragen, verdragen en weggedragen. Zo is hij grondlegger en voltooier. Zo legt hij het fundament, baant hij de weg.

Jezus heeft door het offer van zijn leven een onwankelbaar fundament gelegd. En nu is Jezus actief aan het voltooien wat Hij begon. Hij heeft zijn plaats ingenomen aan de rechterhand van de Vader. Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. Dat is het kloppend hart van het visioen dat we in de Hebreeënbrief keer op keer tegenkomen.

Op andere plaatsen in deze brief wordt keer op keer onderstreep dat Jezus bij God is als hogepriester. Ooit ging in het Oude Testament de hogepriester het heilige der heiligen binnen met het bloed van de offers om daar verzoening te brengen. Vrede te stichten tussen God en de mensen. Jezus heeft zelf het offer van zijn leven gebracht en zo de breuk hersteld tussen God en ons. Hij is in persoon onze vrede. En staat zo bij God. En in persoon is hij de sterke en onbreekbare verbinding tussen God en mensen.

In Hebr 10 lezen we: Broeders en zusters, dankzij het bloed van Jezus kunnen we zonder schroom binnengaan in het heiligdom. Omdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar het nieuwe leven gebaand heeft door het voorhangsel heen. We hebben nu een hogepriester die dienst doet in het huis van God. Laten we God dan naderen met een oprecht hart en een vast geloof. Laten we zonder wankelen datgene blijven belijden waarop wij hopen want hij die de belofte gedaan heeft is trouw.

De hele Hebreeënbrief kun je samenvatten in vier woorden. Je vindt ze in hoofdstuk 2 vers 9: maar wij zien Jezus. Als je deze brief op je in laat werken word je opnieuw stil van de pracht van Jezus. Wat een barmhartige en getrouw hogepriester is hij. Met het offer van zijn leven is hij het heiligdom binnen gegaan. Heeft hij de zonde weggedragen en vrede met God bewerkt. Van deze hogepriester ook een reinigende vernieuwende kracht uit zodat wij hier op aarde ook dit nieuwe leven leven. Voel je de kracht van dit visioen? Motiverend, disciplinerend, reinigend. Maar ook dragend! Zoals de hogepriester de namen van de 12 stammen van Israël op de edelstenen op zijn borst meedroeg, zo draagt de hemelse hogepriester onze namen tot bij god, op zijn borst.

Zonder visioen verwildert het volk. Zonder visioen komt vroeg of laat de verslapping, de vertraging, de verveling. Maar als we samen de blik houden op Jezus de barmhartige en getrouwe hogepriester, komen we uit onze leunstoel, strikken we opnieuw onze veters. Strekken we onze knikkende knieën, heffen we onze slappe handen op en lopen we ons deel van de loopbaan. Laten we wat ons is toevertrouwd niet uit handen vallen. En geven we de fakkel van het geloof door.

Een paar weken geleden was ik met een groepje vrienden een weekend te gast in het klooster van Chevetogne in België. We hadden een goede tijd met een mix van tijd voor stilte en reflectie, liturgie, wandelingen en goede gesprekken. De maaltijden gebruikten we samen met de monniken, in stilte. Maar hun eenvoudige, geconcentreerde manier van leven  spreekt ook zonder woorden boekdelen. Het simpele eten, de sobere zwarte pijen. Geen vrouw, kinderen, vrienden, hobbies. Geen huis, auto, vakanties, etentjes of events. Wie zou ik zijn, wat blijft er van mij over in zo’n leven? Ontdaan van alle franje waar ik zo vaak druk mee ben en een heel stuk van mijn identiteit aan ontleen.

Op zaterdagavond was er een Ooster-orthodoxe liturgie. Het zou urenlang duren, we maakten er een deel van mee. Een prachtig schouwspel van priesters in gewaden en meerstemmig gezang met iconen, wierook, kaarsen en een heiligdom dat zich opende. Alsof je even in het hemelse heiligdom bent en de hemelse Hogepriester bezig ziet. Later op de avond terwijl het laatste deel van de liturgie nog aan de gang was zaten we als groep in een van de kamers. We hadden het goed samen. Het drong even tot me door dat het iets zichtbaar maakt van het visioen. Deze monniken de liturgie van de verzoening gaande houden draait om hen heen in de omgeving de wereld door en leven mensen hun levens. Zo is Jezus de grote Hogepriester voortdurend aanwezig in het hemelse heiligdom. En terwijl hij daar dienst doet mogen we dankzij zijn offer en priesterdienst ons leven leven. En de Hebreeënbrief zegt dan: leef uit zijn offer, leef uit zijn vrede en verspeel die vrede niet.

Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof:

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie