De dans van God (Sefanja 3,17)

(Genesis 18:1-9; Sefanja 3: 14-21 – luisterlied – Father’s Song)

De evangelist Johannes vertelt ons diepe dingen over het wezen van God. En met name over de bijzondere band tussen de Vader, de Zoon en de Geest. De Zoon rust van eeuwigheid af aan het hart van de Vader (Jh.1,18). Beeldspraak voor een verhouding van liefde en intimiteit. Als deze Zoon mens wordt is hij er vooral op uit om zijn Vader te eren, te verheerlijken. (Jh. 17,4) en op zijn beurt eert, verheerlijkt de Vader de Zoon (Jh. 17,5). En de Geest verheerlijkt vooral Jezus (Jh.16,14). Iemand eren of verheerlijken betekent van iemand genieten, vreugde scheppen in iemand. Op die ander gericht zijn, die ander dienen, eerbiedigen. Die ander in het middelpunt zetten. Johannes reikt ons hiermee een bijzonder beeld aan van God. Het beeld van een liefdevolle gemeenschap van drie personen die om elkaar heen cirkelen en liefde, vreugde, verering in elkaar uitgieten. Ieder van hen bemint, vereert, eerbiedigt en verheugt zich in de andere personen. Het heeft iets weg van een voortdurende heilige dans.

Oude Griekse kerkvaders gebruikten voor deze liefdevolle gemeenschap in God het woord perichoresis: ronddansen of rondvloeien. In een voortdurende beweging van opening en aanvaarding omsluit ieder van de drie in God de ander. Een heilige intieme dans van liefde, vreugde en intimiteit.

Het icoon van Rublev maakt deze heilige harmonie in God mooi zichtbaar in een beeld van tafelgemeenschap. In het midden zien we de zoon. Hij richt zijn blik op de vader links van hem. De vader zegent de zoon. De hand van de zoon wijst naar de Geest rechts van hem. En rechts is de Geest gericht op de vader en de zoon. Er is een beweging van Vader, naar Zoon, naar Geest, een beweging die eeuwig doorgaat. De Vader zendt de Zoon, de Zoon zendt de Geest.

Het is wereldwijd de meest bekende en geliefde icoon. Ze heeft altijd grote indruk gemaakt op ieder die de moeite neemt er aandachtig naar te kijken. Over ieder onderdeel van dit tafereel is overduidelijk aandachtig gemediteerd. De blik waarmee deze drie elkaar aankijken. Het diepe onderlinge respect waarmee ze delen uit dezelfde schaal. Iemand schreef over deze icoon: haar lichte gratie en helderheid, haar harmonieuze voorkomen en elegantie werken betoverend en nodigen ons uit om dieper door te dringen in haar mysterie.

Er zit in dit beeld van God een enorme rust. Dit is wie God is. Dit is de realiteit, de werkelijkheid. Dat is niet een plek waar je kunt ‘komen’ of die je kunt ‘bereiken’, je kunt er alleen in rusten en je in verheugen. Deze beweging van liefde in God en vanuit God stroomt en is niet te stoppen. Het is de stroom van leven die vloeit uit het hart van deze liefdevolle gemeenschap. Het enige dat je kunt doen is dat erkennen, ervan genieten en je steeds weer en steeds meer leren overgeven aan haar vermogen jou te dragen.

Welk beeld van God draag jij met je mee? Voor veel mensen is God iemand op afstand. Iemand die vooral kijkt, onderzoekt en oordeelt. In de Bijbel ontmoeten we God als een liefdevolle gemeenschap. Een gemeenschap zonder bedreiging, zonder dwang. Een gemeenschap die alleen maar goedheid uitstraalt, liefde en vooral blijdschap. Vrijdagavond bekeken we in het Westhoffhuis de film The Shack, verfilming van het bekende boek: De uitnodiging door Paul W. Young. De hoofdpersoon Mack trekt in een afgelegen hut enkele dagen op met deze liefdevolle gemeenschap van Vader, Zoon en Geest en ontdekt dat God door en door goed is. Zo staat het prachtig in psalm 119: 26 nieuw berijmd: Heer, Gij zijt goed, in heel uw wezen goed en goed voor al uw kinderen zijn uw daden. Een paar dagen vertoeven in deze liefdesgemeenschap maakt Mack’s hart zacht, en zuiver, heel en nieuw.

Deze icoon heeft iets verstilds, iets sereens. In de film The Shack en het boek De Uitnodiging wit er in die liefdevolle goddelijke gemeenschap ook veel levendigheid, ontspanning, plezier. Tussen de drie in God tintelt het, bruist het. Er wordt geschatert en gedanst, gehuild en gehugd. U hebt vast gezien dat op de achtergrond van deze icoon achter, boven de vader een huis is geschilderd. Het open raam en de open deur doen denken aan de goede wachtende vader uit Lukas 15. Die voortdurend uit kijkt naar de thuiskomst van zijn zoon. En als daar die berooide jongste zoon aan komt strompelen wordt daar ontroerend zichtbaar welke dans van liefde, goedheid en vreugde zich afspeelt in het hart van God. De vader rent zijn kind tegemoet, valt hem om zijn hals, kust hem, geeft hem nieuwe kleding, een ring en sandalen, laat het gemeste kalf slachten en bereid een feestmaal. Laten we eten en feestvieren, zegt hij. En je ziet hem dansen met de hele gemeenschap. In datzelfde hoofdstuk is er de vrouw die haar muntje terugvindt en de herder die zijn verloren schaap thuisbrengt. Ook zij verbeelden iets van het hart van God. Ook bij hen is er die dans van liefde, goedheid en vreugde. Deel in mijn vreugde, ik heb gevonden wat kwijt was. En Jezus zegt erbij: zo heerst er vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.

Deze vreugde in het hart van God vinden we ook in Sefanja 3,17: ‘De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.’ Sefanja leeft niet in een florissante tijd. Hij ziet heel scherp hoe in de samenleving. Er veel verziekt, verrot, aangevreten door de zonde. Mensen doen elkaar veel pijn aan in hun onbegrip, ongeduld en haat. Collectief en individueel is er alle reden voor schaamte en schuldgevoel. Naar jezelf toe, naar de ander en naar God. En in die context zegt Sefanja: in Gods hart is er liefde, blijdschap en vreugde. Soms uit zich de liefde in stilzwijgen. Dan valt God stil, heeft hij geen woorden. En op andere momenten jubelt hij zijn liefde over je uit. Als hij aan je denkt en naar je kijkt begint hij te neuriën, te fluiten, te zingen, te jubelen

God is niet de onbewogen vorst die afstand houdt, observeert en een oordeel velt. Gods hart is vol passie en verlangen vol goedheid, blijdschap, liefde en vriendschap. Hij rent tegemoet, omhelst, kust, draagt op de schouders huilt, lacht, danst en… zingt. Hoe kan dat toch? Hoe werkt dat in Gods hart? We begonnen deze dienst met een variant op psalm 103. Er staat in deze psalm iets heel moois. Hij straft ons niet naar onze zonden, Hij vergeldt ons niet naar onze schuld. Zoals de hoge hemel de aarde overspant zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen. Zo ver als het oosten is van het westen zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd. Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen, WANT hij weet waarvan wij gemaakt zijn, Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd. (ps. 103, 13-14). De crux, zit hem in dat woordje want. Want (!) hij weet waarvan wij gemaakt zijn. Je zou verwachten: Hij straft ons niet, hij vergeldt ons niet, liefdevol is de Heer, ondanks dat hij weet waarvan wij gemaakt zijn. Maar wat er staat gaat zoveel verder: Hij straft ons niet, hij vergeldt ons niet, liefdevol is de Heer, WANT hij weet waarvan wij gemaakt zijn. Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

Alles in ons zegt dat als God goed ziet wie wij werkelijk zijn Hij afstand van ons neemt en ons moet veroordelen. Maar het evangelie is nu juist dit. Dat God heel goed weet wie wij zijn en waarvan wij zijn gemaakt. En juist dát beweegt hem om ons niet te veroordelen maar ons zijn goedheid, vreugde en vriendschap te bieden.

Het icoon van Rublev heeft behalve ‘de heilige drievuldigheid’ nog een andere naam, namelijk: de gastvrijheid van Abraham. Het icoon verwijst ook Genesis 18 waar Abraham bezoek krijgt van drie mannen. In deze drie ontmoet Abraham op een wonderlijke manier iets van God. Abraham buigt diep en nodigt hen uit voor een maaltijd en rust. Maar zelf neemt hij niet aan de maaltijd deel. Hij blijft op aan afstandje onder een boom staan kijken. Voor Abraham is een plek aan Gods tafel iets wat zijn voorstellingsvermogen te boven gaat.

Later daalt deze God opnieuw af tot de mensen en als één van ons in Christus Jezus onze Heer is één van zijn meest geliefde omgangsvormen juist die van een liefdesmaaltijd met mensen die gemaakt zijn uit stof. Dat maakt Rublev in dit icoon mooi zichtbaar er is de hand van de Geest die wijst naar de open plaats, de vierde plek aan tafel. Die ruimte is helemaal vrij gelaten. Een gebaar dat wordt ondersteund door een ander detail. Als je naar de voorzijde van de tafel kijkt zie je dat daar een rechthoekige lege plek is geschilderd. Kunsthistorici hebben op het origineel precies op die plek lijmresten gevonden. Men neemt aan dat daar voor op de tafel oorspronkelijk een spiegeltje heeft gezeten. Een heel ongebruikelijke versiering van een icoon. Maar tegelijk ook een hele krachtig statement. Aan deze tafel is plaats voor een vierde. En die vierde, dat is ieder die naar dit heilig gebeuren kijkt en zichzelf ziet in de spiegel. Dat bent u, dat ben jij, dat ben ik.

Dit icoon is een uitnodiging om binnen te gaan in de liefdevolle gemeenschap van God. Ieder is welkom is deze kring waarvan Christus het middelpunt is. De schaal midden op tafel gevuld met geroosterd lam verwijst naar het offer van liefde dat Hij bracht. De schuld is verzoend, de schaamte is bedekt. Het oordeel is geveld, de vijand is vernietigd, de machten en krachten zijn onttroond. De rechthoekige platen onder de tafel staan voor de deuren van de hel die met de opstanding van Christus zijn opgebroken.

Op de achtergrond wordt duidelijk dat binnentreden in deze liefdevolle gemeenschap het gaan is van een weg. Dat christenen mensen van De Weg zijn. Achter de Geest leidt die weg een berg op. De Geest wil ons meenemen naar de gebedsplaats. Ons inwijden en oefenen in omgang met God. Vanaf de berg van gebed loopt de weg naar de boom die oprijst achter de Zoon. Het is de boom van leven, het kruis van Golgotha. De plaats om te rusten, te leven in de verkwikkende schaduw van Christus. De weg loopt uit op het Vaderhuis met de vele woningen. Daar staat de deur altijd uitnodigend open. Daar zingt, daar danst God in blijdschap over ieder mens die thuiskomt.

Als u goed kijkt ziet u dat deze drie in hun hand een lange reisstaf dragen. Zelf hebben ze die met hun machtige vleugels niet nodig. Het geeft aan dat zij bereid zijn ons te vergezellen op onze levensweg. Hun voeten gaan waar onze voeten gaan. Dit heilige drietal wil zelfs aanschuiven aan onze keukentafel, op een wonderlijke, verborgen wijze ons nabij zijn, deel zijn van ons aardse leven. Kom, kom, ga mee met ons op weg. Kom, volg de Geest op de weg van gebed. Kom, leef in de schaduw van de Zoon en vindt rust aan de voet van het kruis. Kom reis mee naar het Vaderhuis. Kom, kom binnen. En wees thuis in de liefdevolle gemeenschap van God.

Leessuggestie: Richard Rohr, De Goddelijke Dans, 2017.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie