Bid zonder ophouden (preek 1 Thess. 5,17)

(Efeziërs 6, 18-24, 1 Thessalonicenzen 5, 12-28)

De 19e eeuwse dichter Guido Gezelle schreef ooit een gedicht over bidden. U kent het vast. Het luidt als volgt:

Gij badt op enen berg alleen,

en… Jesu, ik en vind er geen

waar ‘k hoog genoeg kan klimmen

om U alleen te vinden:

 

de wereld wilt mij achterna,

alwaar ik ga

of sta

of ooit mijn ogen sla;

 

en arm als ik en is er geen;

geen een,

die nood hebbe en niet klagen kan;

die honger, en niet vragen kan;

die pijne, en niet gewagen kan

hoe zeer het doet!

 

o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Dat zijn woorden uit de mond van notabene een priester. En ook Jezus eigen leerlingen vroegen het aan hun meester: Heer, leer ons bidden! Bidden is kennelijk niets iets. Dat ons gemakkelijk afgaat. Bidden is iets wat je leren mag. Bidden is een soort van leerschool.

Een van de krachtigste, meest radikale aansporingen tot gebed is toch wel 1 Thessalonicenzen 5,17: bid zonder ophouden. Een aansporing die we ook op andere plaatsen tegenkomen in de Bijbel. Paulus bindt het in Efeziërs 6,18 ook de Efeziërs op het hart: bidt voortdurend. En in Lukas 18,1 vertelt Jezus een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven.

Bid zonder oophouden. Het zijn woorden van Paulus die zelf ook wist wat dat was: bidden zonder ophouden. Zo begint hij deze brief ook al meteen in 1,2: Wij danken God altijd voor u allen, wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden. En in het slotakkoord van deze brief spoort hij zijn lezers aan om hem daarin te volgen om hetzelfde te doen: te bidden zonder ophouden.

In de verzen erom heen proef je diezelfde radicaliteit. Voortdurend vallen er woorden als altijd, allen, alles. Heb geduld met allen. Streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander. Wees altijd verheugd. Dank God onder alle omstandigheden. Onderzoek alles, behoudt het goede. Vermijdt elk kwaad, in welke vorm het zich ook voordoet.. Moge de God van de vrede zelf uw leven in alle opzichten heiligen. En mogen heel uw geest, ziel en lichaam zuiver bewaard zijn bij de komst van onze Heer Jezus Christus.

Deze woorden ademen een totale toewijding. Het leven van een christen moet helemaal doortrokken zijn van de dienst aan God. Van God zelf. Hem behoren wij toe. En in dat verband staat deze aansporing: bid zonder ophouden. De prikkel zit in dat tweede woord: zonder ophouden. We lezen hier het liefst aan ander woord: regelmatig. Maar ‘bid regelmatig’, dat is toch echt niet wat hier wordt gezegd. Net zo min als er staat: jaag regelmatig het goede na. Wees regelmatig blij, dank regelmatig of vermijd regelmatig enkele vormen van kwaad. Nee, heel bewust staan hier keer op keer die woorden: alles, allen, altijd, elke, in alle opzichten, onder alle omstandigheden, geheel. En dus net zo bewust:  bid zonder ophouden.

Hoe ziet dat er dan uit: bidden zonder ophouden? Natuurlijk, bij een biddende levenshouding zijn vaste gebedsmomenten van belang. Het begin en einde van een dag, voor of na het eten, als we samenkomen in de kerk, dat zijn waardevolle gebedsmomenten. Maar bidden zonder ophouden gaat verder. Dat gaat over een vorm van bidden die niet stopt. Net zoals je nooit stopt met denken of ademhalen. Bidden zonde ophouden, dat is zo leven dat je je er bewust van bent dat je altijd en overal leeft in de tegenwoordigheid van God. Dat je leven eigenlijk altijd openstaat naar God toe zoals een bloem zich went naar en opent voor de zon. Dat je hele leven is afgestemd op God. Ook als je niet heel bewust aan Hem denkt.

Zoals dat gaat als je tot over je oren verliefd bent. Wat je ook doet, waar je ook bent, die ander op wie je verliefd bent is steeds aanwezig. Of zoals dat gaat als je iemand moest loslaten en je die ander enorm mist. Ook dan is die ander eigenlijk altijd bij je, in je gedachten, in je hart.

Ik heb van Henri Nouwen geleerd dat bidden eigenlijk niet iets is wat je erbij doet. Hij zegt: Bidden is niet een deel van je leven. Bidden ís je leven, als christen. Bidden kan zozeer deel worden van jezelf dat het wordt als ademhalen. Ja, dat is het! Bidden is het ademhalen van je ziel. Nouwen zegt het ergens heel mooi: ‘Volgens mij is bidden niet aan God denken in plaats van aan andere zaken of tijd doorbrengen met God in plaats van met anderen. Bidden is eerder: denken en leven in Gods aanwezigheid.’

Bidden is nog iets anders dan een gesprek voeren met jezelf. Tot jezelf komen, jezelf onderzoeken. Dan hoort er zeker ook bij. Maar bidden is een voortdurende gerichtheid van jezelf af op God. Een voortdurende liefdevolle conversatie met God. Zoals dat zo mooi is verwoord in dat ene vers uit Genesis. En Henoch wandelde met God. Alles wat hij iedere dag meemaakte nam hij door en besprak hij met zijn hemelse vriend. In volstrekte openheid en eerlijkheid.

Bidden zonder ophouden, dat is niet iets wat je zomaar komt aanwaaien. We hebben als mensen van nature de neiging om juist hele stukken van ons leven af te schermen voor God. Daar zijn we dan voor onszelf begonnen en zoeken we het graag allemaal zelf wel uit. En naast onze eigen natuur is ook onze cultuur niet per se een gebedscultuur. We zijn vaak zo in beslag genomen en onder de indruk van de waarneembare wereld dat de werkelijkheid van de levende God naar de achtergrond wordt verdrongen. We hebben zo onze momentjes van gebed maar gedurende hele stukken van de dag en de week is er dan op geen enkele manier sprake van een blijvende verbinding met God. Ongemerkt leven we te vaak en te lang naar onze eigen inzichten en putten we uit onze eigen kracht.

En hoe is dat met onze kerken? Voel je in onze gemeenten dat het eerst en vooral gebedsplaatsen zijn. Proef je de uitnodiging om er voor je te laten bidden, voor de ander te bidden, samen naar God te gaan. Is er in onze kerken een cultuur van gebed? Of zijn we dat kwijt aan te raken? En verliezen we ons in vergaderingen en besprekingen en een hoop gezelligheid.

Bidden is nooit vanzelfsprekend. Vandaag de dag niet en ook niet in de tijd van de Thessalonicenzen. En tot zulke mensen, zoals wij zijn, van huis uit geen geboren bidders, klinkt deze aansporing: bid zonder ophouden. Het gebed is Gods geschenk, juist aan mensen die vaak aan alle kanten langs Hem heen leven.

Gebed is de manier waarop God óns verandert. Vaak denken wij dat we door bidden Gods aandacht op ons kunnen richten. Maar bidden is Gods handreiking om ons te helpen om onze aandacht op Hém te richten. Het doel van bidden is niet in de eerste plaats dat God verandert. Het doel van bidden is eerst en vooral dat wij zelf veranderen. Tot mensen die zich leren richten op Hem en leven van zijn genade. En ja, dan kan God ook in ons leven en door ons heen op het gebed grote dingen doen.

Er zit in ons allen vaak iets van een zwoeger. Een doe het zelver, die bij zo’n tekst als bid zonder ophouden al snel kan denken: okay, geef eens wat tips, dan ga ik er mee aan de slag. Dat is niet wat deze woorden willen bewerken. Bidden zonder ophouden  is niet iets dat je even op je eigen houtje kunt fixen. Je kunt je niet opwerken tot zo’n biddende levensstijl.

Vandaar dat juist meteen na deze aansporing ook nadrukkelijk wordt gezegd: doof de Geest niet uit. Het is juist de Geest die in ons leven wonen wil, die de Geest wordt genoemd van de gebeden en in ons het vuur van verlangen kan ontsteken om echt te gaan leven voor God.

Het is de Geest die in mijn hart een heiligdom te schept, een heilige ruimte waar ik samen ben met God. Een plek die ik altijd met me meedraag, die alleen toebehoort aan God, waar ik ieder dag kan binnengaan en van waaruit ik mijn leven kan leven. Gebed is de weg waarlangs God ons van binnenuit verandert. Dat doen we niet zelf. God is het die ons heiligt, Hij die ons roept is getrouw, lezen we even verderop in deze brief: Hij zal het ook doen. Zo werkt dat bij God. God belooft wat hij van ons eist En hij geeft wat hij van ons vraagt. God vraagt van ons onophoudelijk gebed en door zijn Geest geeft hij zo’n hart aan ieder die verlangt naar zo’n biddend leven.

U kent wellicht het verhaal van die Russische pelgrim. Hij gaat op een dag een kerk binnen en wordt daar diep getroffen door juist dit vers uit 1 Thessalonicenzen 5: “Bid zonder ophouden”. Er groeit in zijn hart een sterk verlangen om te gaan doen wat deze woorden van hem vragen. Om te gaan bidden zonder op te houden. Maar hoe doe je dat? Hij zoekt in boeken en vraagt priesters ernaar maar niemand kan het hem uitleggen.

Tot hij op een dag een eenvoudige monnik ontmoet die het niet alleen weet maar ook zelf doet. Hij leert van die eenvoudige monnik om eenvoudigweg het Jezusgebed te bidden. Het is een gebed van één zin en dat begint hij te bidden: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij zondaar. Eerst bidt de pelgrim dit Jezusgebed hardop, later in het hart. En langzaam wordt het iets van een tweede natuur. Hij draagt dat ene korte Jezusgebed als het ware op zijn adem mee. Op den duur komt dat ene gebed steeds opnieuw als vanzelf in zijn binnenste tot klinken. Zo leert hij wat het is om te bidden zonder ophouden. In de Oosterse kerk is het bidden van het Jezusgebed een rijke traditie die door de eeuwen is volgehouden tot op de dag van vandaag.

Jos Douma, predikant in Zwolle, heeft prachtige boeken en artikelen geschreven over gebed, meditatie en spiritualiteit. Hij stelt voor om een nog korter Jezusgebed te bidden. Door namelijk alleen de naam van Jezus in je hart rond te laten gaan. In die naam te wonen, die naam te noemen: eerbiedig, liefdevol, koesterend, proevend en onophoudelijk. In de naam van Jezus ligt een geweldige kracht in een leven waarin die naam steeds rond mag gaan is bescherming, liefde, troost, ontferming, kracht, aanvaarding. Wie die naam bidt als een voortdurend gebed zal merken dat de naam een thuis vindt in je hart. Die naam wordt dan een rustpunt waar je steeds naar toe kunt terugkeren. Jezus, wat een heerlijke naam.

Je kunt ook een ander kort gebed kiezen dat je als het ware in je laat wonen voor een week of een maand. Vaak is één zin uit de Bijbel of een lied al voldoende. Bijvoorbeeld: Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting. Of: Niets kan mij scheiden van uw liefde welke is in Christus Jezus onze Heer. Of: God uw bent mijn God, U zoek ik.

Laten we ons op deze biddag voor het eerst of weer opnieuw inschrijven op de school van gebed. En ons toeleggen op bidden zonder ophouden. Je hoeft niets anders mee te brengen dan verlangen. Verlangen naar God. Augustinus zag het hartstochtelijk verlangen als het onophoudelijke gebed bij uitstek. Hij zegt: Wij zijn niet in staat om voortdurend bewust tot God te spreken of onze handen op te heffen of neer te knielen. Maar het hartstochtelijke verlangen kan wel altijd in ons zijn. Wanneer je het bidden niet wil onderbreken, onderbreek dan het verlangen niet’

Ik hoor u de hele tijd al denken: het was toch altijd: bid en werk? Moeten we niet ook nog iets gaan doen? De bekende opwekkingsprediker Spurgeon houdt bidden en werken heel dicht bij elkaar. Hij zegt over dit bidden zonder ophouden: laat al je daden in overstemming zijn met je gebeden. Dan is je doen en laten een voortzetting van je gebed. Wie bidt voor zijn medemens en vervolgens het goede zoekt is zo nog steeds aan het bidden. Liefhebben is bidden. Ons hele leven kan zo een voortdurend gebed zijn. Wie leert te bidden zonder ophouden, heeft eigenlijk elke dag een biddag.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie