Als het vuur gedoofd is. (Zacharia 4,6)

(Zacharia 4, luistertips: Acda & De Munnik – Als het vuur dooft; Matthijn Buwalda – Vuur; Sela – Als alles duister is)

Als het vuur gedoofd is, komen de wolven. Het is een regel uit een liedje van Acda en de Munnik. Over Herman die op een vrijdagmiddag in het Vondelpark zit bij een vijver. Hij mijmert over zijn leven en stelt vast dat in zijn leven het vuur gedoofd is. Hij zwaait met een wijde boog zijn tas ver in de vijver. Het liedje eindigt met zijn uitvaart. En die ene aangrijpende regel: als het vuur gedoofd is, komen de wolven.

Het liedje van Acda en de Munnik zegt iets over onze tijd, onze cultuur. Over wat onze manier van leven doet met ons innerlijke leven, onze ziel. Ons leven is vaak intens, veeleisend. Er ligt op allerlei manieren veel druk op ons bestaan. Om staande te blijven en succes te hebben moet je heel wat in huis hebben aan competenties en kwaliteiten.

En je kunt op een bepaalde laag van je leven een heel druk en dynamisch leven leiden en ook een veelzijdig vrije tijds leven vol met interessante en leuke dingen. Maar op een diepere laag kan intussen het vuur doven. En op een dag hoor je jezelf zeggen: het doet me niets meer. Ik voel het niet meer. En je stapt er uit. Uit je huwelijk. Of uit je geloof. Herman van het liedje stapte zelfs uit zijn leven. Veel mensen zetten zulke drastische stappen niet. Blijven hun dingen doen terwijl het vuur gedoofd is. Je voelt ergens wel dat alles plichtmatig aanvoelt, stroef en niet erg bezield.

Er is kennelijk een leven boven de radar. Dat wat iedereen dagelijks van mij ziet, hoort. En een leven onder de radar. Dat wat anderen niet meteen waarnemen. En de manier waarop wij leven boven de radar, individueel en ook als samenleving, heeft veel impact op wat er onder radar gebeurt. Vergelijkbaar met een ijsberg die van onderaf smelt. Je hebt het eigenlijk niet in de gaten. Tot op een gegeven moment aan de oppervlakte komt hoe flinterdun het is. Boven de radar blijven er de stevige woorden die we zingen, zeggen, bidden. Maar onder de radar is er sprake van erosie. Leven er vragen, onzekerheden, angsten. Maar ook verlangens, fantasieën, begeerten. Die ik zolang mogelijk wegstop, verdring. Tot het niet meer gaat, het vuur dooft en de wolven komen. Misschien ook wel tot onze eigen verrassing.

Het leven boven de radar lijkt vaak los te staan van het leven onder de radar. Alsof het twee andere werelden zijn. Sommigen zijn zich bewust van wat er innerlijk gebeurt. Iemand die actief is als ambtsdrager in een kerk zei: ‘Ergens in mij zit een oncontroleerbaar iets dat zomaar de kop op kan steken. Een ‘ongelovig ik’, zo voelt dat, en als ik daaraan toegeef, wordt die ‘ik’ luidruchtiger, sterker en ontregelender. Die ‘ik’ in mij zegt dat het geloof nonsens is, projectie, socialisatie, een paracetamol tegen de angst, vreemd ten aan zien van mijn echte vragen, en op die momenten voelt dat ook werkelijk zo. Kijk, als ik gewoon mee functioneer, in de familie, in de kerk, in de vriendenclub, dan lukt het me die stem tot zwijgen te brengen of te negeren. Maar ik weet dat daarmee die stem niet weg is. Het is dubbel: In de kerk doen we alsof geloof ‘vanzelfsprekend’ is, maar die ‘ongelovige ik’ in mij roept voortdurend hoe vreemd het is wat ik geloof als ik geloof’.

Ik had van de week een gesprek met een @home. En daar waren enkele mensen heel open over wat er onder de radar bij hen leeft aan vragen, aan worstelingen, aan leegte. Gezegend het huis, de @home waar vragen, tegenstemmen, de schreeuw in ons niet meteen weer wordt gesust en gestild met een goedbedoelde bemoediging. Waar we de duisternis, de leegte, de schreeuw in de ogen durven kijken, er woorden aan te geven. En samen te ontdekken welke nood, welke schreeuw er onder de vraag ligt die naar boven komt.

Het is best verleidelijk om vooral boven de radar te leven. Om gewoon niet teveel aandacht te schenken aan de binnenkant van je leven. Aan hoe het gaat met je ziel. Soulsearching noemen we dat. En de manier waarop we ons geloof beleven kan blijven steken op de bovenste laag. Je komt naar Kruispunt met van alles aan je hoofd. Een lijf dat vol zit van opgebouwde stress en diep van binnen een ziel die nogal vermoeid is. En je wilt in zo’n dienst vooral bemoedigd worden. In een fijn lied, met een inspirerend verhaal waar je ook praktisch iets mee kunt in het leven zoals je dat leidt. Iets opbouwends graag, niet teveel problematiseren het leven is immers al ingewikkeld genoeg. Het kan zomaar zo zijn dat op deze manier een heel deel van ons leven buiten schot blijft en dat deel onder de rader wordt niet bereikt, niet aangesproken.

Vanmorgen is er dit woord uit Zacharia 4: Niet door kracht, of door geweld maar door mijn Geest zegt de Heer van de hemelse legers. Het nachtgezicht van Zacharia nodigt uit om de diepere laag op te zoeken. De laag onder die van menselijke kracht of geweld. De laag onder alles waartoe wij zelf in staat zijn. De laag van de onderliggende bronnen. Als we een leven willen leiden als lichtdrager. Als we een leven willen leiden dat vrucht draagt dan gaat dat alleen als we aangesloten zijn op de bron van leven.

Ik kan heel druk zijn met op zichzelf best goede dingen maar toch vooral leven in de categorie: menselijke kracht en geweld. En daarvan wordt gezegd: niet door kracht of geweld. Dat is stevige taal. Er staat niet dat het de helft is of een mooi begin dat God dan zelf verder aanvult. Een beetje van mij en een beetje van God, zeg maar. Nee, er staat nadrukkelijk: niet door kracht of geweld. Niet door de kracht van plichtsbesef, fatsoen, verantwoordelijkheidsgevoel. Niet door het geweld van onze ambitie, geldingsdrang, positief denken. Niet door onze doortastendheid, handigheid, slimheid, strategisch inzicht, charisma. Niet door kracht of geweld, dat zijn radikale woorden. En radix komt van wortel. En dat is precies waar het hier over gaat. Waar is mijn leven nu ten diepste in geworteld? Wat voedt mij, wat drijft mij? Wat bezielt mij? Ben ik er vooral goed in om het beste uit mezelf te halen. En is dat het dan waarmee ik het moet doen? Of brandt er in mij iets van een heilig vuur? Dat wordt gevoed door olie van Gods Geest?

Niet door kracht of geweld, maar door mijn Geest zegt de Heer van de hemelse legers. In het nachtgezicht zijn ook de twee olijfbomen die zorgen dat er steeds olie genoeg is om de lichten te laten branden. Deze olijfbomen zijn de gezalfden die naast de Heer van de hele aarde staan. Letterlijk staat er dat zij ‘zonen van de olie’ zijn. God doet zijn werk in deze wereld door oliemensen. Gods Geest komt niet zomaar uit de lucht vallen. Gods Geest rust op mensen die zich voor Gods aangezicht stellen en dienstbaar zijn.

Dus als hier staat: niet door kracht, of geweld, maar door mijn Geest. Dan betekent dit specifiek: door Geestvervulde mensen zal Ik in deze wereld zijn. In het Oude Testament waren dat enkelingen in een generatie. Zij die gezalfd waren tot koning, profeet of priester. Na Pinksteren wil Gods Geest rusten op ieder mens. Kan ieder een zoon of dochter van de olie worden. Iets van een olijfboom zijn die leven geeft waar anderen de vruchten van plukken

Petrus zegt: U bent een uitverkoren geslacht. Een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Een priester pendelt tussen God en de mensen. Hij brengt iets van de mensen bij God en belichaamt ook iets van God onder de mensen. Een priester heeft daarmee iets plaatsvervangends. De wereld is niet vol van priesters. Maar ieder gezin, iedere straat, iedere buurt, iedere werkplek heeft zo’n priester nodig. Een zoon, dochter van de olie Die iets van leven brengt, een gezalfde, een lichtdrager.

Iemand vertelde me dat zij op haar werkplek heel bewust bij bepaalde situaties wordt betrokken die niet perse tot haar functieomschrijving behoren. Waarin wijsheid nodig is, en empathie en een hart. Haar leidinggevende, zelf een moslima, zegt dan: jij weet zulke dingen, dit is echt voor jou. Kijk, dat is een mooi voorbeeld van priester zijn dat anderen in jou opmerken van wat God in je heeft gelegd. Zoals een geest van wijsheid en inzicht.

Wij denken bij Geestkracht misschien al snel aan veel toeters en bellen, uitzinnige worship, vele bijzondere manifestaties en uitingsvormen. En die kunnen er ook zeker bij horen. Maar dat is niet het eigenlijke geheim en de kracht er van. Het nachtgezicht in Zacharia 4 geeft een heel rustig beeld, verstild, statisch bijna. Geen geluid, geen spektakel. Wel een constante stroom. Wel een licht dat altijd schijnt, een vuur dat nooit meer dooft.

Zo is het koninkrijk in deze wereld. Niet overweldigend meestal maar door mensen op wie de Geest van de heerlijkheid rust. Gezalfden van wie het innerlijke heiligdom geen verwaarloosde rommelige of lege ruimte is maar waar een heilig vuur brandt. Een vuur van moed en volharding, een vuur van wijsheid en inzicht, van kennis en ontzag voor de heer.

Het geheim van een gezonde olijfboom bevindt zich onder de oppervlakte, onder de radar. In een wijdvertakt en diep wortelstelsel. Zo is het ook met een vruchtbaar leven voor God. Dat staat of valt met een stevige en diepe verworteling. Wortels die langzaam groeien in een proces van verdieping. Van een leven met aandacht voor je ziel, je innerlijke heiligdom. En aan zo’n levenshouding verbindt de Heer deze belofte: niet door kracht of geweld, maar door mijn Geest, zegt de Heer van de hemelse legers. Het is een bemoediging, een belofte dat in zo’n leven het vuur niet zal doven. Maar zal blijven branden, van generatie op generatie. De doop is hiervan vandaag een sprekend teken.

Mede geïnspireerd door: Ds. Kees van Ekris, Over de vermoeidheid en de verveling van de ziel, pastoraat in tijden van innerlijke secularisatiem De Herberg Oosterbeek | 23 mei 2019

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie