Ik een geloofsheld? (Preek Johannes 13:1-17)

(Johannes 13:1-17; luisterlied: De dingen die je doet – Matthijn Buwalda; Was mij – Marco Borsato)

Ben jij een geloofsheld? Die vraag werd gesteld aan Otto de Bruijne. U kent hem wellicht, de markante schrijver, schilder, spreker. Een begenadigd man met een scherpe profetische blik. Hij werd geïnterviewd voor het programma ‘Geloofshelden’ en tegen het einde van een lang en diep gesprek komt tenslotte deze vraag: Otto, ben jij een geloofsheld?

Otto staart een tijdje voor zich uit. Hij weet eigenlijk niet zo goed raad met deze vraag. Na een poosje nadenken zegt hij: Bij geloofshelden, zegt hij, denk ik aan iemand die beproefd is en de beproeving ook heeft doorstaan. Bij wie het geloof door de liefde werkende is. Iemand als pater Damiaan die destijds werkte onder leprozen en daarin geen afstand bewaarde, hen liefhad en verzorgde. Hen aanraakte, zichzelf gaf en uiteindelijk zelf stierf aan lepra.

Of neem iemand als Henri Nouwen, een geliefde en gevierde schrijver, doceert aan topuniversiteiten als Yale en Harvard, geniet bekendheid over de hele wereld. Dat alles laat hij los om de laatste elf jaar van zijn leven ver van de spotlights te gaan leven in een leefgemeenschap met meervoudig gehandicapten. Nouwen leert hen verschonen, wassen, verzorgen, trekt dag en nacht met hen op als pastor en vriend, leert van hen te houden tot het uiterste.

Kijk, zegt Otto in dat vraaggesprek, dat zijn geloofshelden. En ik zie mezelf dan helemaal op een afstand staan. Otto je maakt praatjes, maar wanneer is het voor jou echt? Je geloof door liefde werkende? Ik heb geen bloed aan mijn handen omdat ik zo dichtbij de stervende mens geweest ben. Ik een geloofsheld? Ik weet het niet. Ieder heeft zijn eigen weg. Ik heb wel alles gegeven om op mijn manier met woorden en schilderijen door te geven wat ik kon. En mijn twijfels een aanvechtingen heb ik gebruikt als mogelijkheden om dichterbij God te komen. Weet je wie een geloofsheld was, zegt Otto tenslotte. Mijn moeder. Acht kinderen, drie dagen deed ze over de was. Strijken, ophangen, vouwen….en zingen!

Bent u, ben jij, ben ik een geloofsheld? Er zit misschien wel iets in ons wat dat zou willen. Indrukwekkende, grote dingen doen in Gods koninkrijk. Misschien leeft dat verlangen ook wel in jullie nu jullie je hebben uitgesproken om voor God en de ander te leven. Het verschil maken in deze wereld. Jezus leerlingen wilden ook wel geloofshelden zijn. En meer dan eens lopen ze te bakkeleien wie van hen daarvoor de beste papieren heeft. Wie het dichtst bij Jezus staat. Wie de grootste is of zal zijn in het koninkrijk.

Meer dan eens hebben ze Jezus gevraagd om meer geloof, meer kracht, meer autoriteit. En dan gebruikt Johannes in zijn dertiende hoofdstuk die geladen zin: Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God gekomen was en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op en legde zijn bovenkleed af…

Als je niet weet hoe dit verder gaat, verwacht je misschien dat Jezus Zijn bovenkleed om de schouders gaat hangen van zijn leerlingen om hen te bekrachtigen. Zo ging dat bij Elia en Elisa. Als Elia naar God gaat ontvangt Elisa die achterblijft de mantel van Elia en daarmee zijn kracht en autoriteit. Hij splijt het water van de Jordaan en doet in vele tekenen en wonderen in naam van God.

En dat moment van bekrachtiging zal voor Jezus leerlingen zeker aanbreken. Straks zullen ze vol zijn van zijn Geest en Jezus zegt dat zij grotere dingen zullen doen dan Hij. Maar op deze avond in een bovenzaal ergens in Jeruzalem moet er eerst iets anders plaatsvinden. Nu is het tijd voor dit ene moment dat de rest van hun leven op hun netvlies zal blijven staan, in hun ziel is gekerfd. Het moment dat Johannes in slow-motion beschrijft: Jezus staat op, legt zijn bovenkleed af, slaat een linnendoek om, giet water in een waskom, begint de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogt ze af met de doek die hij omgeslagen heeft.

Het is een sacramentele handeling en ieder onderdeel ervan heeft betekenis. Jezus krijgt er geen opdracht voor, wordt niet gevraagd. Het is zijn eigen keuze: Jezus stond op, en legde zijn bovenkleed af. Wij zijn vaker gericht op wat we aantrekken. Waar we ons leven mee kunnen optuigen. Indruk mee kunnen maken, respect oogsten. Gezien worden, waardering ontvangen. Jezus legde zijn bovenkleed af en knielt, wast, droogt..

Er valt een diepe, haast ongemakkelijke stilte in de ruimte. Begrijpen jullie wat ik gedaan heb, vraagt Jezus. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Het woord voorbeeld betekent hier zoiets als: een voorafschaduwing, een heenwijzing. Dit is een teken van wie ik ben. De eerstvolgende keer dat Jezus zijn bovenkleed af zal leggen is als hij zal worden vastgespijkerd aan een kruis. Dit is wie ik ben, dit is wat ik doe.

Als je dit hele gebeuren oppervlakkig bekijkt zou je kunnen zeggen: tjongejonge, dat is me wat. Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven, dat hij van God gekomen was en weer naar God terug zou gaan.. voelt zich hier niet te goed om te dienen. Bijzonder! Maar dat is niet wat hier gebeurt. Jezus wast hier geen voeten ondanks wie hij is. Jezus doet hier wat hij doet juist omdat hij is wie hij is. Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?

Wat Jezus hier zijn leerlingen aanreikt is geen profetenmantel met bijzondere kracht. Hier reikt hij hen een simpele handdoek aan en een waskom. Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. Als ik, jullie Heer en jullie Meester jullie voeten gewassen heb moeten jullie ook elkaars voeten wassen.

Begrijpen jullie wat Ik (!) gedaan heb, vraagt Jezus. Hij vraagt dus niet meteen: Begrijpen jullie wat júllie te doen staat? Nee, de focus ligt hier eerst en vooral op wat Jezus doet. Hij legt hier open wie hij is en wat hij wil doen. In ons de vuilste en minst aantrekkelijke plekken opzoeken en die schoonwassen, reinigen, verzorgen, vernieuwen. Met tederheid, toewijding, nabijheid, kwetsbaarheid. De een na de ander komt aan de beurt. Thomas en zijn eeuwigdurende twijfel. Judas die in zijn hart duistere plannen koestert. Petrus, de man met zoveel gedingsdrang, bewijsdrift.

Dat Petrus hier zoveel moeite mee heeft is wel begrijpelijk. Wij houden liever zelf de controle. Maar het vuil, de lelijkheid, de stank, de schaamte, de duistere kanten, de geheimen van je leven, je onvermogen en falen laten zien aan Jezus en het door hem te laten reinigen, dat vraagt kwetsbaarheid, overgave, vertrouwen.

En toch, toch is het de enige manier waarop je ook zelf echt kunt leren om op jouw beurt voor de ander zo iemand te zijn. Die durft af te leggen wat je in de weg staat om de ander echt nabij te zijn, te dienen en niet bang zijn om vuile handen te maken niet terug te schrikken voor wat onaantrekkelijk is. En leren liefhebben tot het uiterste.

Omdat je alleen zo zelf weet hoe het voelt om gezien te worden, aangeraakt, verzorgd, gereinigd. Je door Jezus te laten wassen. En zo een ander mens te worden met vriendelijke ogen, milde handen en een zacht hart. Zo kun je edere dag van je leven op jouw manier iets weerspiegelen aan goedheid en genade omdat je dat iedere dag opnieuw ontvangt in die man die aan jouw voeten knielt. Je wast, je reinigt, je liefheeft en redt.

Ik hoorde van de week in een theater Matthijn Buwalda er een prachtig lied over zingen.

Een mens, een mens bewijst zich niet

in wat hij doet of zegt voor zijn publiek.

Wie hij is blijkt in de kantlijn van zijn leven.

Het kleine dat de grootste moeite kost,

het lijden dat maar niet wordt opgelost,

daar kom je alledaagse heldendaden tegen.

 

Het zijn de dingen die je doet,

de dingen die je doet die niemand ziet

die zeggen wie je bent

 

De priester die week in week uit

weer opstaat en de klokken luidt

in een kapotgeschoten kerk met lege banken

 

De moeder die de nacht door zingt

tot er wat rust vloeit in haar zieke kind.

En als het licht wordt staat de wereld weer te wachten.

 

De vrouw die nog steeds zorgt voor hem

terwijl ze weet, hij weet niet wie ik ben.

Ze blijft hem wassen, terwijl hij haar blijft vergeten

 

De vader die zijn zoon omhelst

Al wordt’ie keer op keer teleurgesteld,

nooit eens: het spijt me,

maar toch fluistert hij: vergeven.

 

Het zijn de dingen die je doet,

de dingen die je doet die niemand ziet

die zeggen wie je bent. 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie