Meer Jezus (Joh. 3,30)

Hij moet groter worden, en ik kleiner. (Joh. 3,30)

Ik ken in de hele Bijbel bijna geen boeiender figuur dan Johannes de Doper. U weet, hij gaat voor Jezus uit, om in zijn tijd om de mensen voor te bereiden op de komst van Jezus. En hij doet dat met een ongekende impact. Met zijn radikale levensstijl en krachtige prediking beroert hij het hart van vele duizenden. Zelfs de politieke en geestelijke leiders zijn onder de indruk. En ook Jezus zegt in Matteüs 11 dat hij niemand kent die groter is dan juist deze Johannes de Doper.

Johannes is een sterk leiderstype met veel charisma en zeggingskracht zorgt hij voor een enorme volksbeweging, een revival. En zo’n succes zou bij menigeen naar het hoofd stijgen. Maar niet bij Johannes de Doper. Hij verliest hij zijn rol, zijn roeping nooit uit het oog. Blijft met beide benen op de grond blijft staan en is opvallend nederig, bescheiden. Hij noemt zichzelf een stem die roept in de woestijn. Als hij over Jezus spreekt zegt hij consequent: die groter is dan ik. En, zegt hij erbij: wie ik niet waard ben zijn sandalen los te maken.

En dan komt de proef op de som. En betreedt op zekere dag Jezus zelf het toneel. De aandacht verlegt zich naar de man uit Nazareth. Dat wekt irritatie onder de volgelingen van de Doper. En dan blijkt opnieuw uit welk hout Johannes is gesneden. Hij zegt: een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Je kunt natuurlijk wel proberen met allerlei kunstgrepen je positie te verdedigen, je invloedssfeer proberen in tact te houden. En wellicht houd je dat ook nog een hele poos vol. Maar echt standhouden zal het niet. Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.

En dat typeert de Doper. Johannes heeft zelf tot in het extreme gekozen voor een ongekunsteld leven zonder fratsen. Hij leefde tijdenlang in de wildernis. Kleedde zich in een mantel van kameelhaar en voedde zich met sprinkhanen en wilde honing. En zo belichaamt hij in persoon wat hij de mensen verkondigt. En dat zie je ook terug nu het er om spant. Johannes is een man uit één stuk geworden. Iemand zonder maskers. What you see is what you get.

Johannes is nooit voor zichzelf begonnen. Hij heeft altijd beseft dat het in het leven niet om hemzelf draaide. Hij wist zich altijd deel van een groter geheel en speelde in het bedrijf van het koninkrijk van God. Met hart en ziel die ene rol die hem was toebedeeld. Tot het moment dat de hoofdakte begint en de hoofdrolspeler, de echte ster het toneel betreedt. En Johannes weet dat hij een stapje terug mag toen.

Johannes vat het allemaal samen in die ene zin: Hij moet groter worden, en ik kleiner. Kleiner worden ligt ons meestal niet zo. In onze cultuur stimuleren we elkaar juist om jezelf te laten gelden, om gezien te worden. En er zijn ook wel vormen van christendom waarin mensen op een ongezonde manier klein gehouden worden, bang en onzeker. Met duistere godsbeelden en veel dreiging. Dan betekent minder worden al gauw je minderwaardig voelen, nooit goed genoeg zijn. Op zo’n manier kleiner worden voelt slecht.

Maar dat is niet de toon die je bij Johannes proeft. Als hij zegt: Hij moet groter worden, ik kleiner, vergelijkt hij Jezus met een bruidegom en ziet hij zichzelf als de vriend van de bruidegom. Een soort van ceremoniemeester die er in alles wat hij doet op uit is de bruidegom en de bruid te laten schitteren. En precies daar zijn energie uit haalt. Hij zegt: dat vervult mij met grote vreugde. Dat minder worden is niet iets om over te kniezen. Omdat er tegenover staat dat Jezus steeds meer zijn plaats krijg en kan innemen en dat geeft vrede, vreugde, balans.

Die hele beweging van minder van mij en meer van Hem heeft Johannes keer op keer zichtbaar gemaakt in het dopen. De een na de ander dompelt hij compleet onder om hem of haar daarna uit het water te laten verrijzen. Zo mag ik oude denkbeelden en levenspatronen loslaten en een nieuwe levensstijl inoefenen en aantrekken. Een nieuw bestaan waarin het minder draait om mijn grote ik en ik steeds meer toekom aan datgene waar ik voor ben bestemd: God in het middelpunt van mijn leven plaatsen en de ander uitnemender te achten dan mijzelf.

Hij moet groter worden en ik kleiner. Dat is ook een mooi motto voor geloofsopvoeding. Je mag je kind in de loop van het leven heel veel goeds en moois gaan leren. En met overtuiging je rol als ouder invullen. Maar wie zijn kind wil inwijden in geloof zal er ook vooral op gericht zijn dat Jezus groter zal worden voor je kind. En dat kan alleen slagen als jij je plaats kent als ouder. Dat je het groter worden van Jezus niet in de weg staat. Door zelf andere dingen veel belangrijker te maken. Jezelf en jouw normen en waarden, je werk waar je teveel tijd in steekt, de mening van andere mensen waar je teveel waarde aan hecht. Je kunt zelf ook een te grote plaats innemen door je eigen geloofsvragen en onzekerheid, en gebrek aan commitment en vrijmoedigheid waar je niet echt in investeert, niet verder in komt. En zo draagt je dat alles ook onbedoeld en ongewild over aan je kind en blijft er voor Jezus weinig plek over.

De enige manier waarop Jezus groter gaat worden voor je kind is als het merkt dat Jezus groter wordt in jou. En dat jij daardoor zelf kleiner wordt, anders. En je kind in manier van kijken en luisteren in wie je bent en hoe je doet iets van Jezus proeft. Als Jezus groter wordt in je wordt jezelf niet minder mens maar juist meer. Je hoeft minder met jezelf bezig te zijn En er groeit meer ruimte om de ander te zien, lief te hebben, te dienen, er te zijn. Niet slaafs, niet kruiperig, maar krachtig en vrij.

De film La vita e bella (het leven is mooi) gaat over een Joodse vader die met zijn zoontje van vijf. Hij komt in een concentratiekamp terecht en om zijn zoontje te beschermen maakt hij het ventje wijs dat het allemaal één groot spel is. Vader die vroeger zelf ober was, leert zijn zoontje hoe je buigt voor de soldaten in het kamp. Zoals een goede ober in een deftig restaurant dat doet. Hij zegt: als je buigt, doe dat dan altijd met opgeheven hoofd. Je bent géén slaaf. Dat moet je weten. Je bent geen slaaf. Dus altijd buigen met opgeheven hoofd. En dat is wat we Johannes zien doen naar Jezus toe: hij buigt met opgeheven hoofd en is dienstbaar. Zonder zichzelf te vernietigen, zonder zelfbeklag.

Je bent een gezegend gezin als je samen een gezinsklimaat kunt scheppen waar er alle ruimte is om een positief en gezond zelfbeeld te ontwikkelen zonder dat je zelf als ouder een te dominante rol in neemt, zonder teveel te drammen en te dwingen of met je eindeloze onzekerheid teveel plaats in te nemen. En ook zonder dat werkelijk alles op een ongezonde manier begint te draaien rond je zoontje, je dochter zonder dat zij verwende prinsjes en prinsesjes worden. Omdat jullie als ouders en kinderen het besef levend houden dat de centrale plaats, de eerste plaats vrij mag blijven voor de man die zijn leven voor ons gaf aan het kruis. Omdat wie wij mensen zijn en wat wij ontvangen te danken is aan Hem die zijn leven voor ons gaf.

Een jongetje scheurde eens uit een tijdschrift een afbeelding van de wereldkaart. Hij knipte die wereldkaart in kleine stukjes en probeerde daarna de stukjes weer passend te krijgen. Na een poosje ging hij huilend naar zijn vader omdat hij de wereldkaart niet meer passend kreeg. Zijn vader had toegekeken en gezien dat op de achterkant van de bladzijde een afbeelding van Jezus stond. Hij keerde alle stukjes om en legde de plaat van Jezus aan elkaar. Daarna hielp hij zijn zoon om nu ieder stukje om te draaien. En zo leerde deze vader zijn zoontje een diepe levensles. Kijk, zei hij, als we aan Jezus de juiste plaats toekennen valt in ons leven alles op de juiste plek.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie