De steen is weg! (Pasen 2016)

(Markus 16:1-8)

Wie zal voor ons de steen weg rollen? Dat is wel een reële vraag van de vrouwen die ’s morgens in alle vroegte naar het graf van Jezus gaan. In deze paar verzen van het Paasverhaal. Wordt deze grafsteen maar liefst drie keer genoemd. En er wordt expliciet bij gezegd: Het was een heel grote steen. Zo’n grafsteen is wel anderhalve meter hoog en weegt honderden kilo’s. Die schuif je niet zo maar even op zij. Zelf krijgen zij dat in elk geval nooit voor elkaar. Wie zal voor ons de steen weg rollen?

Op een dieper niveau staat deze steen symbool voor die dingen die in de weg kunnen zitten. Deze drie vrouwen hebben niet alleen te maken met die kollossale steen voor het graf van hun Heer. Na alles wat zij hebben meegemaakt ligt er ook een zware steen op hun hart. Iets wat hen naar beneden drukt en klein maakt. Een miserabel mengsel van verwarring en verdriet. Van somberheid en hopeloosheid. Dat is dus ook wat mee klinkt in die vraag: wie zal voor ons de steen wegrollen?

Herkent u iets van deze vraag? En van het gevoel dat in deze vraag mee klinkt? Wat is zo’n steen in uw leven? Zorgen om onze kinderen, onze gezondheid, je huwelijk? Een karakterfout, een schuld, innerlijke eenzaamheid? Angst voor de toekomst en de tijd waarin we leven? Ze maken ons het leven moeilijk en liggen soms als een steen op je hart. Zo hard, zo koud, zo zwaar, zo zonder beweging en zonder perspectief. Zulke stenen kunnen in de weg liggen. En het wil dan niet zomaar Pasen worden in ons leven. En wie zal dan voor ons die steen wegrollen?

En dan lees je in vers 4: maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold. Maar toen ze opkeken, toen zagen ze… Eerder waren ze te neergeslagen, keken ze naar beneden en naar zichzelf. Maar het verandert als zij beginnen op te kijken. Zoals in psalm 121: ik sla mijn ogen op naar de bergen. Van waar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft. Maar toen ze opkeken, zagen ze…Het verschil zit hem in de blikrichting. Kijk je naar beneden… of kijk je op.. Laat je je hoofd hangen… of hef je je hoofd omhoog. Ramses Shaffy zong ooit een mooi liedje. Dat gaat over dat omlaag of omhoog kijken.

Sammy loop niet zo gebogen

Denk je dat ze je niet mogen

Waarom loop je zo gebogen

Sammy met je ogen, Sammy, op de vlucht

Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy

Want daar is de blauwe lucht

Sammy wil bij niemand horen

Zich door niets laten verstoren

Toch voelt hij zich soms verloren Sammy

Hoge toren, Sammy kan ‘t niet aan

Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy

Want daar boven lacht de maan

Sammy wil met niemand praten

maar toch voelt hij zich verlaten

waarom voel je je verlaten

sammy op de straten, sammy van de stad

Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy

Anders is het vast te laat

Sammy loopt maar door de nachten

Op een wondertje te wachten

Wie zal dit voor jou verzachten Sammy

Want jouw nachten Sammy zijn zo koud

Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy

Er is er een die van jou houdt

Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen was weggerold. Wie opkijkt, ziet de dingen in ander licht. En dan hoeft zo’n steen waar wij op stuk lopen waar wij ons aan vertillen geen obstakel meer te zijn. De steen is er dan misschien nog wel. En hij is nog altijd best wel groot maar hij ligt dan niet meer in de weg. Je kunt er langs, je kunt er door. Je ontdekt weer een weg om te gaan.

Voor deze vrouwen gaat deze weg eerst het graf in. En ook daarin zit wellicht een leermoment. Pasen is geen toverwoord. Pasen is een weg die je gaat. En die weg gaat langs het kruis en tot in het graf. Wij zouden dat moment misschien liever overslaan. En zonder kruis of graf maar meteen de Paasjubel aanheffen. Maar het wordt meer en meer Pasen in je leven als je ook de moed hebt om de stenen in je leven te zien. En om de spelonken van je eigen bestaan binnen te gaan. Je fouten in de ogen te zien, je zwakheden te aanvaarden. Je angst te uiten, je tranen te huilen, je wonden te tonen.

En dan is daar die in het wit geklede jongeman. Markus heeft het met nadruk niet over een engel. Maar over een jonge man in witte kleding. En juist in het lijdensverhaal zoals Markus het vertelt komen we zo’n jongeman al eerder tegen. Bij de arrestatie van Jezus in Getsemane. Alle leerlingen van Jezus slaan dan op de vlucht maar eentje blijft Jezus ook dan volgen: een jongeman gehuld in een linnen gewaad. Hij had de hoop dat Jezus op het laatste moment zich als de Messias in zijn kracht zou laten zien. En daarom wilde hij per se blijven en volgen. Maar als de soldaten hem ineens bij de kladden pakken, schrikt hij zo hard en weet hij zich los te rukken. De soldaten blijven achter met dat linnen gewaad in hun knuisten en de jongeman vlucht naakt weg de donkere nacht in. Die naakte ontredderde man in die donkere nacht met zijn schaamte en schande die staat symbool voor alle leerlingen van Jezus die op het beslissend moment niet thuis geven. Hij doet ook wat denken aan Adam in de hof van Eden. Die na zijn verkeerde keuze zich ineens zo naakt voelde.

En nu, in de allerlaatste verzen, van Markus evangelie duikt die jonge man ineens weer op. Niet meer naakt, maar gekleed in een wit gewaad. Misschien bedoelt Markus met die jongeman wel zichzelf. Als één van de leerlingen die ernstig hebben gefaald. Maar ondanks dat falen, toch opnieuw een boodschapper mag zijn Van de blijde boodschap van de weggerolde steen, het lege graf en de opgestane Heer.

Zo werkt dat bij God. Wij mensen pinnen elkaar vaak vast en dragen elkaar tot in eeuwigheid na wat de ander ooit verkeerd deed. Maar in Gods hart werken die dingen anders. Hij pint ons niet vast op ons verleden, maar laat zichzelf vastpinnen aan een kruis. Hij hangt geen molensteen om onze nek. Maar rolt de stenen genadig weg, draagt zelf die last met zich mee de wereld uit. En maakt zo de weg weer vrij voor een nieuwe start.

Beste vrienden, dat is vanmorgen de boodschap. De steen is weg. De steen is weg voor de vrouwen. En zij beseften dat pas toen zij niet langer terneergeslagen sloften maar hun hoofden ophieven en opkeken. En de moed grepen om het graf ook binnen te gaan. Daar, in het lege graf, daar groeide hun inzicht in wat de werkelijkheid van Pasen is. En wat dat voor hun eigen leven zou kunnen betekenen.

De steen is ook weg voor deze jonge man. Zijn falen, zijn tekortschieten heeft niet het laatste woord. Hij hoeft niet langer de steen te zeulen van zijn falen en tekortschieten. Gebukt en gebogen en bedrukt. Hij mag zijn rug rechten en een blijmoedig getuige zijn van een nieuw begin.

De steen is ook weg voor u, voor jou en voor mij. Geen grafsteen hoe groot ook, kon hem tegenhouden. Geen enkele steen in ons leven, hoe hard ook en hoe koud staat Jezus in de weg om ook in ons leven iets nieuws te beginnen. Geen grafspelonk in ons leven is zo donker of er kan Paaslicht binnenvallen.

Pasen is geen toverwoord. Pasen is een weg die je mag gaan. Een weg van stenen opzoeken en laten opruimen. Een weg van je spelonken openen en durven binnengaan. Een weg van benoemen, belijden, loslaten en opnieuw beginnen. Op die weg ben je nooit alleen. Want Jezus is ons er op voor gegaan. Als wij terneergeslagen zijn, richt hij ons hoofd omhoog. Als wij struikelen, zet hij ons weer op onze voeten. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw. En waar wij lijken vast te lopen en te stranden. Daar maakt Hij nu juist een nieuw begin.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie