Stap in je schoenen

(2 Timoteüs 1,7-8b)

Paulus schrijft zijn 2e brief aan Timoteüs terwijl hij zelf in de gevangenis zit in Rome. Paulus voelt aan alles dat zijn levenseinde nadert. En dan schrijft hij een soort geestelijk testament. Een hartenkreet bestemd voor mensen als Timoteüs. De volgende generatie van werkers in Gods koninkrijk.

En in die eerste verzen van deze brief kun je twee lijnen ontdekken. De eerste lijn is die van de traditie, de overlevering. Het is het proces waarin het geloof wordt doorgegeven van de ene generatie op de andere generatie. Van ouders op hun kinderen, van grootouders op kleinkinderen. Van leerkrachten en docenten op hun leerlingen. Van clubleiders op kinderen, van catecheten en mentoren op jongeren. Kringleiders, pastoraal medewerkers, ouderlingen, diakenen, voorgangers, het zijn allemaal schakeltjes in die keten van geloofsoverdracht.

Dat proces van geloofsoverdracht heeft iets geleidelijks en gestaags. Het voltrekt zich vaak ongemerkt, als een proces. In heel veel kleine stapjes en momenten. En in dat proces is er rust en ruimte voor groei, verdieping, rijping. En je ontdekt vaak pas wat je allemaal hebt ontvangen als je af en toe onderweg eens even bewust stil staat En je realiseert wat je in een periode hebt geleerd. En in welke opzichten je bent gegroeid.

Paulus ziet die lijn van de overlevering, de traditie ook in zijn eigen leven lopen. En hij benoemt die lijn als hij in vers 3 van zichzelf zegt dat hij God dient met een zuiver geweten net zoals zijn voorouders dat deden. Niet dat Paulus alles precies zo deed zoals hij dat van huis uit had meegekregen. Integendeel, Juist Paulus is in vergelijking met zijn Joodse voorouders echt een andere weg ingeslagen: de weg van Christus. En in Filippenzen 3 legt hij heel open uit dat hij van alles wat hij had meegekregen heel wat heeft moeten prijsgeven en loslaten om zo de ruimte te vinden om met hart te ziel Christus te leren kennen. En zijn weg van kruis en opstanding ook zelf te leren gaan. Maar ondanks dat nieuwe spoor dat hij ontdekte en ging zet Paulus zich niet af tegen zijn achtergrond. Hij weet dat hij heel veel te danken heeft aan zijn voorvaderen. En als gaat om de oprechtheid van hun geloof de zuiverheid van hun geweten voelt hij zich blijvend met hen verbonden. Staan in dezelfde lijn, dezelfde traditie. Dezelfde keten van geloofsoverdracht.

En als Paulus aan Timoteüs denkt dan ziet hij ook heel duidelijk die lijn lopen. Een keten van mensen die oprecht gelovig leefden. Een gouden draad van genade die loopt van zijn grootmoeder Loïs, via zijn moeder Eunike en die ook doorloopt in het leven van Timoteüs zelf. En er is Paulus veel aan gelegen dat die die gouden draad ook weer zal mogen doorlopen in de volgende generaties. Vandaar dat hij aan het begin van het volgende hoofdstuk Timoteüs nadrukkelijk opdraagt om wat hij heeft Paulus heeft gehoord door te geven aan betrouwbare mensen die op hun beurt ook weer geschikt zijn om anderen te onderwijzen.

En het is bij dat overdragen en doorgeven van belang dat er dan niet iets wezenlijks en kostbaars verloren gaat. Overdragen en doorgeven is dus tegelijk ook vasthouden en bewaren. Dat lezen we in vers 13 en 14 met zoveel woorden: Neem als richtsnoer de heilzame woorden die je van mij hebt gehoord. Houd vast aan het geloof en aan de liefde die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de heilige Geest die in ons woont het goede dat je is toevertrouwd. Dat is de éne lijn, die van de overlevering en traditie. Die van overdragen en doorgeven, van vasthouden en bewaren. Van trouw zijn en volharden.

Een tweede lijn die je in deze verzen tegenkomt is die van de bezieling, van de overtuiging.  En die lijn vinden we vooral verwoord in vers 7 en 8a: God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen. Kennelijk voelt Paulus bij Timoteüs iets van terughoudendheid. Hij noemt dat hier behoorlijk scherp: lafhartigheid of lafheid. Het gaat om verlegenheid, schroom, vreesachtigheid. Verderop verbindt Paulus het met schaamte. Het is een chronische vorm van terughoudendheid waardoor iemand zich eigenlijk altijd wat terughoudt en verstopt. En Paulus zegt dan: dat is niet de geest, de spirit, de basishouding van waaruit jij zou moeten leven en werken Timoteüs. God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven. Maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Dat is een mooie set van elkaar aanvullende gaven.

Kracht is de energie, het leven, de beweging. Het Griekse woord is dynamis, dynamiek. Van Dale heeft bij dynamiek heel mooi staan: stuwkracht. En dat is denk ik ook precies waar Paulus aan denkt. De kracht van iemand die gedreven, gestuwd, gesterkt wordt door iets dat groter en sterk is dan hijzelf. Het is geestkracht. Wees iemand die in zijn kracht staat, zegt Paulus. Niet een kracht die van jezelf komt. Maar die van boven komt en jou beweegt, bezielt.

God geeft een geest van kracht en van liefde. Paulus gebruikt hier het woord agape. Dat is een gevende, dienende liefde die in alles het belang van de ander zoekt. Die bereid is daarvoor uit de comfortzone te komen en een inspanning te leveren, een offer te brengen.

God geeft een geest van kracht, van liefde en van bezonnenheid. Bezonnenheid heeft te maken met zelfbeheersing, met discipline. Een antenne voor de juiste maat, voor de juiste proporties. Het is het vermogen om in te schatten wat gepast is. Het heeft te maken met gezond verstand, met wijsheid en inzicht.

Tegenover een grondhouding van lafhartigheid geeft God dus een houding van kracht, liefde en bezonnenheid. En deze drie elementen hebben elkaar ook echt nodig. Zonder kracht heeft onze bediening geen impact. Zonder liefde gaan we zo maar heersen en oordelen ipv dienen. En zonder bezonnenheid overschat en over roep ik mezelf al snel en wals ik over allerlei grenzen zomaar heen. Maar als we onze houding laten bepalen door kracht, liefde en bezonnenheid. Daar kunnen we voor elkaar een enorme zegen zijn.

Ooit ging ik als jong broekie zonder enige ervaring aan de slag ging als leraar op een middelbare school. Ik kreeg een oudere docent als mentor. En hij zag dat ik in mijn eerste lessen vooral bezig was met wat de leerlingen van me zouden vinden. En dat ik me daardoor aarzelend en terughoudend opstelde. Weinig krachtig, niet zo aanwezig, te weinig als docent. En hij gaf me toen een goede raad. Wat jij moet doen is dit: stap in je schoenen. Bedenk welke rol je nu hebt gekregen En omarm die rol, stap daar helemaal in en vervul die rol zo goed en zo overtuigend mogelijk.

Ik ben die goede raad nooit meer vergeten en op allerlei momenten in mijn leven als ik weer ergens tegen op zie en er liefst voor zou willen weglopen er mezelf probeer te verstoppen. Als ik weer iets in me voel opkomen van reserves en terughoudendheid dan herinner ik me de woorden van mijn mentor. En roep ik mezelf tot de orde en zeg ik: Stap in je schoenen. En doe met overtuiging wat jou in deze rol te doen staan.

Dat is wat Paulus vanmorgen meegeeft aan Timoteüs. Houd je roeping voor ogen en stap in je schoenen. En laat je optreden altijd worden gekenmerkt door een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Dat is wat jullie vanmorgen meekrijgen. Als ambtsdrager en als pastoraal medewerker. Stap in je schoenen en vervul je rol met overtuiging. En dat is ook het appel dat vanmorgen uitgaat naar ons allen. Om niet ons leven te laten beheersen door een geest van lafhartigheid. En ons zelf klein te houden en terug te houden en met de rem op te leven en onszelf te verstoppen.

Ik denk dat deze oude woorden uit de Timoteüsbrief voor ons als Maranathakerk echt een woord van God zijn. Want ik kom het binnen onze gemeente veel tegen. Die terughoudendheid, die schroom, die schaamte. Stel je toch eens voor dat ik me meer en meer zou durven laten leiden door die geest van kracht en liefde en bezonnenheid. En dat als ik iemand opzoek binnen de gemeente ik niet hoef te blijven hangen bij koetjes en kalfjes maar een verdiepingsvraag stel die een ontmoeting schept van hart tot hart. Stel dat ik het aandurf en tegen die ander zeg. Weet je, ik heb niet op al je vragen een antwoord. En oplossen kan ik het ook niet voor je. En ik vind het best spannend maar mag ik met je bidden. Vandaag is Gods woord voor u en voor jou vooral dit: God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven. Maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen.

U vraagt zich misschien af waarom deze schoenen hier staan. Die staan voor alle vacatures binnen onze gemeente. En sinds kort is er op de startpagina van onze website een link naar een vacaturebank. Een plek waar al die vacatures verzameld worden. En als u daar een kijkje gaat nemen zult u er al verschillende vacatures tegenkomen. Het zijn de lege plekken die het meest urgent zijn. Binnen de kindernevendienst, het clubwerk, de catechese. Er wordt precies beschreven wat er wordt gevraagd en wat u er in kunt ontvangen en ontwikkelen.

En die vacatures dat zijn als het ware lege schoenen die staan te wachten tot iemand er in stapt. En als u nog geen taak hebt gevonden binnen onze gemeente. En zeker als uw eigen kinderen gebruik maken van de kindernevendienst, de clubs en de catechese. Bekijk dan de komende week die vacatures eens. En kijk dan eens of uw maat er soms tussen zit. En ik herinner me wat de mevrouw van de schoenenwinkel zei als ik een schoen paste die net iets te groot was. Dan zei ze steevast: neem hem maar, je moet er denk ik gewoon nog wat ingroeien. En wacht dan niet tot iemand u die schoen komt passen. Maar vraag u zelf af: als ik deze taak niet oppak wie dan wel? En als ik het nu niet doe, wanneer dan wel? Stap dan zelf in uw schoenen en meld u bij de contactpersoon die in de vacature wordt vermeld. Er wordt naar uw reactie uitgekeken.

Vanmorgen zagen we in de Timoteüsbrief twee lijnen. Die van de gave en die van de opgave. En een volgende generatie kan die gave van het geloofalleen meekrijgen als er ook steeds opnieuw mensen zijn die voor zichzelf ook de opgave zien en bereid zijn in hun schoenen te stappen. En zo voor een schakel willen zijn in die eeuwenoude keten van geloofsoverdracht. Die zo mooi wordt beschreven in psalm 79 vers 5 nieuw berijmd: Geslacht meldt aan geslacht,  uw goedheid en uw kracht de grootheid van uw daden. Zo gaat een blinkend spoor van lof de eeuwen door. Wij prijzen uw genade. Amen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie