Overschaduwd (Lukas 1,35)

(Lukas 1,26-38; luisterlied: Be born in me – Francesca Battistelli)

De geboorteaankondiging door de engel Gabriël aan Maria is een van de meest uitgebeelde Bijbelverhalen. En als je die afbeeldingen uit verschillende periodes met elkaar vergelijkt, hebben ze vaak wat van elkaar weg. We zien Maria als een vrome, devote vrouw. Ze is aan het lezen in de Heilige Schrift, in Jesaja waar de profetie staat dat een maagd zwanger zal worden. Maria’s reinheid en zuiverheid wordt onderstreept door ergens in het kunstwerk een lelie te plaatsen.

De aankondiging zelf gaat meestal heel sereen toe. Vaak daalt er in alle rust een duif op Maria neer. De engel Gabriël benadert Maria eerbiedig, respectvol en Maria’s reactie is nederig, nadenkend, instemmend ook en bereidwillig. Er zit in al deze afbeeldingen een stuk theologische reflectie, interpretatie. Maria is niet zozeer een meisje uit Galilea maar iemand die in haar gehoorzaamheid voorbeeldig is. Een soort moeder van alle gelovigen. Iemand die boven anderen uitsteekt. Je kijkt in de kunstwerken tegen haar op. Je trekt je aan haar op. Dat is nog eens geloof!

We gaan zo kijken naar een afbeelding die Rembrandt maakte. Het is geen schilderij, maar een pentekening, een schets. Hij maakt veel van zulke schetsjes bij Bijbelpassages. Ze zijn puur bedoeld voor zichzelf. Bij schilderijen weegt altijd ook mee wat de cliënt verwacht en mooi vindt, wat mode is in de schilderkunst. Maar in dit soort kleine schetsjes is Rembrandt met niets anders bezig dan met de Bijbeltekst zelf. Wat staat er nu precies, wat vertellen de details in de Bijbeltekst over wat er gebeurt, hoe het beleefd is?

En Rembrandt heeft duidelijk heel aandachtig gelezen, gemediteerd. Hij zit de Bijbelpersonages en wat er gebeurt dicht op de huid. Het zijn oefeningen in close-reading, karakterstudies. In zijn lessen schilderkunst laat Rembrandt vaak de Heilige Schrift hardop voorlezen en zijn leerlingen ter plekke zulke schetsjes maken. Wat lees je, wat hoor je, wat ervaar je, wat zie je?

Wat opvalt in deze pentekening is er niet zozeer harmonie is en rust maar juist veel onrust, veel beweging. De engel Gabriël komt zo Maria’s leven binnen gewerveld. De snelheidsstreepjes tonen dat hij nog maar net is geland. Het is niet de presentie van Maria die indruk maakt. Nee, het is de engel die domineert en zeer aanwezig is. Zijn linkervleugel steekt uit het beeld, hij past letterlijk en figuurlijk niet binnen het frame.

Maria is hier niet de voorbeeldige heilige moederfiguur. Het is dat meisje uit Galilea, uit Nazareth. Ze kan letterlijk geen kant uit, weet niet waar ze het zoeken moet. Ze glijdt uit de comfortabele fraaie stoel waar ze in zat. Linksonder ligt een slof die ze zojuist verloren heeft. Als je goed kijkt zie je een boek van haar schoot glijden. Met haar linkerhand grijpt ze de engel vast, zoekt ze steun. Of weert ze hem juist af, houdt ze hem op afstand? Haar rechterhand grijpt in het luchtledige. Ze wendt haar gezicht af van de engel, het lijkt teveel voor haar. Ze is duidelijk uit haar evenwicht, uit balans. We lezen dat ook in vers 29: ze schrok hevig.

Afgelopen week bekeek ik deze plaat met een groepje theologiestudenten in Leuven. Ze reageerden er heel verschillend op. Een meisje ervaarde de plaat als nogal benauwend. De engel komt wel erg dichtbij. Maria voelt zich belaagd, overweldigd en dit meisje heeft daarmee een punt. In andere situaties waarin vrouwen worden overmeesterd door een man schetst of schildert Rembrandt de vrouw precies in deze houding. Van opzij, met de benen in de zithouding.

Andere studenten zagen juist veel zorg, ontferming en nabijheid met name in de lichaamstaal, de gezichtsuitdrukking van Gabriël. En in de vleugels die zich machtig en beschermend over dit kwetsbare mensenkind uitbreiden. En het spannende is dat het niet het een is of het ander. Rembrandt heeft niet zomaar lukraak wat zitten krassen. Zoals wij dat gedachteloos kunnen doen tijdens een saaie les of vergadering. Hij heeft echt dit Bijbelgedeelte op zich laten inwerken.

De schets bevat iets van de spanning die je ook in de Bijbelverzen proeft. Tussen verwarring en kalmte, tussen onrust en regie. Alles is in rep en roer, de engel stuift binnen als een wervelwind en tegelijk is er in het oog van de orkaan de kalmte waarmee hij zich aandachtig en teder over haar heen buigt. Je proeft er hemelse, goddelijke kracht en overmacht in die tegelijk ook moet worden getemperd en gedoseerd om tot dit mensenkind te kunnen doordringen. Hier raakt de werkelijkheid van de Allerhoogste, heilige God het menselijk bestaan, hier weg suffend in een luie stoel. Met een enkel handgebaar zendt God zelf vanaf zijn troon de machtige Gabriël naar zomaar een meisje in zomaar een dorpje. Een ontmoeting die haar leven en de geschiedenis van de mensen volledig op zijn kop zal zetten.

De spanning in deze schets zit ook In het dubbele bij Maria. Ze klampt zich aan de engel vast en weert hem tegelijk ook af en kijkt weg. Er lijkt over haar gezicht een schaduw te vallen. Je kunt er iets in zien van donkere emoties, iets van de schaduw die over haar leven valt. Van het lijden dat haar te wachten zal staan nu ze op een heel bijzondere manier betrokken zal raken bij de geboorte, het leven en het sterven van de redder van de wereld. Maar je kunt de schaduw op haar gezicht ook zien als de veilige beschuttende schaduw van de machtige vleugels van deze engel.

In vroegere middeleeuwse uitbeeldingen bleef er vrijwel altijd iets van afstand, van verwijdering tussen Maria en de engel. Bij Rembrandt wordt deze afstand, kloof tussen God en de mensen, tussen hemel en aarde krachtig en overtuigend overbrugd en gedicht. En niet door de vrome Maria, maar door Gabriël die door God zelf wordt gezonden, niet op afstand te blijven maar de mens letterlijk vast te pakken, aan te grijpen, actief, indringend, gepassioneerd, bewogen. Met beide armen houdt hij deze fragiele vrouw vast. Hij staat: machtig, imposant, dominant, leidend. Zij zit, valt, schuift onderuit: onderworpen, overweldigd, nietig.

Rembrandt maakt deze pentekening in de 17e eeuw, kort na de protestantse reformatie. Rembrandt zelf is een overtuigd protestant en is bekend met de accenten van Luther, Calvijn en anderen. Geloof drukt een zwaar stempel op de samenleving. Er wordt over gesproken, het is de ‘talk of the town’. Een belangrijk thema in die dagen is de vraag hoe God en de mens elkaar weer vinden. Hoe de afstand wordt overbrugd, de vervreemding opgeheven. Mensen kunnen thuiskomen bij de Allerhoogste.

Vanuit de Middeleeuwen zei men: het is de mens met zijn vroomheid en religieuze gebruiken die daarin een belangrijk aandeel heeft. De protestanten zeiden: de overbrugging, de verzoening, het herstel komt uiteindelijk niet van de mens, maar alleen van God. Als het er op aankomt is onze redding alleen genade! En dat maakt Rembrandt in deze pentekening ook heel duidelijk. Van Maria moet het hier niet komen. Zij dreigt onder dit alles te bezwijken. Het komt echt en helemaal van de andere zijde. Van God die zijn aartsengel Gabriël als gevolmachtigde zendt. En die deze Maria aangrijpt. In deze engel is het God zelf, de kracht van de Allerhoogste, die de mens de hand reikt, ja sterker, vastgrijpt, aangrijpt. bekrachtigt, bezielt, in bezit neemt, beslag legt, tot leven wekt.

Toch zit de eigenlijke kracht in deze prent niet in het vastgrijpen, de omhelzing. Met veel gekras en gepriegel tussen de engel en Maria verbergt Rembrandt voor ons wat daar precies gebeurt. Als ik langer naar de schets kijkt, gaan mijn ogen hoe langer hoe meer naar die machtige vleugels die zich over dit mensenkind uitbreiden. Dat heeft Rembrandt goed gezien. Het geheim van deze ontmoeting zit in de woordenDe Heilige Geest zal over je komen, en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken.

Zoals Gods Geest ooit in den beginne over de wateren zweefde, zo zal de Geest over Maria komen. Want God maakt hier een heel nieuw begin. En zoals de heerlijkheid en kracht van God in een machtige wolk de tabernakel en de ark van het verbond overschaduwde, zo zal Gods kracht Maria overschaduwen. Want Maria is als het ware de nieuwe ark van het verbond en in haar zoon zal een heel nieuw verbond worden gesloten.

De Heilige Geest zal over je komen, en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Soortgelijke woorden gebruikt Jezus als hij afscheid neemt van zijn leerlingen. En heel timide, bleke leerlingen krijgen weer kleur op de wangen worden in hun kracht gezet als dienaren van de Allerhoogste.

Wat hier aan Maria op een heel eigen unieke manier gebeurt is op een andere wijze wat aan iedere gelovige gebeurt in ons hele gewone, alledaagse, kwetsbare bestaan is daar de overschaduwing door de kracht van de Allerhoogste. Komt de Geest van God over ons en laat in ons iets heel nieuws beginnen. Iets dat zoveel sterker is dan wijzelf. Zo maakt God ook ons tot een drager, draagster een tempel van de Heilige Geest. Iemand van wie Petrus zegt: De Geest van de heerlijkheid rust op u. Iemand in wie, met de woorden van Paulus, Christus gestalte krijgt. Letterlijk staat er in Galaten 4 zoiets als: ‘dat Christus vorm krijgt in u’. Christen-zijn betekent: steeds meer omge-vorm-d worden naar het voorbeeld van Jezus. En eigenlijk is dat niet sterk genoeg uitgedrukt, want als we Jezus ons voorbeeld noemen is Hij buiten ons. Maar Hij wil binnen in ons vorm krijgen.

En net als bij Maria is dit iets dat aan ons gebeurt. Dat ons overkomt, onder de vleugels van God. Dat hangt per saldo niet af van onze ijver en inzet. Dat rust in het hart van God. Hij heeft in Christus een nieuw begin gemaakt. En hij is vastbesloten om in ons, in u, in jou steeds weer een nieuw begin te maken. Het enige wat het van ons vraagt is overgave: dat we iedere dag opnieuw net als Maria zeggen: Hier ben ik Heer, laat met mij gebeuren wat U wilt.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie