Leven in het koninkrijk (9): verwondering of verveling

(Filippenzen 4,8 – luisterlied bij deze preek was ‘Morning has broken’)

De laatste hoofdzonde in onze reeks is die van de verveling. Volgens Van Dale is dat: nergens zin in hebben. Toen de oude Grieken dit gedrag benoemden Gebruikten ze het woordje akedeia. Het duidt op een gebrek aan zorg of betrokkenheid. Het is lusteloosheid en onverschilligheid. Zoiets van: wat kan het mij eigenlijk allemaal ook schelen. Het zal mijn tijd wel duren. Ik maak me niet druk. In de engelse taal kun je denken aan uitdrukkingen als: Whatever! I don’t give a peep,  I couldn’t care less.

In deze houding van verveling, van onverschilligheid. Zit iets van een weigering om je leven echt te leven. Je sluit je er voor af en er is uiteindelijk weinig of niets meer wat je raakt. Niets wat goed is en ook niets wat slecht is. Het gaat eigenlijk allemaal langs je heen. Het glijdt van je af. Het komt niet meer echt binnen en het doet je ook eigenlijk niets meer. Iets van zo’n houding van verveling, van onbehagen lijkt wel in de lucht te hangen in onze cultuur.

Als je op verveling googelt kom je bijna aan half miljoen hits tegen. Er zitten heel veel tips bij om de verveling tegen te gaan. Verveling op kantoor, verveling op school, verveling in de vakantie. In de top tien van meest gebruikte woorden door jongeren staat heel hoog het woordje: saai! Iedere docent of leerkracht zal dat herkennen. Welk interessant onderwerp je ook wilt aansnijden en hoe zeer je ook je best hebt gedaan om een leuke creatieve werkvorm te bedenken Er zijn altijd leerlingen die hoe dan ook onderuitgezakt zuchten: saai! Zoals die twee meisjes Irma en Ingrid uit het jeugdprogramma Zaai die elke dag opnieuw rondhangen bij dak hek in een weiland en zich altijd weer stierlijk vervelen: Postbode Siemen, wij vervelen ons. wij twee. dus jij moet wat verzinnen…

Nu kun je nog denken: ach ja, die tieners. Die hebben gewoon nooit ergens zin in. Dat gaat wel weer over. En gelukkig leven wij niet meer in de jaren vijftig. Maar de vraag is of het niet meer is als tienergedrag. En of de verveling zoveel minder is geworden dat is ook nog maar de vraag. Wij hebben zoveel meer mogelijkheden gekregen. En toch lijkt het gevoel van onbehagen en die houding van verveling sterker dan ooit. De westerse mens heeft wel wat weg van een verveeld kind tussen bergen speelgoed. Duizend en één mogelijkheden en opties. En nog zegt dat kind: ik weet niet wat ik moet doen. Ik heb nergens zin in.

En zo werkt het misschien ook wel. Hoe meer dingen je hebt, hoe minder waard ze worden. Tot ze waardeloos worden lijkt het wel. We hebben in het rijke westen zoveel tot onze beschikking. Maar we worden nagenoeg door niets meer geraakt. De filosoof Awee Prins promoveerde op het onderwerp verveling. En misschien ook wel uit verveling. Hij stelde vast dat we als samenleving collectief op de vlucht zijn voor verveling. Voortdurend zijn we op zoek naar het interessante. En denken dat de verveling dan wel verdwijnt. Een programma als DWDD zit op die lijn. Altijd weer op zoek naar iets nieuws, iets grappigs, iets origineels, iets unieks. De lat ligt steeds iets hoger.

Maar, ze zegt de filosoof: het zit hem vaak niet in het feit of dingen of mensen wel interessant zijn. De vraag is of je zelf interesse hébt voor dingen, voor mensen. Interesse is samengesteld uit twee woordjes: inter-esse en betekent ‘zijn tussen’. Zijn tussen dingen en mensen. En dat is wat we in onze tijd steeds moeilijker lijken te vinden. Om echt te zijn tussen dingen en mensen. Ongedeeld aandacht te hebben voor wat en wie we tegenkomen. Dat geduld, die concentratie die kunnen we steeds minder opbrengen. We zijn zo snel afgeleid door van alles en nog wat. Het medicijn tegen verveling is volgens de filosoof niet om altijd maar te blijven jagen naar het interessante. Maar ons opnieuw te oefenen in interesse, in zijn tussen de dingen en mensen. Daar leren vertragen, ons te oefenen in aandacht en ons te laten raken door wat we op onze weg tegenkomen.

Dat is wat Paulus bedoelt als hij in Filippenzen 4 de gelovigen oproept om aandacht te schenken aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is. Kortom alles wat deugdzaam is en lof verdient. Paulus noemt hier een hele categorie van zaken die de mensen in Filippi bekend in de oren zullen hebben geklonken. Filippi was een stad waar vooral mensen woonden die hadden gediend in het Romeinse leger en nu met pensioen waren. Zij waren bekend met deze deugden die in de Romeinse cultuur hoog in het vaandel stonden.

In de Bijbel in gewone taal is geprobeerd. Deze opsomming wat minder plechtig en hoogdravend te vertalen in Jip en Janneke taal zeg maar zodat het wat dichterbij komt en wij er ook chocolade van kunnen maken. Het vers luidt dan als volgt: Vrienden, tot slot wil ik zeggen waar jullie je mee bezig moeten houden. Houd je bezig met alles wat waar is, alles wat respect verdient, alles wat goed is en zuiver, alles wat het waard is om van te houden en alles wat eer verdient. Dat betekent in het kort: doe wat goed is en waarvoor je respect krijgt.

Het is geen opsomming van regels waar je je aan moet houden. Eerder willen deze woorden een houding willen oproepen. Een levenshouding die schittert en tintelt en aanspreekt omdat iedereen de zuiverheid, de duurzaamheid, de waarde, de wijsheid, de kostbaarheid, de elegantie, de aantrekkelijkheid, de charme en vooral de levenskwaliteit ervan ziet. Wij kunnen soms te snel uitkomen bij vragen als: Mag dit nu wel of niet, is dat nu wel of niet toegelaten. We zoeken naar handvatten en tips, naar voorschriften en wetten. Maar deze woorden steken dieper af. Ze proberen iets open te leggen van levenskunst van het mysterie van ons menselijk bestaan. Van diepgang en karakter en wat blijvende waarde heeft.

Aristotelus zei ooit al: wat je aandacht geeft groeit. Dat is de lijn waarlangs Paulus komt tot deze uitspraak. Je kunt je natuurlijk ook bezig houden met de tegenpolen van deze zaken. Dat je vooral aandacht geeft aan alles wat leugenachtig is en minderwaardig. Dat je je in beslag laat nemen door wat onrechtvaardig en onzuiver. Dat je je leven vult met wat afschuwelijk is en wat onaantrekkelijk is. Dat zijn de zaken die zich in deze gebroken wereld als van zelf ons opdringen. Je hoeft daar geen moeite voor te doen, ze komen vanzelf naar je toe. En het zijn ook zaken die zo hun eigen bekoring en aantrekkingskracht hebben. En als je je op dat soort zaken richt, daar aandacht aan geeft. Dan is dat ook wat in je leven groeit en ontwikkelt. En waar je leven steeds meer van vervuld is en door wordt vervuild.

En het is dus niet om het even wat je in je gedachten toelaat. De filosoof Thomas Moore heeft in de 15e eeuw eens gezegd: Houd je denken bezig met goede gedachten anders zal de vijand je vullen met slechte. Een onbewoond hoofd bestaat niet. Een onbewoond hoofd, een leeg hoofd bestaat niet.Ons hoofd is bewoond omdat we denken, dromen, fantaseren. De vraag is waar we ons hoofd, ons hart mee vullen.

Onze tekst raadt ons aan om ons te richten op wat goed is en zuiver en waar en eervol. En waard om van te houden. Van deze zaken zegt Paulus met nadruk: bedenk die. Richt je gedachten er op. Laat over dit soort van dingen je gedachten gaan. Laat daar je denken mee vullen. Deze zaken liggen vaak wat minder voor het oprapen. Je moet ze ontdekken, opzoeken, verwerven..

En doe ze dan ook. Zet dat waardevolle om in handelen. Blijf niet hangen in mooie bespiegelingen en idealen. Maar geef er handen en voeten aan. Dat is een krachtige remedie tegen lusteloosheid en verveling. Doe iets, pak aan, pak iets op en ga aan de slag. Ga eens wat goeds doen. Kom eens achter je scherm vandaan. En zet eens een concrete stap met iets waarvan je weet dat het de inspanning de moeite meer dan waard is. Vul daar je hoofd mee. Maak daar je handen aan vuil.

De vakantie is misschien wel een goede periode om onszelf te oefenen en te trainen in een aandachtige en geinteresseerde levenshouding. Niet een leven dat bol staat van interessante dingen. Maar een leven dat zijn zin en voldoening vindt in een oprechte aandacht en interesse voor de dingen die ik tegen kom en de mensen die ik ontmoet. Een leven waarin niet de verveling toeslaat en ook niet snel de sleur in sluipt.Omdat ik mij laat voeden door wat diepte en waarde heeft. In een boek of een film die ik bewust uitkies. In een vriendschap waarin ik bewust investeer.

Het is niet een levenshouding die je uit je tenen hoeft te halen. Net voor dit vers 8 staan die bekende verzen 4-6. Laat de Heer je vreugde blijven, wees altijd verheugd. Ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij, wees over niets bezorgd. Maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God die alle verstand te boven gaat uw hart en gedachten bewaren in Christus Jezus.

Hier wordt de voedingsbodem aangewezen waarin deze houding van interesse, van verwondering, van aandacht en eerbied kan wortelen, groeien en ontwikkelen. Het is de voedingsbodem van een gerichte omgang met God. Dat je je in de stilte oefent om naar je leven en naar de dingen en mensen te kijken met Gods ogen. Dat je je zegeningen telt er God steeds opnieuw voor dankt. Dat je ook je zorgen en vragen heel bewust bij God brengt. Dat je je levensvreugde, je levensvervulling leert zoeken en vinden in wie God is en wil zijn in Christus Jezus onze Heer. Zo groeit er iets van een innerlijke balans, een vrede die de ruimte schept om je te openen voor wat en wie je op je pad tegenkomt.

Deze houding komt je niet aanwaaien. Het gaat niet vanzelf en je komt jezelf tegen. Want als je je drukke leven stil probeert te leggen. En even niks meer hoeft kun je zomaar merken hoe gewend je bent aan de jacht en de drukte. En hoezeer wat je doet je houvast is geworden. En de vraag is: als zo’n moment van verveling toeslaat. Ga je dan al snel proberen dat ongemakkelijke gevoel weg te werken. Door meteen weer van alles te moeten van jezelf. Of op zoek te gaan naar de volgende interessante ervaring. Of gebruik je verveling als een kans. Durf je het aan om het even uit te houden in de leegte. Om echt even niks te hoeven van jezelf. Het kan zomaar zijn dat je juist in die leegte, in dat ‘even niks’. Weer even tot jezelf kunt komen. Weg bij wat je zo nodig moet en allemaal doet. En terug bij wie je bent. Terug bij wie je mag zijn. Terug bij wie je zou mogen worden.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie