In vrede gaan (Oudejaarsavond 2016)

(Lukas 2, 22-40, luisterliederen: Nu laat u mij in vrede gaan (Sela) Wohl mir dass ich Jesum habe)

Als de bekende schilder Rembrandt van Rijn in 1669 overlijdt, vindt men in zijn atelier aan de Rozengracht in Amsterdam zijn laatste schilderij. Het staat nog te drogen op de schildersezel. Het zou de titel meekrijgen ‘Simeon met het Christuskind in de tempel’ en is tegenwoordig te bewonderen in Stockholm.

Rembrandt heeft in de loop van zijn leven van deze scene uit Lukas 2 verschillende schetsen, tekeningen, etsen en schilderijen gemaakt. En die verschillende versies en varianten weerspiegelen iets van de levensfase en levensomstandigheden waarin Rembrandt zich dan bevindt. In de vroegste versie van Simeon in de tempel die hij maakt als twintiger besteedt Rembrandt veel aandacht aan allerlei details. Imposante tempelgewelven, veel omstanders,  bijzondere lichteffecten. Je voelt er iets in van de bewijsdrang, de ambities van de schilder. Hij haalt alles uit de kast om te etaleren waartoe hij als kunstenaar in staat is.

Het werk dat we hier voor ons zien maakt Rembrandt als hij 63 jaar oud is. Het ademt een heel andere sfeer. Je voelt dat de schilder nu niet meer bezig is zijn publiek te imponeren met zijn vaardigheden. In plaats van speciale effecten en verbluffende details heeft de meester zich geconcentreerd op het overbrengen van warmte. Er is hier geen menigte aan omstanders. Alle aandacht gaat hier naar het individu. En de grootsheid, grandeur en allure van die eerste tijd heeft in dit schilderij plaats gemaakt voor de schoonheid van de eenvoud. Sturm und drang maakt hier plaats voor tederheid, intimiteit, verstilling

De Simeon die we hier zien is ook een andere figuur dan de Simeon zoals Rembrandt hem eerder afbeeldt. Eerder is Simeon een aanwezige dominante persoon Die het kind Jezus haast terloops vasthoudt en zijn aandacht vooral richt op Maria. Die Simeon straalt wijsheid uit en heldere gedachten. Zijn lichaamstaal is stabiel en in controle. Zijn ogen actief en vol kracht en leven.

In de allerlaatste versie van dit tafereel zien we Simeon met zijn ogen gesloten. Hij zegt of zingt zijn lofprijzing. En in plaats van dit kind stevig vast te houden heeft hij zijn handen in een soort gebedshouding. De kleuren zijn terug gebracht tot het minimum van rood, bruin en wit. Het beeld is sterk ingezoomd tot de essentie.

Simeon en ook Anna zijn hier niet zozeer neergezet als zelfstandige en actieve karakters met een eigen rol. Hun persoon en hun leven wordt hier bezien in het grootsere en wijdere perspectief van dit Christuskind. Naar hem hebben zij vurig uitgezien, op hem richten zij zich nu. Simeon en Anna hebben hun rol in dit heilige bedrijf een leven lang met overtuiging en bezieling vervuld. En nu komen zij hier nog even in het licht staan om te zien dat nu de hoofd-act zal beginnen. In dit geboren kind dat de Heer van de wereld zal zijn. Voor dit kind mogen zij nu plaats maken. Zo staat Simeon in het leven. Als een dienaar, Gods dienaar. Als dienstbaar aan een groter geheel, als schakel in een keten.

Simeon geeft aan dit besef woorden als hij zegt: Nu laat gij Heer uw dienstknecht in vrede gaan, zoals u hebt beloofd. Bij dat gaan in vrede kan je denken aan sterven. Zo lezen we deze tekst vaak. Dat heeft Rembrandt ook gedaan. Maar dat in vrede gaan kan ook breder bedoeld zijn. Het werkwoord dat hier wordt gebruikt staat voor: vrijmaken, ontheffen, ontbinden, ontlasten, laten gaan. En je kunt deze uitspraak van Simeon dus ook verstaan als woorden van iemand die jarenlang trouw heeft gediend als een soort van wachter in donkere tijden. Een wachter die vurig heeft uitgezien naar de morgen, naar een nieuw begin. Zo iemand is deze Simeon geweest. Net als Anna die hier naast hem staat. Zij hebben in hun generatie die verwachting en hoop levend gehouden. En nu realiseren ze dat in dit Christuskind die nieuwe dag begint. Nu is hun dienst als wachters voorbij, mogen zij rust vinden en in vrede en met vertrouwen en ook dankbaarheid de toekomst in handen geven van dit gezegend kind. Nu laat gij Heer uw dienstknecht in vrede gaan, zoals u hebt beloofd

Verkijk je niet op deze twee. Dit is niet een zacht en lief verhaal over twee schattige stokoude mensjes en een ontroerend lief klein kindje. Simeon mag op dit schilderij dan wel worden geportretteerd als een oude man met gesloten ogen. En je zou bijna denken dat hij zijn gezichtsvermogen heeft verloren. Maar je merkt aan alles dat we hier te maken hebben met iemand die een kristalhelder zicht heeft. Iemand die geleerd heeft om te kijken met andere ogen. Terwijl de dienstdoende priesters niets in de gaten hebben is het juist deze Simeon die in dit kind de Messias herkent. Dat herkennen van Gods tijd, Gods moment, Gods aanwezigheid is iets wat je leren kunt in een levenslange wandel met God. Zo iemand is Simeon. Een rechtvaardig en godvrezend man. Lukas zegt er specifiek bij dat hij iemand is op wie de Geest rust.

En dat proef je bij iemand als Simeon. Hij is op een wonderlijke manier op het juiste moment op de juiste plaats. In de woorden die hij spreekt zit iets van een aanstekelijke hoop en verwachting en tegelijk ook een ongemakkelijke scherpte en radicaliteit. Dit kind zal een grootse opdracht hebben en voltooien en het hele menselijk bestaan in een nieuw licht plaatsen. Maar van een leien dakje zal het allemaal niet gaan. Het duister gaat niet zomaar op de loop voor het licht. De vrede zal bevochten, veroverd moeten worden op de onvrede. De weg van dit kind zal een weg zijn weerstanden, van struikelblokken en een zwaard door de ziel.

Simeon zegt dat dit gezegend kind de overleggingen uit veel harten openbaar zal maken. In de manier waarop dit kind zich zal gaan manifesteren zal het aan het licht zal brengen wat er leeft in het menselijke hart, het menselijke bestaan. Dit kind zal bloot leggen wie de mens ten diepste is. In zijn driften en instincten, in zijn drijfveren en streven. Er zit in de woorden van Simeon een radicaliteit. Ze gaan over verzet of overgave, over vallen of opstaan. Ten diepste en in de kern is het kennelijk het een of het ander, alles of niets. En dat komt omdat deze Simeon zich ten volle realiseert wie hij hier in zijn armen mag houden. Dit kind in zijn armen is Gods gezalfde, Gods dienstknecht, de belichaming van Gods reddende, bevrijdende, vernieuwende kracht. Dat is wat Simeon hier met zoveel woorden zegt: Nu laat Gij Heer uw dienstknecht in vrede gaan, zoals u hebt beloofd. Want, zo zegt hij, mijn ogen hebben uw redding gezien. Letterlijk staat hier: want mijn ogen hebben het reddende van u gezien. Het reddend vermogen, de reddende kracht van God die ziet Simeon hier al aanwezig in het kind in zijn armen. En juist dat, die wetenschap dat God in Christus deze wereld redt dat geeft hem ontspanning, vertrouwen en een diepe vrede. Mooi dat Simeon hier niet zegt: nu ga ik in vrede. Maar nadrukkelijk kiest voor de woorden: nu laat u Heer uw dienaar gaan in vrede.

Dit kind is niet gekomen om aardige mensen nog wat aardiger te maken. Dit kind heeft niet de opdracht om nette mensen net nog iets te fatsoeneren en wat op te knappen. Het kind brengt in zijn manier van zijn aan het licht wie wij zijn. En dan is het van tweeën één: je stoort je aan dat licht, je schrikt er voor terug je onttrekt je er aan blijft ten diepste altijd wie je bent. Of je stapt juist dat licht binnen, ontdekt wie je bent. Durft dat in de ogen te zien, kijkt er niet voor weg. Je realiseert je dat jij het zelf op eigen houtje niet gaat redden. Dat als het echt allemaal van jouzelf moet komen jouw bestaan niet tot haar volle bestemming zal komen. En je vertrouwt je steeds opnieuw met huid en haar toe aan Hem die gekomen is om ons te redden. Vergevend, genezend, bevrijdend, vernieuwend.

Rond de jaarwisseling maken we met elkaar de balans op. We vragen onszelf af wat dit jaar ons heeft gebracht en opgeleverd. Spiegel uzelf eens aan deze scherpe, radicale woorden afkomstig van iemand als Simeon, die zelf een bezield bevlogen leven heeft geleid. Zijn we als gemeente, ben ik ook zelf het afgelopen jaar meer en meer opgestaan en naar het licht toe gaan leven? Kan ik zeggen dat ik persoonlijk en in mijn geloof gegroeid ben? Of ben ik niet, als ik eerlijk ben, niet zozeer opgestaan maar op een bepaalde manier gevallen, weggegleden. Is het licht van Christus in mijn bestaan verminderd, flauwer geworden, afgezwakt?

Simeon zou de evaluatievraag misschien net nog wat anders stellen. Bent u, ben ik te vaak bezig het zelf allemaal wel te redden? Of is er in mijn leven ruimte om me te laten redden. En: waar, wanneer en op welke manier heb ik dat reddend vermogen van God aan het werk gezien in mijn eigen leven en dat van mensen om me heen? En in welke mate heb ik iets van dat reddend vermogen van God mogen binnenbrengen, mogen belichamen voor een ander? En met elke grondhouding begin ik aan een volgend jaar?

Rembrandt maakte dit schilderij ook op zo’n evaluatiemoment. De laatste fase van zijn leven voordat hij dit aardse bestaan zou gaan verwisselen voor een nieuw leven bij God. Rembrandt is dan 63 jaar oud en heeft veel, zo niet alles, verloren. Zijn reputatie en roem is al lang vergaan, vervlogen. Hij heeft grote schulden en is vervallen tot een armoedig bestaan. Hij heeft twee vrouwen en heel veel kinderen moeten begraven. Nog geen jaar voor zijn dood verloor deze vermoeide oude man zijn geliefde zoon Titus. Na Titus’ dood werd zijn dochtertje Titia geboren. Toen zij werd gedoopt stond in plaats van haar overleden vader daar de oude Rembrandt die als grootvader en peetvader haar naar het doopvont heeft gedragen.

In zijn allerlaatste levensjaar heeft Rembrandt heel bewust nog twee schilderijen gemaakt. En in deze twee kunstwerken maakt hij zichtbaar hoe hij op zijn leven terugkijkt en op welke manier Hij deze wereld en dit aardse bestaan verlaat. Zijn voorlaatste werk is de beroemde weergave van de terugkeer van de verloren zoon. Die als een berooid mens die veel kwijt is geraakt nu op weg is naar het Vaderhuis waar hij alleen kan hopen op een genadige ontvangst.

Rembrandts allerlaatste kunstwerk is die van Simeon en het Christuskind in zijn armen waarmee hij de achterblijvers vertelt. Dat hij klaar is om met een dankbaar hart deze wereld te verlaten. Hij heeft met deze Simeon ongetwijfeld ook zichzelf bedoeld. Maar de vrouw, Hanna, staat zo dicht bij hem, dat ze samen haast één zijn. Rembrandt heeft zich kennelijk niet alleen herkend in de oude dankbare en lof prijzende Simeon maar evenzeer in deze zwijgende vrouw met een gezicht dat getekend is door veel verdriet en eenzaamheid. Ook zij kijkt op het kindje dat daar ligt in het licht. Haar hart is niet zozeer vervuld van vreugde. Het lijkt meer op een stil vertrouwen dat op alle kronkelige, donkere en eenzame wegen er toch een licht zal zijn dat haar zal vergezellen. Een licht dat haar verdriet troost, haar eenzaamheid verzacht en haar de weg wijst zal naar huis.

Simeon en ook Anna kunnen hun weg in vrede gaan. Omdat zij zich realiseren dat het eigenlijke, het wezenlijk is gebeurd en nog altijd gebeurt in en door Christus. Uit dat geheimenis mogen wij leven. Verwonderd, dankbaar, hoopvol en vertrouwend. Zo kun je, hoe je levensomstandigheden ook zijn, toch in vrede gaan. Een nieuw jaar tegemoet. In de vrede van God. Waarvan Paulus zegt dat die vrede alle begrip te boven gaat en onze harten en onze gedachten bewaren zal in Christus Jezus.

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie