Hij verkwikt mijn ziel (psalm 23)

(Psalm 23, Lukas 15: 1-7)

Hij verkwikt mijn ziel. Dat is hoe dit vers wordt vertaald in de NBG. Luther vertaalde het net zo in het Duits. Er erquicket meine Seele. En ook de Engelse King James zit in de buurt. He restores my soul. Hij herstelt mijn ziel.Verkwikken is geen alledaags woord meer. Volgens Van Dale betekent het: verfrissen. Vandaar dat de NBV dit vers vertaalt als: Hij geeft mij nieuwe kracht. Psalm 23 in straattaal heeft van dit vers gemaakt: Hij is preezy als redbull for my soul. U weet, Redbull is een energiedrankje. Het geeft je vleugels zegt de reclame. Hij verkwikt mijn ziel. De Naardense Bijbel sluit eigenlijk nog wat preciezer aan bij wat er eigenlijk staat in het Hebreeuwse origineel: mijn levensadem keert door hem terug. Dat is kennelijk wat de herder doet. Hij verkwikt mijn ziel. Hij brengt mijn levensadem terug.

Die levensadem raak je weleens wat kwijt. Je ziel kan neergebogen zijn, neerslachtig. De energie kan soms uit je leven weg lekken. Je voelt je dan leeggezogen, uitgewrongen. Je loopt met je ziel onder je armen. Het leven kan dan benauwd aanvoelen. Je bent kortademig zeg maar. En kunt dan wel wat verkwikking wat levensadem, wat nieuwe kracht gebruiken. Hij verkwikt mijn ziel..

Phillip Keller is een schaapherder die in een mooi boekje psalm 23 uitlegt vanuit het perspectief van een herder. En bij dit vers vertelt hij dat het te maken heeft met wat herders een ‘cast down’ noemen, een ligger. Als het schaap op zijn zij ligt en zich even helemaal uitstrekt kan het zwaartepunt soms ineens kantelen en ligt het beest daar hopeloos te spartelen op zijn rug met vier poten in de lucht. En zonder hulp komt zo’n beest echt niet meer op zijn pootjes terecht. Gassen hopen zich op in de maagstreek en als die uitzetten stagneert de bloedsomloop vooral naar de uiteinden, de poten. En als het dan ook nog warm weer is is zo’n schaap binnen enkele uren dood.

Er zijn wel wat oorzaken te noemen die er aan bijdragen dat een schaap ondersteboven gaat. Een schaap kan soms te veel gefocust zijn op het mooiste stekkie. Waar hij het gemakkelijkst heeft. Alles leuk is en fijn, prettig en gemakkelijk. En als een schaap altijd maar die plekjes opzoekt ontwikkelt het geen uithoudingsvermogen en geen discipline. Geen weerstand en veerkracht. Het wordt te snel te dik, te slap, te zwak en dan kun je zomaar ineens onderste boven gaan. Dat is voor ons mensen niet veel anders, toch?

Een ander risico is een te dikke vacht die extra te zwaar kan worden door modder en mest. Dan wordt een schaap topzwaar. Wol staat in de Bijbel vaak voor het oude leven. Zo mocht de hogepriester geen draadje wol in zijn gewaad dragen als hij het heiligdom betrad. Wol symboliseert manieren van doen en denken die voortkomen uit mijn zondige natuur. Waardoor ik vooral op mezelf ben gericht. En als dat oude leven de overhand krijgt dan loop ik als christen grote risico’s. En ga ik vroeg of laat ondersteboven. Het is niet aangenaam maar wel nodig dat we regelmatig ‘geknipt en geschoren’ worden en verlost worden van wat ons in de weg zit om zo de herder te kunnen blijven volgen

Als de herder zo’n ‘ligger’ vindt, legt hij het voorzichtig terug op zijn zij. En na een tijdje zet hij het beest weer op zijn poten, gaat hij wijdbeens over het schaap heen staan om haar te steunen en op haar poten te houden en masseert hij het beest om de bloedcirculatie weer normaal te laten verlopen. En intussen spreekt zo’n herder zijn schaap kalmerend toe.Jij schooier, wat ben ik blij dat ik je op tijd gevonden heb. Wanneer ga jij het toch eens leren om op je benen te blijven staan. Wat doe jij toch ook met zo’n dikke vuile vacht. We zullen daar snel eens een flink stuk van afhalen.’ En zo praat de herder een poosje tegen zijn schaap in een mengeling van tederheid en strengheid. En stukje bij beetje komt het schaap dan tot zichzelf. Raakt het de angst en spanning weg. Hervindt het zijn evenwicht. Krijgt het zijn levensadem terug en kan het weer verder met de kudde mee. Hij verkwikt mijn ziel.

Een herder brengt niet alleen de levensadem terug. Hij brengt zijn schapen ook zelf terug. Misschien gaat u niet zo snel ondersteboven. Maar er zijn ook meer subtiele manieren  om bij de herder weg te raken. Achterop te raken bij de kudde. Te belanden op wegen die je weg voeren en vervreemden van de herder. Wegen die je ook losweken van de kudde. Die neiging om te gaan dwalen zit diep in onze natuur. Jezus raakt daar aan als hij de gelijkenis vertelt van de herder met zijn 100 schapen. Die op zoek gaat naar dat ene schaap dat weer eens verdwaald is. Hij gaat naar dat schaap op zoek en blijft zoeken tot hij het gevonden heeft. En dan legt hij het vol vreugde op zijn schouders en draagt hij het schaap naar huis. En viert feest. De herder brengt dus niet alleen de levensadem terug. Hij brengt ook het schaap zelf terug.

In Johannes 10 noemt Jezus zichzelf de goede herder. Hij is dus zelf die herder die zoekt tot Hij gevonden heeft. En als Hij iemand vindt dan brengt hij die terug. En dat doet Hij dan vol vreugde. Dat is wat hij zo graag doet. Mensen zoeken en vinden en terugbrengen. Hij verkwikt mijn ziel en Hij doet dat met volharding en vol vreugde. Zo zit hij in elkaar. Zo werkt zijn herdershart.

Jezus is in de loop van de tijd op verschillende manieren afgebeeld. En de manier waarop hij wordt afgebeeld weerspiegelt iets van de manier waarop men Jezus vooral heeft gezien en beleefd in een bepaald tijdvak. In de renaissance beeldde men Jezus graag af als een nobel en edel mens die ons onderwijst. In de middeleeuwen lag de nadruk veelmeer op schuld, boete en verzoening en kom je Jezus vooral tegen als de bloedende, lijdende Gekruisigde. In de eeuwen waarin het christendom veel macht en aanzien had en verheven was tot staatsgodsdienst werd Jezus afgebeeld als de gekroonde koning van de hele kosmos, de overwinnaar die heerst en regeert en oordeelt.

De oudste afbeeldingen van Jezus vind je in Rome. Christenen waren toen vaak slaven die geen enkele macht of aanzien hadden. En vanwege hun geloof in Jezus zwaar werden vervolgd. Het is de tijd van de martelaren en hun getuigenissen. Maar ook van degenen met veel minder moed. Zij waren op het beslissende moment ontrouw geweest en hadden hun geloof verloochend en werden afvalligen genoemd. En de meesten zaten ergens tussen martelaren en afvalligen in. Deze eerste christenen hadden hun geheime samenkomsten in de ondergrondse catacomben van Rome. En op de muren van de catacomben vindt je afgebeeld hoe zij in hun levensomstandigheden Jezus beleefden. Hij wordt er afgebeeld als een jonge vitale herder die op zijn schouders een schaap draagt. Zij hadden daar in hun levensomstandigheden scherp ook voor. Dat wij schapen zijn, kwetsbaar, hulpeloos en vaak niet erg koersvast. En dat we het daarom in alles moeten hebben van de herder. Als martelaar, als afvallige of ergens tussen in. Hij verkwikt onze ziel, geeft ons steeds onze levensadem terug. Brengt ons ook zelf weer terug in de kudde als we soms te lang en te ver weg zijn geweest.

Het terugvinden van je levensadem. De verkwikking van je ziel. Dat is niet alleen iets tussen God en jou. Dat heeft ook alles te maken met anderen. Dat vinden we terug in de gelijkenis uit Lukas 15 waarin de herder nadat hij het verloren schaap heeft teruggevonden zijn buren en vrienden bijeen roept om te delen in zijn vreugde.

Je komt dat woordje ‘verkwikking’ nogal eens tegen in de slotpassages van de apostolische brieven die gericht zijn aan geloofsgemeenschappen. Aan het einde van zijn brief aan de Romeinen schrijft Paulus Opdat ik met blijdschap, door de wil van God, tot u mag komen, en met u verkwikt worden. En aan het slot van de 1e brief aan de Korintiërs zegt hij dat hij uitziet naar een ontmoeting met enkele broeders: Want zij hebben mijn geest verkwikt en die van u. Het herstel, de verfrissing van je ziel het vinden van een nieuwe adem, van nieuwe kracht heeft kennelijk ook van alles te maken met de mate waarin je deel uit maakt van de kudde.

Wie zich laat verkwikken door de herder. En weet wat het is om bij Hem je levensadem te hervinden. Die draagt die verkwikking ook met zich mee. En wordt zelf iemand waar anderen van opknappen. Je hebt soms mensen waarvan anderen zeggen: wat een afknapper is hij of zij. Maar wie in de buurt van de herder leeft is en wordt iemand waarvan anderen zeggen: ik knap van hem of haar altijd zo op. Ervaar ruimte, krijg energie, voel me gezien en gehoord en kan dan weer verder. Je krijgt dan zelf kennelijk ook iets van een herdershart.

Hij verkwikt mijn ziel. Hij brengt mij terug. Dat is wat de herder wil doen. Psalm 23 maakt het overigens niet mooier dan het is. Er blijft van alles om bang voor te zijn. En soms gaat je weg door dat donkere dal. En ook de vijanden, de mensen die je leven zo lastig kunnen maken zijn nooit ver weg. Maar wat in dat alles zeker is is dit: de herder leidt ons er door heen. Hij trekt met ons de diepten door. En juist daarin gaat Hij voorop. Als de gekruisigde heeft hij als geen ander gepeild hoe diep en donker het dal van het menselijk bestaan kan zijn. En Hij is er doorheen gekomen en zal ons er ook doorheen brengen. En Hij weet wij op die weg nodig hebben. Hij verkwikt hij onze ziel. Hij brengt hij ons terug. En van tijd tot tijd dekt hij voor ons een tafel. Een tafel midden in de woestijn. Waar onze beker overvloeit van zijn goedheid. En hij onze ziel verkwikt. Ons nieuwe kracht geeft. Om zo weer verder te kunnen trekken. Samen met anderen achter de herder aan.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie