Een leesbare brief van Christus (2 Korintiërs 3,3)

(Jeremia 31:33-34, 2 Korintiërs 3:1-6 en Johannes 14:15-21 – luisterlied ‘Woord van God’ Sela)

 Dit is het belangrijkste moment uit je leven. Hier wordt je diepste verlangen werkelijkheid. Hier, in deze ruimte, krijg je wat je werkelijk wilt. Dat ene, dat waar het in jouw leven om draait. Het is een citaat uit Stalker, een soort van sciencefiction film uit de jaren 80. Twee personages ‘professor’ en ‘schrijver’ zijn begonnen aan een ontdekkingstocht dwars door een spookachtig en desolaat landschap en ze hebben het al die tijd volgehouden omdat Stalker hen heeft verteld over ‘the room’. Dat ene bijzondere vertrek waarin hun ultieme droom werkelijkheid zal worden.

Maar nu ze daadwerkelijk op de drempel staan van de kamer worden de professor en de schrijver ineens toch nerveus. Wat als ik eigenlijk helemaal niet zo precies wéét wat datgene is wat ik werkelijk wil, zegt een van hen? Wel, zegt Stalker, wat jij écht wil is aan de kamer om te bepalen. Je krijgt hier niet wat je dénkt dat je wilt, hier ontvang je wat feitelijk, werkelijk je diepste verlangen is.

De professor en de schrijver zijn er niet gerust op. En als kijker voel je die spanning met hen mee. Zou het kunnen zijn dat daarbinnen in die kamer ineens blijkt dat ik niet werkelijk ben wie ik denk dat ik ben? Ik kan wel denken dat ik vooral verlang naar het één maar misschien blijkt straks in de kamer dat ik feitelijk toch verlang naar iets anders. Dat mijn hoofd niet klopt met mijn hart.

Deze scene uit de Stalker kwam ik tegen in het boekYou are what you love’, je bent waar je van houdt van de christenfilosoof James Smith. Zijn stelling is dat we in veel protestantse kerken te lang hebben gedacht dat we hersenen op pootjes zijn. Dat we vooral menen te zijn wat we denken. Dat als we maar genoeg kennis hebben van de bijbel en de geloofsleer. Als we het maar goed uitgelegd krijgen en allemaal begrijpen. Dat we dat dan zonder problemen vertalen in ons gedrag en onze levensstijl.

En Smith laat in zijn boek zien dat het zo niet werkt bij ons mensen. Slechts 5% van ons gedrag is het gevolg van bewust nadenken en afwegen. Bij de meeste van onze dagelijkse kleine en grote beslissingen en keuzes denken we niet zo heel bewust na. We doen en laten dingen omdat we bepaalde gewoontes hebben opgebouwd. We doen zulke dingen haast als van zelf, als een tweede natuur. En we worden daarin niet per se aangestuurd door wat we denken maar vooral door dat waar we naar verlangen, waar we van houden. We hebben ergens in ons hart een beeld gevormd van hoe het goede, ideale leven er voor ons uit ziet. Op welke manier we gelukkig denken te kunnen worden en iedere dag doen en laten we van alles bewust of onbewust om dat verlangen te stillen, te vervullen

Reclamemakers weten heel goed hoe dit werkt en zijn er erg goed in om juist onze verlangens te bespelen. En schotelen ons plaatjes voor van het goede leven en beloven dat we dat geluk voor het grijpen hebben als we hun product of dienst aanschaffen.

Die professor en schrijver uit het filmfragment daar op de drempel van the room hebben echt wel reden om te aarzelen. Hun vermoeden is terecht dat er weleens een kloof zou kunnen zitten tussen wat ze dénken te verlangen en wat hun dagelijkse doen en laten zien aan welk verlangen daadwérkelijk hun leven stuurt. Je bent immers niet wat je denkt. Je bent waar je van houdt. Je bent waar je naar verlangt. Dat geldt voor de personages in het filmfragment. Maar het geldt net zo zeer voor ons christenen. Wij die met ons hoofd zo goed weten hoe en waarvoor we zouden moeten leven maar dat in ons dagelijkse leven niet altijd laten zien. Je bent niet wat je denk, zegt de christenfilosoof. Je bent waar je naar verlangt. Dat bepaalt je leven. En dat zagen vorige generaties gelovigen ook zo. Luther zegt: dat waar jij diep van binnen naar verlangt. Dat waar jij je vertrouwen op stelt, dat is jouw God. En Calvijn noemt ons hart: een fabriekje van afgoden. Waarin we voortdurend beelden scheppen waar onze verlangens zich op gaan richten. En die ons feitelijke gedrag van iedere dag bepalen.

Tegen het einde van zijn tijd op aarde voert Jezus enkele afscheidsgesprekken. Gesprekken waarin Jezus zijn leerlingen nog eens voorhoudt waar het hem nu eigenlijk om gaat. En dat is dat ons leven tot zijn bestemming komt. Dat ons leven vruchtbaar zal zijn doordat we in ons dagelijkse leven, in ons doen en laten daadwerkelijk de wil van God doen. Dat we in onze keuzes en beslissingen ons echt houden aan de wijze leefregels van God. Keer op keer herhaalt Jezus dat in Johannes 14,15 en 16: blijf in mijn liefde, je blijft in mijn liefde als je je houdt aan mijn geboden.

Het is opvallend dat Jezus in die afscheidsgesprekken zich niet focust op de laag van ons gedrag. Hij dringt door dat die laag waar ook hij van weet dat ons leven van daaruit wordt aangestuurd en bepaald. De laag van ons verlangen, onze liefde, ons hart. Keer op keer drukt hij zijn leerlingen op het hart om blijvend verbonden te blijven met hem. Juist op het niveau van ons verlangen, onze liefde. Blijf in mijn liefde, blijf in mijn liefde

En het goede nieuws is dat Jezus belooft de Geest te zenden. Die bij ons zal komen en in ons komt wonen. Om juist in het centrum van ons leven, de laag van onze verlangens en drijfveren, aanwezig te zijn en op ons bestaan in te werken. Jezus noemt de Geest ‘de trooster’ Troosten heeft iets in zich van verzachten. Je denkt aan tranen drogen, sussen, wiegen, omhelzen. En dat is zeker ook een dimensie van het werk van de Geest. Die niet voor niets wordt vergeleken met olie. Die een verzorgende, genezende en verzachtende werking heeft. Paulus raakt aan dat die zachte kant van de Geest. Als hij zegt dat hij in ons zucht met onuitsprekelijke verzuchtingen.

Er zit in dat woord troosten ook een wat stevigere kant. Van sterken, opbeuren, bemoedigen, moed geven, bekrachtigen. Het Nederlandse woord troosten heeft het woord trust in zich dat kennen we uit het engels en het betekent vertrouwen. Het Engelse woordje voor troost is comfort. En daarin zit het woordje fortis is, kracht. Troosten is dus ook iemand weer in zijn kracht zetten, op zijn voeten zetten zodat die ander weer verder kan. Symbolen die die krachtige kant van de Trooster meer benadrukken zijn wind en vuur.

Verwar deze Trooster niet met wat vooral en alleen leuk is en fijn en gezellig. Jezus noemt hem in zijn afscheidsgesprekken ook nadrukkelijk de Geest van de waarheid. Die de wereld overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Van zonde omdat zij in mij niet geloven. Ja, de Trooster is de Geest van de waarheid die ook pijnlijk openlegt waar onze hartsverlangens zich steeds opnieuw op gaan richten. Verlangens die iedere dag op borrelen en zich uiten in wie we zijn en hoe we omgaan met elkaar.

En wat Jezus nu belooft is niet dat hij ons troost zal geven. Wat nabijheid, verzachting, bemoediging en kracht. Nee, hij belooft ons geen troost maar de Trooster. Die niet van buitenaf, maar van binnenuit in ons leven binnen wil komen om daar te blijven. Om er te komen wonen en van binnenuit op een wonderlijke manier in ons leven aanwezig te zijn. De trooster, Gods Heilige Geest is niet een gevoel. Niet een vlaag van enthousiasme, geen momentjes van troost. De trooster is een persoon die komt en blijft. Hij blijft bij u tot in eeuwigheid. Hij blijft bij u en zal in u zijn.

En: zegt Jezus erbij: u kent hem. Je kunt de trooster leren kennen en herkennen. Gevoeligheid ontwikkelen voor zijn aanwezigheid. Zijn manier van spreken en werken leren opmerken. Hem herkennen aan vruchten en gaven, tekenen en wonderen. Er zou over het werk van de Trooster veel te zeggen zijn. Maar voor vandaag is het genoeg. Wat Jezus in zijn afscheidsgesprekken benadrukt. Namelijk dat de Geest ons bestaan richt op Christus. Christus in ons leven centraal stelt

Jezus gebruikt dan woorden als: Hij zal jullie in alles onderwijzen. Hij u in herinnering brengen alles wat ik u gezegd heb. Hij zal over mij getuigen, Hij zal mij verheerlijken. Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Zodat je diepste verlangens zich op hem gaan richten. En je op den duur werkelijk niets liever meer wilt dan de weg gaan die Jezus met je gaat. Dan doen wat Jezus heeft gedaan. Dan zijn voor de ander wie Jezus is voor jou.

Zodat vanuit die diepste verlangens je karakter wordt vernieuwd en gevormd naar zijn beeld en je als een soort van tweede natuur in zijn geest, in zijn stijl gaat denken en doen. Vaak zonder er al teveel bij na te denken. Niet van buitenaf, opgelegd, geforceerd, krampachtig of gekunsteld. Maar van binnenuit, oprecht, waarachtig, echt. Er zit in ons leven nogal eens een kloof tussen wat we vast en zeker geloven en belangrijk vinden en wat we daarvan echt laten zien in ons dagelijks gedrag. We hebben mooie idealen over ons christen zijn maar wat merken de mensen met wie ik leef daar van? Ons geloof kan voor een heel deel in ons hoofd zittenterwijl onze verlangens zich eigenlijk op andere zaken richten en het zijn die verlangens die zichtbaar worden in wie ik ben.

De Franse schrijver Exupery heeft eens gezegd: als je een schip wilt bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. Leer ze, in plaats daarvan, verlangen naar de enorme eindeloze zee. Wie het oprecht meent dat hij Jezus wil volgen heeft niet genoeg aan uitleg, begrip, instructies, tips. Zelfs niet aan een leven lang Bijbellezen en preken luisteren. Jezus volgen begint met verlangen

Na zijn hemelvaart stuurt Jezus zijn leerlingen naar een kamer in Jeruzalem, een binnenkamer Die ruimte is voor hen ‘the room’. Daar zijn ze tien dagen bij elkaar in gebed om zo te ontvangen wat Gods verlangen is voor hen en niet alleen zijn verlangen, ook zijn belofte. Het is de belofte van het nieuwe verbond zoals die al in oude tijden was verwoord door de profeet Jeremia: dit is het verbond dat ik zal sluiten spreekt de Heer, Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Iedereen kent mij dan spreekt de Heer. Paulus sluit bij dat beeld van de wet die in onze harten worden geschreven aan en vergelijkt de Geest met een schrijver die in ons hart, in de laag van onze diepste verlangens het nieuwe leven schrijft. Letter voor letter, woord voor woord. Zodat anderen in ons leven Christus lezen. Hij zegt in 2 Korintiërs 3 vers 3: U bent een brief van Christus, niet geschreven met inkt maar met de Geest van de levende God niet in stenen platen gegrift maar in het hart.

Dat is de blijde boodschap vanmorgen. God wil ons van binnenuit vernieuwen. Wil diep in ons bestaan afdalen om daar te komen wonen. Om daar waar wij verlangen, liefhebben, aanbidden Christus te planten, centraal te stellen zodat ik mijn diepste vrede en hoogste vrede vind in Hem en in Hem alleen en mensen in mijn dagelijks leven steeds meer proeven van zijn liefde, zijn bewogenheid, zijn genade, zijn goedheid, zijn lef, zijn vriendelijkheid. En mijn leven zo steeds meer wordt waar het voor is bedoeld: een leesbare brief van Christus

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie