Een dubbel deel

(2 Koningen 2:1-15a – Opwekking 570 Tijd van EliaGo like Elijah)

De componist Puccini heeft heel wat bekende opera’s geschreven. In 1922 werkt hij aan de opera Turandot. Volgens velen is zijn meesterwerk. Maar juist in deze periode wordt hij ernstig ziek. Hij vraagt zijn studenten of zij dit werk willen voltooien, mocht hij vroegtijdig sterven. Niet lang daarna overlijdt Puccini. In de periode daarna buigen zijn leerlingen zich over het stuk, bestuderen het aandachtig en schrijven het slot.

In 1926 is de premiére van Turandot in Milaan. Gedirigeerd door Toscanini, de lievelingsleerling van Puccini. De uitvoering verloopt pico bello tot de opera het punt bereikt waar Puccini noodgedwongen zijn pen had moeten neerleggen. Toscanini stopt de muziek, legt zijn baton neer, draait zich langzaam om naar het publiek en terwijl de tranen over zijn gezicht stromen roept hij: tot hier heeft de maestro geschreven, maar hij stierf. En terwijl de gordijnen op het podium zich langzaam sluiten valt er een diepe stilte in de operazaal. Dan breekt er een lach door op Toscanini’s gezicht. Hij roept: maar zijn leerlingen hebben zijn werk voltooid! De gordijnen schuiven weer open en de opera wordt met overtuiging voorgezet. En na de slotaccoorden van de Turandot beantwoordt het publiek de voorstelling met een werkelijk daverend applaus.

Dit thema van een maestro, zijn levenswerk en zijn leerlingen zijn thema’s die we vanmorgen tegenkomen in 2 Koningen 2. We lezen over het heengaan van de markante geestelijk leider Elia. Met zijn vurige passie voor God en zijn krachtige charisma laat hij machthebbers sidderen op hun tronen. De gebeden van deze Godsman zorgen ervoor dat de hemel zich sluit of opent. These are the days of Elijah, declaring the word of the Lord.

Elia betaalt voor deze dominantie en intensiteit wel een prijs. Er hangt rond deze Elia een bepaalde eenzaamheid. Het is een solitair figuur, die met zijn dominantie en intensiteit als vanzelf een soort van kritische afstand schept. Niet alleen tot zijn opponenten, ook tot zijn leerlingen. Er blijken in die dagen verschillende profetenscholen te bestaan maar je krijgt niet de indruk dat deze leerling-profeten vertrouwelijk, intiem omgaan met deze ongenaakbare profeet. Elia heeft iets weg van een machtige grote volgroeide eik. Imposant en adembenemend maar zo’n eik heeft wel ruimte nodig en staat dus meestal alleen, afgezonderd van andere bomen.

In 1 Koningen 19 lezen we dat Elia op aanwijzing van God Elisa roept en zalft tot zijn opvolger. Veel woorden besteedt Elia niet aan dit moment. Hij vindt Elia achter zijn ossen bezig met ploegen op het land en werpt zonder tekst zijn mantel over deze Elisa heen. En vanaf die dag volgt Elisa Elia.  Als zijn dienaar staat er, veelzeggend, niet als zijn leerling, niet als discipel maar als dienaar. En al komen we daarna Elia op verschillende momenten tegen. Nergens lezen we ook maar met een woord over Elisa. Je krijgt de indruk dat Elia niet echt raad lijkt te weten met zo’n proces van overdracht. De rol van coach of mentor past hem niet zo. Het vormingsproces, de overdracht, de inwijding lijkt plaats te vinden zonder al teveel woorden. En als er wel wat wordt gezegd klinkt het niet erg hartelijk. Als Elisa op het moment dat hij door Elia wordt geroepen toestemming vraagt of afscheid te nemen van zijn vader en moeder bromt Elia een beetje zuur: doe je wat wilt, ik dwing je tot niets.

Je komt het vaker tegen tussen ouders en kinderen, tussen verschillende generaties. Dat de communicatie niet als vanzelf gaat. Het is niet onbevangen, niet ontspannen, niet open. Er zit vaak wat stroefs in, iets ongemakkelijks. Er kan een verbondenheid zijn, hart voor elkaar, een liefdesband maar die bevindt zich vaak tussen de regels, blijft dikwijls onuitgesproken. En dat blijft soms zo tot de allerlaatste momenten.

Het is diezelfde ongemakkelijkheid die er vaak hangt tussen opvolgers in processen van overdracht/opvolging. Enerzijds de drang naar beheersen en controleren. De moeite van in vertrouwen loslaten, grip willen houden op hoe met je erfenis zal worden omgesprongen. Van de andere kant het veroveren en bevechten van ruimte die nodig is om ook echt te beginnen aan een ander, nieuw hoofdstuk.

Zoiets proeven we ook tussen Elia en Elisa. Elia is bezig aan zijn laatste tocht. En het liefst zou Elia deze reis helemaal alleen afleggen. Tot driemaal toe probeert hij Elisa van zich af te schudden. Ook dat zien we vaker bij afscheidsmomenten. Dat sterven nogal eens in stilte gebeurt en alleen. Dat de aanwezigheid van vertrouwden en geliefden de stervende ervan lijkt te weerhouden om heen te gaan. En dan, op een onbewaakt ogenblik, als de kamer net even leeg is en geliefden even koffie halen glipt de stervende er soms zomaar tussenuit

Elia heeft zo zijn nukken, en heeft iets ongenaakbaars en afstandelijks. Er hangt zoals altijd spanning rond hem. Maar dan is daar ook nog Elisa. Op hem richt dit hoofdstuk onze aandacht vooral. Hij is vastbesloten om Elia tot het einde toe te vergezellen. Dat toegewijde typeert Elisa vanaf het allereerste begin. Als op zekere dag Elia voorbij komt en zijn mantel over Elisa heenwerpt lezen we: Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. Okay, hij neemt eerst afscheid van zijn vader en moeder maar de manier waarop hij afscheid neemt heeft iets radicaals. Ter plekke slacht hij de ossen waar hij mee ploegde. De houten jukken dienen als brandstof voor het vuur waar het ossenvlees op wordt gebraden. En met dit afscheidsmaal laat Elisa zien dat hij zich echt volledig en helemaal wil geven aan deze nieuwe roeping aan het profetenbestaan. No turning back, no turning back.

Diezelfde toewijding zien we vanmorgen ook hier terug. Elisa laat zich niet afschudden door Elia.cLaat zich ook niet afleiden door de andere profetenleerlingen en als Elia dan op de valreep en onverwacht vraagt of hij nog iets kan betekenen voor Elisa hoeft Elisa niet lang na te denken over wat zijn diepste verlangen is. Hij vraagt geen advies, geen bemoediging, zelfs geen gebed. Hij heeft dezelfde grondhouding als Jakob bij de Jabbok: Ik laat u niet gaan, tenzij u mij zegent. Elisa zegt: laat mij dubbel in uw geest delen.

Elisa heeft goed gezien dat het geheim van Elia’s leven en bediening uitstijgt boven wie hij is als persoon. Dat het om meer gaat dan overtuigingskracht of charisma. Er is iets veel groters en sterkers dat Elia beweegt. Een vuur dat in hem brandt, een wind die hem voortstuwt, een kracht die hem op doet staan en gaande houdt. Het is de stuwkracht van de Geest weet Elisa. En het zou al mooi zijn als Elisa zou hebben gezegd: Ach, mijn Heer, ik weet natuurlijk dat ik geen Elia ben. Ik zal nooit kunnen tippen aan uw geestkracht. Maar geef me tenminste een stukje van uw geest.

Maar Elisa strekt zich uit naar meer en zegt: laat mij dubbel in uw geest delen. Een dubbel deel, dat is in het Oude Oosten het voorrecht van de eerstgeborene bij het verdelen van de erfenis. Elisa vraagt dus: mag ik de eerstgeborene zijn onder de profetenzonen. Geef mij een dubbel deel, mag ik een leidende rol vervullen. Mag ik vooropgaan in de strijd, laat mij op de bressen mogen staan en dienen in de Geest en de kracht van Elia. Laat mij dubbel in uw geest delen.

Bij processen van opvolging en overdracht kan gemakkelijk iets verloren gaan, iets verdwijnen. Dat het vuur, de volharding, de overtuiging van geestelijke vaders en moeders bij hun geestelijke zonen en dochters minder diep geworteld is, vluchtiger, vlakker. We hebben in onze taal de mooie uitdrukking. Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. En met een sombere bril op kun je erin horen: van het zingen van de ouden blijft in een volgende generatie niet veel meer over dan wat piepen.

Maar zo hoeft het niet te zijn. En zo is deze uitdrukking ook niet bedoeld. Van Dale zegt daarover: wat de ouden deden, volgen de jongen (op hun manier) na. Het begint als piepen maar wordt de zang van een ander, nieuw lied. Wat Elisa betreft vindt er bij de overdracht, de opvolging geen verlies plaats maar juist een verdubbeling. Laat mij dubbel in uw geest delen. In diezelfde termen spreekt Jezus als hij zijn missie afrond en overdraagt op zijn leerlingen: wie in mij gelooft zal de werken die ik doe ook doen en hij zal grotere doen dan deze. (Joh.14,12)

In dit overdrachtsverhaal draait het om de vraag naar de voortgang, de continuïteit van Gods werk. Elia’s laatste tocht leidt langs plaatsen waar vorige generaties God aan het werk hebben gezien: Gilgal, Betel, Jericho, de Jordaan. En net als in vroeger tijden laat God ook voor Elia een pad ontstaan dwars door de golven. Maar route waarlangs Elia reist is intussen wel de route van een uittocht, weg uit het beloofde land en al lezend vraag je je af: verdwijnt op deze manier God zelf? Is Elia de laatste der Mohikanen. En wordt Gods Woord zo tot zwijgen gebracht? Blaast de wervelwind die Elia meevoert naar de hemel ook meteen de laatste kaars uit die nog brandt?

Maar, als het stof is neergedaald en Elia uit het zicht is verdwenen ligt daar de mantel van Elia op de grond. Elisa neemt de mantel op en loopt naar het water van de Jordaan. Aan de andere zijde staan de leerlingen van de profetenschool uit Jericho. Hoe gaat hij nu ontdekken of hij inderdaad een dubbel deel heeft ontvangen? Hoe weet hij dat hij inderdaad in de geest en de kracht van Elia verder mag? Dat doet hij door uit te stappen in geloof.Hij wacht niet passief op een bevestiging daarvan maar zet zelf een stap in geloof det zijn mantel op het water van de Jordaan te slaan. Even lijkt er niets te gebeuren en Elisa had het daarbij kunnen laten en denken: These were the days of Elijah… die tijden zijn voorbij. Maar hij legt zich er niet bij neer. Hij roept: waar is de Heer, de God van Elia? En als hij een tweede keer slaat, opent zich ook voor hem een pad door de golven. Hier wordt zichtbaar dat de God van Elia met iedere generatie opnieuw begint.

Elisa trekt door de Jordaan langs dezelfde plaatsen via Jericho naar Betel. Het is dit keer geen uittocht maar een intocht en het is duidelijk. De God van Elia is back in business. En het is voor ieder ook duidelijk: de Geest van Elia is op Elisa neergedaald. Elisa geeft op zijn eigen manier gestalte aan Gods werk. Hij is een heel andere persoon, minder heftig misschien. Minder extreem, minder hoekig dan de imposante Elia. Socialer, toegankelijker, zachtmoediger, vriendelijker, gewoner, normaler. Hij is niet altijd op de vlucht maar er gaat rust, kalmte, gezag van hem uit. Als straks Naäman de Syriër naar zijn huis komt, gaat Elisa niet eens naar buiten maar stuurt hij zijn dienaar. Elisa zal net zo goed Gods werk gaan doen in zijn generatie. Maar op een eigen manier. Er gaat van deze Elisa bijzonder veel uit. Waar hij werkzaam is worden tekenen en wonderen zichtbaar. Hij trekt ook intensief op met de profetenscholen. Schakelt anderen in en houdt zo het licht brandend in zijn generatie. Hij werkt op een eigen manier in de kracht en geest van Elia.

Beste vrienden, de God van Gilgal en Betel, van Jericho en de Jordaan is ook de God van de Gelderse Vallei. De God van Elia en Elisa en van allen die ons zijn voorgegaan is ook de God van ons die achterbleven en verder trekken door de tijd. En waar in het Oude Testament Gods Geest nog op enkelingen rust wordt Gods Geest sinds Pinksteren uitgestort op alle vlees. Iedere tijd en iedere generatie heeft Elisa’s nodig. Jongeren en ouderen die zich uitstrekken een dubbel deel van de Geest. Mannen en vrouwen die vastbesloten zijn om zo te leven dat de fakkel van geloof die vanuit vorige generaties is doorgegeven bij mij niet zal doven, maar nog helderder en krachtiger zal blijven branden. Dat ik het licht van Christus, voor zover het in mijn vermogen ligt, met overtuiging verder mag dragen en door geven aan de komende generatie. Tot op de dag van Christus.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie