De kracht van genade (Efeziërs 1:15-23)

(Jozua 1,1-9; Efeziërs 1:15-23)

Jozua 1 brengt ons bij een cruciaal moment op de weg die God is gegaan met het volk Israël. De Heer heeft hen door zijn machtige hand bevrijd uit Egypte. Hij baande voor hen een weg dwars door de golven van de Rode Zee. De jarenlange omzwervingen in de woestijn gebruikte God om zijn volk te kneden en te vormen van bange slaven tot mensen die leven in vertrouwen en vrijheid. En dan is daar het moment waarop Hij dit volk brengt tot aan de grenzen van Kanaän. Daar herhaalt God nog eens zijn belofte dat het land dat zij daar voor zich zien liggen inderdaad het land is dat hij in hun hand zal geven. En dan krijgen zij de opdracht om op te staan de grensrivier de Jordaan over te steken en het beloofde land daadwerkelijk binnen te trekken. En zo meter voor meter en stap voor stap zich toe te eigenen wat God hen eigenlijk al heeft gegeven. We lezen: elke plaats die uw voetzool betreedt heb ik u gegeven. Zo werkt dat blijkbaar tussen God en zijn mensen. Hij spreekt zijn beloften uit en daagt ons uit om wat Hij belooft dan ook metterdaad zelf in bezit te nemen.

Bij het in bezit nemen van Kanaän speelt Jozua een hoofdrol. Hij gaat voorop in de strijd en baant zo de weg. Jozua gehoorzaamt God in alles en staat in Gods kracht. Zo bouwt hij een grote en machtige naam op: Jozua, God redt! Aan die naam trekt het hele Joodse volk zich steeds weer op. Die naam boezemt ook respect in en jaagt vijanden schrik aan. We lezen in Jozua 6: Zo was de HEER met Jozua, en zijn roem ging door heel het land. Jozua, God redt.

In Efeziërs 1 komen we een soortgelijk proces tegen. Vorige week stonden we even stil bij de verzen 4-14. Een indrukwekkende en overweldigende opsomming van alle rijkdommen waarmee God ons wil zegenen. En als je dan verder leest proef je in de verzen 15-23 een sterk verlangen dat de gelovigen toen en nu die rijkdommen ook echt daadwerkelijk in bezit zullen gaan nemen. Dat ze een geest van inzicht en openbaring zullen ontvangen. Dat hun hart zal worden verlicht. Zodat ze ook echt gaan beseffen hoe gezegend ze zijn. En die rijkdom zullen gaan uitpakken en uitleven.

Wat mij betreft zijn de kernverzen van dit gedeelte vers 18 en 19. Als je die woorden nog wat letterlijker en preciezer vertaalt, staat er zoiets als: opdat we weten wat de hoop is van Zijn roeping, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid  van Zijn erfenis in de heiligen, en wat de alles overtreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht. Dit zijn woorden die in ons hart verwachting willen wakker roepen. Om geen genoegen te nemen met minder dan God ons belooft. Mijn aandacht bleef deze week vooral hangen bij die laatste twee zinnen: over de alles overtreffende grootheid van zijn kracht aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van zijn macht. Dat zijn in één zin drie woorden: kracht, sterkte en macht. En het gaat dan niet over menselijke kracht, sterkte en macht.

Zoals bij het in bezit nemen van het beloofde land het Joodse volk zich optrok aan de grote, machtige Jozua en zich door hem liet leiden. Zo wijzen deze woorden op een leider, een aanvoerder die door de veldslag die hij leverde en glansrijk won een nog veel grotere en machtigere naam heeft opgebouwd. Zijn naam lijkt sprekend op die van Jozua en betekent precies hetzelfde: Jeshua, Jezus, God redt.

De mensen in Efeziërs waren wel bekend met machten en krachten. Zij woonden in één van de grootste machtscentra in de regio. En maakten deel uit van het machtige Romeinse rijk. Er waren ook de vele godsdienstige machten. In Efeze was vooral de godin Diana bijzonder geliefd. En je proeft in deze brief aan de Efeziërs het verlangen dat de gelovigen daar in die omstandigheden daadwerkelijk iets zouden gaan ervaren van de macht van Jezus. In hoofdstuk 3,16 bidt de apostel dat God hen kracht en sterkte zal schenken door zijn Geest. En enkele verzen verderop spreekt over God Die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken. En tegen het einde van de brief komt hij nog eens terug op de gedachte van kracht en geeft hij in 6,10 een dringend advies: zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht.

Wij leven in een heel andere tijd dan de Efeziërs. Maar ook ons bestaan lijkt te worden bepaald door allerlei machten en krachten. Er zijn de wetten en principes van economie, techniek en wetenschap. Er zijn de krachten van succes, geld, seks en verstrooiing. De macht van terrorisme en populisme. Kerk en geloof worden steeds meer verdrongen naar de randen van ons bestaan en naar de marges van onze samenleving. En door deze en andere invloeden hebben we ook een bepaalde kijk op Jezus ontwikkeld. Beperken we zijn invloed tot het domein van de godsdienst. En benadrukken we vooral zijn nabijheid, troost, begrip zijn vergeving, zijn vriendschap, zijn inspiratie. En onwillekeurig krijgt zo’n beeld van Jezus iets zachts, misschien zelfs iets zoets en heb je voor je het weet een Jezus op zakformaat. En wordt je geloof al snel een beetje van jezelf en een beetje van Jezus.

Maar in de Efeziërsbrief komen we aan ander beeld tegen. Namelijk dat van een zeer krachtige, sterke en machtige Christus. Een beeld dat in het hele nieuwe testament aanwezig is. In 1 Korintiërs 1,24 wordt Jezus expliciet ‘de kracht van God’ genoemd. De kracht van God die doorbrak en doorbreekt in een wereld vol demonische duisternis van machten en krachten, van ziekten en dood. Ook in de evangeliën zien we dat heel het leven van Jezus in het teken staat van de kracht van God. Als Jezus is gedoopt keert hij terug naar Galilea in de kracht van de Geest. Jezus legt demonen het zwijgen op in diezelfde kracht van de Geest. Hij geneest en bevrijdt mensen en richt hen op en keer op keer lees je dat de mensen versteld staan van de wijsheid waarmee hij onderwees én van de krachten die Hij deed. Er gaat van Jezus kracht uit, in woorden en in daden.

En diezelfde kracht geeft Jezus mee aan zijn leerlingen als hij ze uitzendt. Om op het gezag en in de machtige naam van Jezus het koninkrijk van God te verkondigen. Hun optreden gaat vergezeld van wonderen, tekenen en krachten. Waardoor mensen in de ruimte worden gezet. Zodat ze God en hun naaste vrijuit kunnen dienen. En ook in de Handelingen komen we steeds opnieuw de krachtige werkingen van Gods Geest tegen. In Paulus eigen optreden was die Geestkracht merkbaar en tastbaar aanwezig. In 1 Korintiers 2,4 schrijft hij: ‘Mijn spreken en mijn prediking kwam niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God’ (1 Korinthe 2:4). En in onze tekst vanmorgen zegt de apostel Paulus: diezelfde kracht waarmee ook Jezus uit de doden werd opgewekt, die is werkzaam in ons die geloven, in de gemeente

Jezus kwam soms op plaatsen waar hij op zoveel scepsis stuitte en zoveel afstand en gereserveerdheid proefde dat hij er geen enkele kracht kon doen. En op andere plaatsen kon hij juist heel veel van zichzelf kwijt. Velen van ons bezoeken wel eens een vrouwendag, een mannendag, een conferentie of een christelijk festival. Op zulke bijeenkomsten kun je soms veel van Gods krachtige aanwezigheid merken. En dat heeft alles te maken met de hoge verwachting waarmee mensen naar zo’n dag komen.

En ik vroeg me deze week af: Is onze gemeente, is mijn leven ook zo’n plek waar er ruimte is voor Jezus om krachtig te werken? En wat zou er gebeuren als ik, als u, als wij samen met nog meer verwachting, met nog meer verlangen naar Gods krachtige doorwerking naar onze diensten zouden komen. Dat we ons zouden uitstrekken naar meer dan een fijne dienst. Dat we niet tevreden zijn met betekenisvolle inspirerende woorden. Niet langer kunnen leven  van mooie aansprekende liederen en gebeden en het hebben van een mooie gevoel. Dat we ook echt meer zouden verwachten van betoning van Geest en kracht.

Zodat we samen daadwerkelijk en aan den lijve ervaren dat Jezus nog steeds dezelfde is. Gisteren, vandaag en morgen. Dat er in zijn machtige naam ook daadwerkelijk kracht is. Kracht om bevrijd te raken van wat ons al zo lang bindt en klein houdt en naar beneden trekt. Kracht ook om als God het wil heling en genezing te ervaren van wat in ons leven ziek is en ongezond en ons kwelt. Kracht om met bezieling en overtuiging ons kruis te dragen. En het volhouden om Jezus te volgen, ook als de weg anders gaat dan we zouden willen en we door dieper en donkere dalen trekken. Kracht om met vrijmoedigheid ons geloof uit te leven. En waar het kan ook met overtuiging uit te dragen.

Jozua en de zijnen stonden voor een veelbelovende periode. Maar die kon alleen beginnen toen zij ook daadwerkelijk bereid waren om op te staan en in bezit te gaan nemen wat hen was toegezegd en beloofd. Jezus heeft inmiddels zijn spoor getrokken. Niet alleen in bijbelse tijden maar door de hele geschiedenis van de mensheid heen waarin hij keer op keer heeft laten zien dat hij de Levende is, de machtige. Dat alle machten en krachten die deze gebroken wereld teisteren onderworpen zijn aan zijn machtige naam.

En hij zoekt in iedere tijd mensen die bereid zijn om op te staan en uit te stappen in geloof. Om in bezit te nemen wat Hij ons heeft toegezegd. Mensen die echt willen leven uit genade en dan ook uit de kracht van genade. Hij zoekt geen godsdienstige helden of religieuze hoogvliegers. Hij zoekt naar mensen die geleerd hebben om niets van zichzelf te verwachten maar die God serieus nemen in zijn beloften. Jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Die net als Jozua en zijn tijdgenoten opstaan en in vertrouwen op weg gaan. Om iets te gaan zien van de kracht, en sterkte en macht van Jezus. Zouden we daar niet naar mogen verlangen? Ieder van ons persoonlijk en ook samen als gemeente. Ik wil u tot slot bemoedigen met een machtige belofte die is te vinden in 2 Kronieken 16,9: De ogen van de Heer gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, van wie het hart volkomen naar Hem uitgaat.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie