De altijd groene boom (psalm 1)

(Psalm 1,3 – luisterlied bij deze preek: Welzalig de man, opwekking 244)

Psalm 1 is echt een psalm in zwart en wit. Er worden twee manieren van leven geschilderd. En beiden zijn terug gebracht tot hun essentie, hun kern. Beiden worden beschreven als een soort prototype. In werkelijkheid liggen deze twee manieren van leven natuurlijk veel meer door elkaar. In ons zelf en om ons heen zien we naast zwart en wit ook allerlei tinten grijs. En die nuances en schakeringen kom je in het boek van de psalmen ook zeker. Maar hier, in deze eerste psalm, worden de zaken bewust even op scherp gesteld. In diep zwart en helder wit. In twee levensstijlen.

De ene houding wordt getypeerd met het beeld van kaf dat weg stuift voor de wind. Het zijn de dunne schilletjes die om graankorrels heen zitten. Ze worden bij het dorsen van de graankorrels los gemaakt. En als de boer dan de inhoud van zijn zeef in de lucht werpt dan vangt hij de graankorrels weer op. Maar alles wat kaf is, alles wat buitenkant is. Het wordt meegevoerd met de wind. En je vindt er nooit meer iets van terug.

In de dorstijd hingen er rond zo’n dorsvloer enorme stofwolken en dat is een treffend beeld voor een kafachtig bestaan. Het staat voor de mens die druk om zich heen slaat om iets van het leven te maken. Hij doet soms heel wat stof opwaaien. Maar hoe groot en indrukwekkend de wolken ook zijn. Het blijven stofwolken. Voor je het weet zijn ze weg. En blijft er dan nog wat over? Dat is de vraag. Als de buitenkant wordt weggeblazen, is er dan ook iets van inhoud, een basis, een kern.

Dat is niet het geval in een kafachtig bestaan. Zoals het kaf volledig speelbal is van de wind. Zo staat het voor een leven dat helemaal afhankelijk is van de omstandigheden. Er is geen houvast, geen basis. Het beweegt alle kanten op en waait met alle winden mee. Dat kaf staat voor de wisselvallige mens, die te gemakkelijk meegaat met de stroom. Het is het leven dat aan de buitenkant genoeg heeft. En als het er op aankomt, geen werkelijke inhoud heeft.

En tegenover het beeld van kaf staat het machtige beeld van een boom. Stevig geworteld in de aarde, de kruin geheven naar de hemel. Die langzaam maar zeker opgroeit. Ieder jaar een jaarring er bij. De takken stevig en wijdvertakt, vol frisse bladeren. En op zijn tijd beladen met vruchten. Zo’n boom is een toonbeeld van duurzaamheid, van een stabiel en standvastig leven.

Het geheim, de vitaliteit van deze boom begint bij de wortels. Het belangrijkste deel van de boom bevindt zich dus onder de grond. In hoe diep en hoe wijdvertakt het wortelstelsel is. En vooral ook waarin die boom is geworteld. Kijk, je hebt bomen die gewoon wortelen in de grond. Zij halen hun voeding uit het vocht en uit de voedingsstoffen. En daarin zijn ze dan wel afhankelijk van het weer. Als het maar voldoende regent, dan is er genoeg vocht en dan zijn er ook genoeg voedingsstoffen.

Maar in psalm 1 zien we een boom die met zijn wortels verbonden is met een ondergrondse stroom. En die geheime verborgen bron zorgt voor stabiliteit. Want ook als het een poos niet regent, staat deze boom niet droog. Hoe de omstandigheden ook zijn, deze boom behoudt zijn vitaliteit. Op tijd draagt hij vrucht, zijn bladeren verdorren niet

Psalm 1 verbindt het beeld van deze boom die geplant is aan stromend water met een mens die zijn vreugde vindt in de wet van de HEER. En zich verdiept in zijn wet, dag en nacht. Het woord dat wij vertalen met ‘zich verdiepen’ of overdenken heeft iets in zich van hardop murmelen, reciteren, mediteren. Het wordt ook gebruikt voor het grommen van een leeuw die zich te goed doet aan zijn prooi. Daar zit een sterke gerichtheid in, een focus. Het is niet maar iets wat deze mens er bij doet. Nee het is voor hem het wezenlijke.  Het is zijn eten en drinken, zijn ding hij staat er mee op en gaat er mee naar bed. Het vult zijn geest, het bepaalt zijn doen en laten. Het is de weg waar hij op gaat, het is zijn basis.

Die focus, die concentratie op Gods woorden dat is waar God zijn kinderen steeds toe oproept. Mozes bijvoorbeeld herhaalt dat keer op keer tot in zijn afscheidswoorden: de Tora is zeer dicht bij u, in uw mond, in uw hart om hem te volbrengen. Als Jozua het beloofde land intrekt krijgt hij als opdracht mee: de Tora mag niet wijken uit je mond. Overpeins hem dag en nacht dan zal het . je gelukken. De hele weg van Egypte door de woestijn naar Kanaan was een lange oefenschool in omdenken. Het afleggen van de levenstijl van Egypte. Het recht van de sterkste. En het aanleren van een leven volgens de Thora. Een leven uit Gods hand met oog en hart voor je medemens. Met name voor de kwetsbaren: de weduwe, de wees, de vreemdeling. En in dat leren omdenken was het bezig zijn met de woorden van God kennelijk het medicijn, het tegengif, het eten en drinken. En ook Jezus bindt het op het hart van zijn leerlingen in zijn afscheidswoord in Johannes 15: je blijft in mij als mijn woorden in je blijven zo zal je veel vrucht dragen.

Er zit in psalm 1 iets opvallends. Als het gaat over dat kafachtige bestaan. Over dat instabiele bewegelijke leven dan wordt er steeds in het meervoud gesproken. Het gaat over hen die kwaad doen, over zondaars over spotters, over wettelozen, over schilletjes kaf. En dat voortdurende nadrukkelijke meervoud geeft wel iets aan. Die manier van leven kom je in veelvoud tegen om je heen in de samenleving binnen de gemeenschap van gelovigen en zeker ook in je eigen hart en hoofd. Dat is wat voor de hand ligt. Dat is wat vanzelfsprekend is. Dat is wat in de lucht hangt. Dat is wat we met elkaar normaal vinden. Het zit in ons systeem, in ons denken. Het is haast onze natuur geworden. Een leven waar God praktisch en feitelijk gezien naar de marge is verdrongen. Hij heeft nog wel een plekje misschien. Maar bepalend en sturend is Hij niet.

Het oefent een zuigkracht op je uit. Dat proces wordt verbeeld in deze psalmregels. Eerst ga je wat mee met wie kwaad doen. Dan sta je stil bij de zondaars en uiteindelijk zit je aan tafel bij spotters. Meegaan – stil staan – zitten..

En dat tweede beeld, het leven vanuit een verborgen bron. Dat je weg zoeken bij het licht van Gods woord. Dat wordt beschreven in een enkelvoudig beeld. Een boom, die geplant is aan stromend water. Dat is kennelijk niet het vanzelfsprekende. Dat is een manier van leven die echt tegen de stroom in gaat. Dat is iets dat in ons eigen leven onder druk kan staan. Schaars kan worden.

Iemand heeft eens gezegd: nieuw leven, bekering. Dat is jezelf oefenen om twee keer na te denken. Onze eerste gedachte is dan vaak het oude leven. Het impulsieve, het al te menselijke, het natuurlijke. En soms moet je echt heel lang en diep nadenken om werkelijk op de tweede gedachte te komen. Die past bij het gaan van de weg van God. En die tweede gedachte, die moet steeds gevoed worden vanuit de geheime bron van Gods wijsheid, Gods genade, Gods woord.

Psalm 1 is een psalm in zwart en wit. Maar juist daardoor maakt deze psalm wel een glashelder punt. Dat geloven niet maar even een jasje is dat je aantrekt. Het is eerder het bewandelen van een weg. Juist die uitdrukking kom je in deze psalm verschillende keren tegen. De weg van de goddeloze, de weg van de rechtvaardige, Dat is niet zomaar een woord voor een route of zo. Je levensweg is de manier waarop je je leven inricht. De manier waarop je spreekt, denkt, doet. Je weg is de praktijk van je hart. Het is dat wat er bij je van binnen leeft en er op de een of andere manier steeds weer uitkomt.

Later in het Nieuwe Testament in het boek Handelingen worden christenen aanhangers van de Weg genoemd. Mensen die herkenbaar zijn aan een bepaalde levenshouding. Die in alles doet denken aan Jezus zelf. Die ooit zei: Ik ben de weg, de waarheid, het leven. En was ook Jezus zelf niet iemand die steeds opnieuw wijsheid en leiding zocht en vond in de woorden van God. Zijn onderwijs zit vol met citaten uit de Bijbel. En juist in zijn donkerste momenten Viel hij terug op oude woorden die hij bewaarde als kostbare schatten in zijn hart. En als zijn volgelingen mogen we onze vreugde zoeken en vinden in de Bijbel. Om al lezend en mediterend en kauwend op een bijbelwoord te zoeken naar levenssappen, naar genade, naar Jezus zelf. Naar momenten waar Gods hart open gaat. Om onszelf in die liefde van God te laten wortelen en grondvesten zoals Paulus zegt tegen de Efeziërs.

In de hal die toegang heeft tot het boek van de psalmen hangt in de hal deze psalm als een glasheldere spiegel. Je ziet er twee typen mens in. Het is niet zo dat de een per se aardiger is of beter. Het verschil zit hem niet in karaktereigenschappen. Het verschil zit ‘m in in de weg die zij gaan. In de bron waaruit zij putten. En als je kijkt in deze spiegel komt dus de vraag naar je toe: wie ben ik eigenlijk? En wie ben ik aan het worden?

Kijkend in de spiegel van deze psalm zie je ook het perspectief dat wordt verbonden aan deze twee levensstijlen. Een leven dat zich losmaakt van zijn Schepper loopt alle kans uiteindelijk te verwaaien als kaf in de wind. Maar wie er trouw en volhardend voor kiest om elke dag opnieuw als een leerling te luisteren naar de stem van God. Niet voor de vorm met zijn hele hart. Om daar levenssappen in te vinden. Die krijgt als belofte mee dat alles wat hij doet zal lukken. Je kunt ook vertalen: alles wat hij doet komt tot ontplooiing. Daarin zit iets organisch. Het groeit en ontwikkelt zich opkomend vanuit de verborgen bron van leven. Niet dat dan alles van een leien dakje zal gaan. Maar wel dat je door alles heen je mag ontplooien tot de mens zoals God je heeft bedoeld.

Dat is de strekking van deze psalm. Het is bedoeld als een bemoediging. Zo begint deze psalm ook: met de uitspraak: gelukkig ben je als zo leeft. Gelukkig, dat betekent letterlijk: gelukt, geslaagd, tot je bestemming komend. Er klinkt iets in door van: de weg ligt voor je open. Je kunt vooruit. Je hebt toekomst. Je kunt tot je doel komen, je leven kan zich ontplooien. Uitlopen, bloeien, vrucht dragen.

Je wordt er zelf een mooi rijp mens van. Een boom van een mens met een stevige basis. En zo heb je ook anderen veel te bieden. Een boom is een life-giving (leven gevend) organisme. Een plekje waar vogels een plekje vinden om zich te kunnen nestelen. Een plek waar een vermoeide ziel even in de schaduw op adem kan komen. Een plek om op zijn tijd vruchten te plukken. Een leven dat zijn geheim vindt in een dagelijkse intense omgang met Gods woorden. Zo ben je in wisselende levensomstandigheden toch een altijd groene boom.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie