Ambassadeurs van het Koninkrijk (Mt 9,35-10,1)

(Mt. 9,35-10,1 – Lk 10:1-10)

In de jaren dat we in Beiroet woorden kwamen we nog wel eens op de Nederlandse ambassade. Het was een stukje Nederland in het buitenland Midden in den vreemde kon je er soms iets van thuis beleven. Weer even fijn je eigen moedertaal spreken. Iets van je eigen cultuur proeven. Sinterklaas vieren met een echte goedheiligman, zwarte pieten en pepernoten of Koninginnedag compleet met Wilhelmus, haring en bitterballen.

Dat de ambassade meer te bieden heeft dan gezelligheid hebben we in die jaren ook ervaren. Op zeker moment dreigde Ina’s verblijfsvergunning om onduidelijke redenen niet te worden verlengd. Het leverde ons veel stress en onzekerheid op en het zou kunnen betekenen dat we onze missie vroegtijdig zouden moeten afbreken. Tegenover de ambtenaren bij de veiligheidsdienst voelden we ons als buitenlanders vrij hulpeloos.

Onze Libanese werkgever en ook de protestantse kerk probeerden hun contacten binnen de overheid te benutten maar erg veel leek dat niet uit halen. Tot we een beroep deden op de Nederlandse Ambassade. Één interventie van de ambassadeur bleek voldoende om de hele kwestie op te lossen. In zijn positie als ambassadeur van het koninkrijk der Nederlanden beschikte hij over zoveel gezag, invloed, kracht dat hij een omkeer tot stand bracht en in no-time had Ina haar papieren.

Op weg naar mijn werk passeerde ik vaak de Nederlandse ambassade en als ik daar de Nederlandse vlag zag wapperen en op de muur het Nederlandse wapen zag met de leeuwen en het zwaard wist ik: als het echt nodig is vind ik hier een stukje van het koninkrijk. In de persoon, de macht en invloed van de ambassadeur.

Als met Jezus het Koninkrijk van God zichtbaar wordt worden er ook ambassadeurs van het koninkrijk aangesteld. We lezen in Matteüs 9 dat Jezus aanvankelijk vooral zelf rondtrekt in al de steden en dorpen. Volgens Flavius Josephus, die deze tijd beschrijft, telt alleen Galilea in die dagen al ruim 200 stadjes en dorpjes met elk meer dan 15000 inwoners. Reken daar ook nog de kleinere dorpjes en gehuchten bij en bedenk dat Jezus ook Judea bereisde en je voelt wel aan dat het Jezus zelf gewoon teveel wordt.

Vooral omdat hij niet alleen preekt en onderwijst maar onderweg voortdurend omgeven wordt door een menigte van mensen elk met zijn of haar honger, ziekten, gebondenheid en angsten. En voor Jezus zijn deze mensen om hem heen geen hinderlijk oponthoud onderweg. Geen obstakels die hij zo snel mogelijk moet nemen om zijn eigen doelen te realiseren. Nee, het zijn juist deze mensen voor wie hij is gekomen. Hij kijkt niet weg, hij gaat niet aan ze voorbij, hij ziet ze. Hij ziet ze zo door en door dat het hem diep raakt. Toen Jezus de menigte zag, was hij innerlijk met ontferming bewogen over hen omdat zij vermoeid en verstrooid waren zoals schapen die geen herder hebben.

Vermoeid, letterlijk staat er gevild, met afgestroopte huid, met gescheurde en opengehaalde vacht. Verstrooid kun je ook vertalen met:  neergeworpen, uitgeteld, niet meer verder kunnen, uiterlijk zagen deze mensen er misschien wel okay uit? Zoals u en ik er zo op het oog ook prima uit zien. Verzorgd, goed gekleed, alles op orde en onder controle. Maar Jezus kijkt door de dingen heen, leest ons hart, ziet ons echt en wat ziet hij dan aan de binnenkant van ons leven? Voortgejaagde vermoeide zielen, schapen zonder herder. Wat Jezus ziet doet hem pijn in zijn ingewanden. Hij wil ze eigenlijk allemaal wel helpen maar hij heeft maar één lichaam, kan maar op één plaats tegelijk zijn. En Jezus besluit om zijn bewogenheid en liefde, zijn macht en kracht te vermenigvuldigen door ambassadeurs aan te stellen. Het Bijbelse woord is ‘apostolos’ of apostel wat zoiets betekent als gevolmachtigd vertegenwoordiger.  Een generaal kon een apostel zenden om in zijn naam een vredesbestand te sluiten. Een man kon zich officieel verloven met een meisje via een apostolos die in zijn naam een bindende overeenkomst sloot. Een apostel treedt op met een volmacht. Een woord van de apostel is als een woord van wie hem zendt. Zoals een Nederlandse ambassadeur de volmacht heeft van het koninkrijk der Nederlanden, van de minister, de koning

En Jezus kiest eerst twaalf apostelen en daarna zendt hij maar liefst zeventig ambassadeurs er op uit. Hij zal ze de handen hebben opgelegd, gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Jezus draagt dus zijn macht over op zijn ambassadeurs. Zodat ieder van hen waar hij binnenstapt iets van Jezus macht en gezag mag meebrengen. En Lukas vertelt in het boek Handelingen hoe na Pinksteren de Geest van God op velen komt. Mensen die zelf Jezus niet in persoon hebben ontmoet maar zich wel geroepen weten om zijn koninkrijk present te stellen. En zo bereikt deze opdracht ook ons vandaag in onze tijd.

Misschien klinkt het in eerste instantie wat hoogdravend, wat al te optimistisch, triomfantalistisch zelfs. U en ik, wij ervaren de gebrokenheid van ons bestaan, weten van tegenstand en nederlagen. Van ziektes die niet worden genezen. Gebeden die niet lijken aan te komen en goede woorden en daden die zonder vrucht lijken te blijven. Elke ziekte, iedere kwaal genezen? Zo gaat dat niet altijd en overal. Omdat het koninkrijk van God hier en daar weliswaar oplicht maar tegelijk ook nog niet volledig is aangebroken. In de apostolische brieven lezen we dat ook Paulus te maken had met zieke medewerkers die hij hier en daar moet achterlaten en die kennelijk niet altijd en in eens genezen. En ook Jezus zelf kwam soms op plaatsen en in situaties waar er weinig of geen ruimte was om zijn werk te doen.

In de manier waarop Jezus zijn ambassadeurs uitzendt is niets te proeven van overspanning, overschreeuwen, overvragen. Hij zegt: ga op weg en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee. Jezus stuurt zijn ambassadeurs op weg met lege handen. Zodat ze onderweg volledig afhankelijk zijn. Afhankelijk van waar zij ontvangen worden. Afhankelijk vooral ook van de Heer zelf die hen zendt en aan wiens naam zij al hun autoriteit en zeggingskracht ontlenen.

De macht die Jezus hen geeft is niet wild of riskant. Het is een macht die zich uit in vrede. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!  Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.” Jezus ambassadeurs hoeven niets te forceren. Hoeven het niet te hebben van hun eigen slimmigheid, strategie of overredingskracht. We mogen de weg gaan van de open deuren. Zoekend naar personen en huizen van vrede. Mensen en situaties die de Heer zelf op ons pad brengt. Die hij heeft voorbereid en waar wij ruimte krijgen om iets van zijn vrede te brengen, te belichamen.

Het begint allemaal bij Jezus zelf die mensen ziet in hun vermoeid zijn en opgejaagd zijn. En vanuit zijn innerlijke ontferming zendt hij zijn ambassadeurs uit om vrede te brengen aan schapen zonder herder. Ik vind dat zo bijzonder bij Jezus. Dat samengaan van compassie en kwetsbaarheid met het uitoefenen van macht en gezag in zijn naam. Later zal Paulus dat precies zo benoemen naar zijn geestelijke zoon Timoteus: God heeft ons geen Geest gegeven van lafhartigheid maar van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor van de Heer te getuigen.

Jezus ziet dat dat vermoeid en opgejaagd zijn voortkomt uit het feit dat het schapen zijn zonder herder. Dat deze mensen een speelbal zijn van hun eigen driften en verlangens, van duistere machten en krachten ook. De vrede die Jezus hen wil brengen zal dus wel moeten worden bevochten.

En dat kan alleen als zijn ambassadeurs echt in hun schoenen durven te gaan staan en de macht aanwenden waarmee Jezus hen bekrachtigt. Vandaar dat zowel bij de uitzending van de twaalf als de zeventig Jezus zijn ambassadeurs eerst en vooral opdraagt om te bidden. De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat hij arbeiders in zijn oogst uitzendt.

Ik heb altijd gedacht dat in deze tekst de oogst bestaat uit al die vermoeide en opgejaagde mensen die de Heer wil gaan verzamelen. Dat de oogst dus een oogst van nieuwe gelovigen is. Maar een andere lezing ligt denk ik meer voor de hand. Jezus vergelijkt eerder de komst van het koninkrijk van God met zaadkorrels die wortel schieten, uitlopen en vrucht dragen. En de oogst bestaat dan daarin dat er arbeiders zullen komen die door de Heer zelf zo krachtig worden uitgezonden, uitgestoten staat er letterlijk. Zodat zij kunnen delen in de beschikbare gaven en krachten van het koninkrijk en vanuit de gaven en krachten Jezus vrede en zijn genezende en bevrijdende kracht mogen belichamen en overdragen op vermoeide en opgejaagde mensen zodat schapen hun herder vinden en mensen vrede ontvangen.

In onze protestantse kerk, ook in de Maranathakerk zijn we van ouds vertrouwd met onderwijs, met prediking, met woorden, met bidden. Jezus weet dat zijn ambassadeurs in deze gebroken wereld aan woorden alleen niet genoeg hebben. Daarvoor is de weerstand te taai, het verzet te hevig. Het koninkrijk bestaat niet in woorden maar in kracht. Bidt daarom tot de Heer van de oogst dat hij arbeiders in zijn oogst uitstoot.

Als christenen zijn we niet op aarde om toerist te zijn om maar wat rond te hangen, onze dingetjes te doen waarin het vooral draait om wat goed voelt en fijn is. Christenen zijn ook niet op aarde om kerkganger te zijn onze dagelijkse godsdienstige dingetje te doen, daar een goed gevoel aan over te houden en te denken dat dat het is. Christen bereiken hun bestemming ook niet door noeste ijverige harde werkers te zijn thuis, op het werk en in de kerk en te denken dat we daarvoor gemaakt zijn. Voor verantwoordelijkheidsgevoel en plichtsbesef.

Als christen zijn we bedoeld om ambassadeur te zijn van Gods koninkrijk. Mensen die met de ogen van Jezus naar mensen leren kijken. Zien wat hij ziet en geraakt worden door wat hem raakt: de vermoeidheid, het opgejaagd zijn, de onvrede, de leegte, de pijn, de angst van een leven zonder Herder. En die het hart hebben, de moed, de vrijmoedigheid, de kracht om in zulke situaties voor de ander iets van een herder te zijn. Om in Jezus naam de macht van de boze te breken en de vrede van God over de ander uit te spreken. En zo in woorden en daden voor de ander een persoon, een huis van vrede te zijn.

Jezus ziet de nood, de pijn, de moeite, het zoeken van zoveel mensen die zonder herder leven. Daar zijn uw buren bij, uw vrienden, uw klanten, uw familie en de vraag galmt door de hemelse gewesten: Wie zal ik zenden? Is de tijd gekomen dat u, dat jij opstaat en zegt: zie hier ben ik Heer, zend mij! Heer, ik ben klaar met een leven als toerist. En kerkganger zijn of noeste werker is niet genoeg. Heer zend ook mij als uw ambassadeur. Uitdeler te zijn van de oogst van genade en vrede, heling en hoop voor wie u op mijn pad gaat brengen. Zegen mij met nieuwe vrijmoedigheid met compassie, met lef, met moed en met Geestkracht. Om voor de ander een persoon van vrede, een herder te zijn. Een ambassadeur te zijn van uw koninkrijk. Zend mij Heer, stoot mij uit in uw oogst!

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie