Als een arend

(Deuteronomium 32,1-14 –  een mooi luisterlied bij deze preek is: Verberg mij nu. Leestip: Geboren om te vliegen – Henk Stoorvogel & Eugene Poppe)

Het is een mooi beeld dat Mozes gebruikt in Deuteronomium 32. Het beeld van een arend die ergens hoog op een rots een nest heeft. Waar zij haar jongen heeft gevoed tot ze sterk genoeg zijn. En dan komt na een maand of twee, drie de tijd dat ze mogen uitvliegen. De arend schudt dat nest dan flink door elkaar en geeft daarmee aan dat het tijd wordt om uit te vliegen. Om niet langer te leunen op de zorg van moeder arend maar op eigen vleugels te gaan vliegen. Dat is voor een jonge arend best spannend natuurlijk. Hij heeft daarboven op die rots wel wat vleugeloefeningen gedaan. Maar dan is het moment daar. Hij wordt door moederarend haast uit het nest geduwd. En probeert wat onhandig en fladderend nu zelf te vliegen.

Zulke uitvliegmomenten maakt ieder mens mee in zijn leven. Dat je oude zekerheden achter je laat. En begint aan iets heel nieuws. Als je gaat verhuizen naar een andere plaats of zoals de familie van den Broek zelfs naar een heel ander land. Als je gaat studeren en voor de eerste keer op kamers gaat wonen. En ook als je overstapt van de basisschool naar de middelbare school. En van de kindernevendienst naar het jeugdwerk, de catechese. Van de peuterdienst naar de kindernevendienst. Je begint dan aan iets nieuws en dat is spannend.

Die momenten van uitvliegen, je vleugels leren uitslaan dat zijn momenten die ook echt horen bij het gaan van de weg van God. Dat je uit je comfortzone wordt geroepenen klaar wordt gemaakt voor iets nieuws, iets groters. Voor een volgende stap. En het beeld van de arend kan ons helpen om te zien wat er zoal bij komt kijken bij het gaan van de weg van God. Je komt de arend op  verschillende momenten tegen in de Bijbel. Blijkbaar kunnen we juist van de arend het nodige leren.

Jesaja 40 vergelijkt een leven in geloof met het opstijgen van de arend. Wie hoopt op de Heer krijgt nieuwe kracht. Hij slaat zijn vleugels uit als een arend. Hij loopt, maar wordt niet moe. Hij rent, maar raakt niet uitgeput. Jullie weten vast de arend een heel bijzondere manier van vliegen heeft. Soms klapwiekt hij met zijn machtige vleugels. Maar dat kan hij niet zo lang volhouden. De arend is een heel slimme vogel die gebruik maakt van warme opstijgende luchtstromen: thermiek. En onderzoekers hebben vastgesteld dat van ieder uur dat een arend in de lucht is, hij maar twee minuten echt zelf vliegt en 58 minuten zweeft op de warme luchtstromen. En al zwevend is de arend er met al zijn zintuigen op gericht om een volgende warme luchtstroom te vinden. En zo zweeft hij van de ene naar de andere thermiekbel. Hij kan zo wel 6000 kilometer lang vliegen  zonder ook maar één keer te stoppen. Ee zonder zijn spieren echt te hoeven gebruiken. Ik las ergens dat een arend die een zendertje meedroeg in zijn leven maar liefst 500.000 kilometer bleek te hebben gevlogen.

In de manier waarop wij omgaan met geloof mogen we leren van de arend. We hoeven ons niet te gedragen niet als een onrustig musje dat ergens in een klein achtertuintje leeft en al fladderend zijn kostje bij elkaar probeert te scharrelen. Wij mensen zijn geroepen voor een hoger doel. Wij worden uitgenodigd om uit te vliegen. Onze vleugels te spreiden en ons over te geven aan de warme luchtstromen van Gods Geest. Om steeds meer te leren te leven in vertrouwen en overgave. Niet op eigen kracht maar gedragen en voortgestuwd door de wind van Gods Geest.

Om die warme luchtstroom, zo’n thermiekbel te vinden heeft een arend wel stilte nodig en concentratie. Hij vliegt daarom ook vaak alleen. Dat is ook wat je nodig hebt als je meer wilt leren bewegen op de kracht, de energie, de drive van de Geest. Je hebt er stilte voor nodig, een soort van antenne die je kunt ontwikkelen om te leren zien waar Gods Geest werkzaam is en hoe Hij je wil leiden en vormen en kneden.

Al zwevend op de warme luchtstromen bereikt de arend gemakkelijk hoogten van wel vier of vijf kilometer. Er zijn wel arend-achtige vogels gespot op hoogten van 11,5 kilometer. Bijzonder is ook hoe een arend omgaat met een storm. Kijk, als het flink gaat stormen moeten de meeste vogels noodgedwongen terug naar de aarde. Ze houden het niet vol om in de storm te blijven vliegen. Maar de arend gaat er anders mee om. Als er een storm opsteekt laat hij zich door de aanzwellende wind optillen tot boven de storm. Zijn vleugelgestel is zo sterk dat hij storm en tegenwind kan gebruiken om nog dichter bij zijn bestemming te komen.

Dat is iets wat wij mensen ook mogen leren. Wij kiezen nog wel eens te snel voor de weg van de minste weerstand. We willen graag dat het leuk is en fijn en gezellig. Maar al zijn weerstanden en tegenslagen en stormen in ons leven zeker niet fijn om mee te maken. Ze kunnen ons wel sterker maken en vormen en kneden. En juist de pijn, de wonden, de moeite kunnen ons in de hand van God dichter bij onze bestemming brengen. Ons vormen en gekneed worden tot de mens die God in gedachten heeft.

De arend heeft ook bijzondere ogen. Onderzoekers hebben vastgesteld dat de arend heel vaak zijn kop recht naar de zon richt. Alsof hij gefascineerd is door het oogverblindende licht. En door de warmte van dit hemellichaam. Alsof hij daar bij de zon eigenlijk thuis is en dat zijn bestaan op aarde eigenlijk een soort van ballingschap is. Als een arend op een natuurlijke manier sterft gebeurt dat op een opmerkelijke manier. Zo’n oudere arend zit dan op zijn nest of op een hoge rots met de vleugels langs zijn lichaam gevouwen. Hij kijkt dan naar de zon en dan sterft hij. Een arend sterft met de blik gericht op de zon. Die op zoveel manieren de bron van zijn leven is. Hij heeft altijd gezweefd op luchtstromen die door de zon zijn verwarmd. Hij heeft zich gekoesterd in haar zonnestralen. En als zijn leven voorbij is brengt hij zijn laatste uren door gericht op de zon. Dat gericht zijn op boven van de arend, dat heeft mensen altijd aan gesproken. In allerlei oude mythen en legenden wordt de arend verbonden met de hemel, met het bovenmenselijke, met God.

En de arend combineert die blik naar de zon met een enorm scherpe focus op de aarde. Een arendsoog draagt 2,5 maal verder en is viermaal scherper dat ons menselijke oog. Een arend ziet vanaf 3 kilometer een konijntje huppelen en kan op 300 hoogte een gebied van maar liefst 8 km2 overzien. Dat spel van thuis zijn in de hemel en tegelijk een scherpe focus houden op het aardse gebeuren dat is precies waar we als christenen ook toe geroepen zijn. Om te leven dichtbij God en dichtbij de mensen. We zijn door God gemaakt, worden door hem gedragen en zijn ook naar hem toe onderweg maar die weg naar hem toe die loopt over de aarde.

Een arend heeft ook een staart. Het is een soort van stabilisator, een stuur en een rem. Zonder een staart zou een arend tijdens een duikvlucht te pletter storten. Maar juist zijn staart helpt hem om op tijd af te remmen. Ook daar zit een leermoment voor ons mensen. Op tijd leren vaart te minderen, te onthaasten, tot rust en stilstand te komen is een van de geheimen van een succesvol leven. Anders loop je jezelf voorbij. Met een staart stuurt een arend ook voortdurend blij. Het is een soort van gefocuste flexibiliteit. Zoals Jezus die had. Hij had een duidelijke missie die hij wilde volbrengen maar had onderweg ook altijd oog en hart voor wat en wie op zijn pad kwam en stuurde dan bij. Toch was hij nooit afgeleid, uit koers of gestresst of gehaast. Van Jezus leer je dat een vol leven toch in balans kan zijn en niet overspannen hoeft aan te voelen. Hij liet zich ook bijsturen onderweg en was daar nederig genoeg voor.

Die staart houdt de arend in balans en zorgt dat hij niet vroeg of laat crasht. Dat is wat als mens ook nodig hebt. Dat je je leven zo inricht dat je het ook langere tijd kunt volhouden en steeds weer op kunt laten en bijtankt en steeds ook weer iets te geven hebt. Het heeft te maken met je niet verliezen in bijzaken maar die dingen doen die jij echt moet doen.

Nog even iets over de snavel. Die staat voor wat een arend eet. En een arend is daarin echt anders dan bijvoorbeeld een gier. Ze horen in dezelfde familie thuis. Maar een verschil is dat de gier een aaseter is en alleen leeft van wat anderen hebben gevangen. En de arend vangt eigenlijk altijd zijn eigen voedsel. En krijgt daarmee veel meer mineralen en vitaminen binnen. De vraag hoe dat zit met je geestelijk voedsel. Ben je daarin afhankelijk van wat anderen voor jou gevangen hebben: een preek, een tv-programma, een dagboekje? Of heb je echt ook je eigen manier gevonden waarop God nog persoonlijker, rechtstreekser en intiemer tot jou kan spreken?

En dan zijn er die prachtige veren van de arend. Het zijn er wel 7000 die samen nog geen 600 gram wegen maar heel sterk zijn. En die veren zijn niet zomaar versiering. Ze zijn onmisbaar om te vliegen, om warm te blijven of als de arend ze wat anders schikt, juist om af te koelen. Om gezond en sterk te blijven moet de verentooi in topconditie blijven. Veel vogels vervangen hun veren in één keer. Maar bij de arend duurt dat vernieuwen van zijn veren wel 12 tot 18 maanden. En in die maanden wordt veer voor veer vernieuwd. Elke dag een paar veren. Dag na dag. Heel geleidelijk en ongemerkt. In psalm 103 lezen we dat onze jeugd zich vernieuwt als een arend. Als het over geestelijke vernieuwing gaat zijn wij soms teveel gericht op het plotselinge, een conferentie, een cursus, een fijne inspirerende zomervakantie met goede boeken. En hup dan moeten we er weer staan vinden we. Maar God wil ons vernieuwen zoals een arend. Dagelijks, constant, en kleine stukjes. En dat gebeurt net per se als we van festival naar festival leven of van vakantie naar vakantie of van weekend naar weekend maar vooral als we elke dag trouw wandelen met onze God.

Ik kom nog even terug op die machtige vleugels. Die worden op een aantal plaatsen apart genoemd. En dan vooral als vleugels die kunnen dragen. In Exodus 19,4 horen we God zeggen: Jullie hebben gezien wat ik de Egyptenaren heb aangedaan en dat ik u op arendsvleugelen gedragen en tot mij gebracht heb. Een arend draagt niet letterlijk zijn jongen op zijn vleugels. Maar het is wel een mooi en krachtig beeld van hoe God ons wil dragen en wij ook elkaar mogen dragen. Wat mooi als kinderen van hun ouders leren hoe je dat doet, leven dichtbij God en dichtbij mensen. Als een jongen of meisje op de kindernevendienst, de club of de catechese proeft wat leven in balans is en hoe je leven kan worden vernieuwd. Gezegend de gemeente waar we bij elkaar de kunst kunnen afkijken van hoe dat werkt: zweven op de wind, gedragen door de Geest en de kracht van Gods liefde.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

2 Comments

  • Reply M. Schoute 21 februari 2017 at 10:00

    Prachtig artikel! Eén opmerking hierbij is dat de arend zijn jongen wél op zijn vleugelen draagt, zoals vermeld onder Deuteronomium 32:11.

  • Reply Maria 5 maart 2018 at 20:07

    Mooi hoor! Ik kwam hier verrassende inzichten tegen terwijl ik op zoek was naar informatie over de arend als roofvogel, voor een spreekbeurt van mijn zoon (11 jaar)… Dankuwel!

  • Plaats een reactie