Als het vuur gedoofd is. (Zacharia 4,6)

(Zacharia 4, luistertips: Acda & De Munnik – Als het vuur dooft; Matthijn Buwalda – Vuur; Sela – Als alles duister is)

Als het vuur gedoofd is, komen de wolven. Het is een regel uit een liedje van Acda en de Munnik. Over Herman die op een vrijdagmiddag in het Vondelpark zit bij een vijver. Hij mijmert over zijn leven en stelt vast dat in zijn leven het vuur gedoofd is. Hij zwaait met een wijde boog zijn tas ver in de vijver. Het liedje eindigt met zijn uitvaart. En die ene aangrijpende regel: als het vuur gedoofd is, komen de wolven.

Lees meer…

Het goede leven (Micha 6:8)

Bijbelschrijvers zijn er in soorten en maten. Er zijn verhalenvertellers, dichters en zangers. Je hebt wijsheidsleraren, evangelisten en apostelen. En dan zijn er ook de profeten. Zij zijn een soort luis in de pels. Zij stellen de ongemakkelijke vragen. Hebben het over de taboes waar iedereen liever omheen leeft. Ze zijn misschien niet je favoriet onder de bijbelschrijvers. Maar juist profeten leggen de vinger op de zere plek die nodig moet worden gereinigd, verzorgd, geheeld, vernieuwd.

Lees meer…

Raak de wonden aan (Joh. 20,24-29)

(Johannes 20:24-29)

Stel je voor: je gaat op kamp met de scouts. Er worden twee groepen gevormd. Elk met hun eigen leider: Roderick en Joshua. De groep van Roderick loopt snel vol. Het is ook wel een heel grappig iemand. Ziet er cool uit. Juiste looks. Gave broek, prima zonnebril, goeie schoenen. Beetje gek is wel dat hij niet uitstraalt dat hij veel heeft met scouting. Hij heeft geen scouts-uniform bij zich. Zijn spullen zitten niet in een rugzak maar in een blits rolkoffertje. Je ziet hem zelf niet echt aanpakken. Hij is goed is delegeren, laat anderen rennen. Zelf houdt Roderick zijn handen liever schoon.

Lees meer…

Het evangelie van de doorns (Joh. 19:1-3)

(Lezen Johannes 19:1-3 – luisterlied: Chris Tomlin – Is He worthy?)

Koningspel is een populair spelletje in die dagen. Het spelbord is nog terug te vinden gekrast in oude vloerstenen in Jeruzalem. Een cirkel met allerlei hokjes en vakjes. Er worden dobbelstenen geworpen en wie in het vakje van de Spotkoning komt is ‘de sjaak’. Hij wordt uitgedost als koning en totaal voor paal gezet.

Lees meer…

Het teken van Lazarus (Johannes 11:1-44)

(Johannes 11:1-44 ; Luisterlied: Ik ben-Sela)

Jongens en meisjes, soms is het een dooie boel. In je klas bijvoorbeeld, is het soms vast dodelijk saai. Alsof er over alles en iedereen een grauwe sluier hangt. Een gebrek aan inspiratie, geen vonk, geen klik. Je hebt misschien ook wel eens meegemaakt. Dat het ook zomaar ineens om kan slaan. Iemand anders gaat voor de klas staan. En ineens is er een andere vibe. Iedereen is plots weer wakker en scherp. Er wordt weer gelachen en geleerd. Er is ineens weer leven in de brouwerij.

Lees meer…

Jezus’ afscheidskado (Joh. 13:1-17)

(Joh. 13:1-17, 34-35 – luisterlied: Was mij- Marco Borsato)

 Als een leider vertrekt, wat laat hij dan achter? Wat geeft hij aan zijn opvolger? Als de minister-president vertrekt geeft hij zijn opvolger de sleutels van het torentje. De werkplek van de premier. Een voorzitter die vertrekt drukt zijn opvolger de voorzittershamer in handen. De profeet Elia laat bij zijn vertrek voor Elisa zijn profetenmantel achter. Sleutels, een voorzittershamer, een profetenmantel. Het zijn symbolen van macht, gezag, autoriteit.

Lees meer…

De aarde is van God (psalm 24)

(Psalm 24 – video: All things reconciled – luisterlied: Maak ons hart onrustig Heer zegen van Franciscus)

Er is een beroemde foto van de aarde gemaakt in 1990 door de ruimtesonde Voyager I op een afstand van 6 miljard kilometer. De foto laat zien hoe miniscuul klein de aarde is in verhouding tot de uitgestrektheid van het heelal. De foto kreeg als naam mee: a pale blue dot. Oftewel: een bleek blauw stipje. Dat wit-blauwe bolletje is niet meer dan een kleine knikker in een immens universum. Een universum waar we tot nu toe geen enkele andere planeet in hebben gevonden waarop mensen zouden kunnen wonen.

Lees meer…

Jezus in Bubbelonië (Johannes 3:1-21)

(Johannes 3:1-21 – Luisterlied: God of the moon and stars, Kees Kraaijenoord)

Ergens op een boerenerf op een klein stukje grond achter een dikke muur leeft een groepje tamme ganzen. Ze leiden een veilig, comfortabel en overzichtelijk bestaan. Ieder pikt elke dag zijn graantje mee. Op een dag strijkt tussen deze tamme ganzen van over de muur een wilde gans neer. Hij ziet wat voor leven deze ganzen leiden. En hij vertelt de tamme ganzen over een ander leven. Dat er meer is dat het tamme, suffe bestaan hier op dit kleine stukje grond achter dikke muren. Hij legt hen uit dat ganzen van oorsprong trekvogels zijn. Dat hun vleugels bedoeld zijn om uit te slaan en zich zo mee te laten nemen door de wind.

Lees meer…